Europa, ach Europa

Niemand die in drie woorden kan uitleggen wat 'Europees' is. Als hij al bestaat weet de Europeaan, balancerend tussen opstandigheid en weemoedigheid, vooral wat hij níet wil. Waarin verschillen wij dusdanig dat wij ons binnenshuis opgelucht nimmer Europeaan zullen weten? Maandelijks zoekt Trouw in een Europaverhaal naar wat Europeanen bindt, en wat onafwendbaar blijft scheiden. Vandaag: Hoe beledigt Nederland Europeanen? Een overzicht van grensoverschrijdende scheldwoorden.

Een van de aardigste grappen over buitenlanders beschrijft de werkverdeling in de hemel en de hel. In de hemel, heet het, koken de Fransen, verrichten de Duitsers de reparaties, vormen de Zwitsers de regering, zijn de politieagenten Engels en de minnaars Italiaans. In de hel daarentegen koken de Engelsen, fungeren de Fransen als reparateurs, regeren de Italianen, zijn de politieagenten Duits en de minnaars Zwitsers.

Wat deze plaisanterie boven de middelmaat verheft, is dat ze aan andere volken ook benijdenswaardige eigenschappen toeschrijft. De meeste etnische moppen weerspiegelen alleen negatieve vooroordelen. Dit geldt al helemaal voor de bijnamen en uitdrukkingen waarin Nederlanders hun opvattingen over vreemdelingen hebben vervat.

Van achmed abdoel (domoor), bruinjoekel, dropveter, hottentot en kaffer tot rijstekakker, rotmof, afgerukte rimboeworst, spleetoog en zoembalip strekt zich een litanie uit van schimpnamen die van multi-etnische afkeer getuigen. Een uitzondering lijkt misschien het vrolijke Fransje. Betekende Fransje niet ooit Fransman? Zeker, maar niet in de titel van het zeventiende-eeuwse kinderboek waaraan de uitdrukking is ontleend: 't Kluchtige Leven van vrolyke Fransje, daar in de hedendaegse ongeregeltheden en bedriegerijen naaktelijk vertoont worden'.

In Europa -het werelddeel waartoe dit stuk zich verder beperkt- zijn het vooral de Duitsers die in de Nederlandse taal hun bedenkelijke sporen hebben achtergelaten. Die dateren van ver vóór de periode waarin zelfs koningin Wilhelmina, voor de Londense radio, het had over moffen.

Deze benaming, aanvankelijk een scheldnaam voor Westfaalse arbeiders en bedienden die in Nederland werkten, moet al vóór de zeventiende eeuw zijn ontstaan. Haar oorsprong vindt ze in het Duitse muff (scheve muil of bars individu), dat verwant is aan het Middelnederlandse moffelen in de betekenis 'een grote mond opzetten'.

Ditzelfde getier beluisteren sommige etymologen -zeg maar: woordhistorici- achter Germaan. Ze voeren dat via het Latijn terug op een Keltisch woord voor 'schreeuwen'. Het is maar een theorie. Een andere is deutschfreundlicher. Ze verbindt Germaan met het Latijnse germanus, broeder. Last van Teutoons verbaal geraas had evenmin de bedenker van de eeuwenoude uitdrukking zwijgen als een mof.

Het lag voor de hand dat in de Tweede Wereldoorlog het moffen-vocabulaire tot grote bloei kwam. Wie heulde met de trawanten van moffenkeizer Hitler, was een moffenknecht. Voor vrouwen die zich afgaven met lieden uit Moffrika -een etiket dat al bij Bilderdijk te vinden is- varieerden de epitheta van moffenmeid en moffengriet tot moffenhoer en moffenmatras. Het sullige vrouwentype trut van Hamburg, een zuster van de trutten van Troje en Kralingen, is vermoedelijk van naoorlogse origine.

De edelgermaan, in nazi-ogen groot, blond en blauwogig, heette in de bezettingstijd zo blond als Hitler (die donker was), zo groot als de kleine Goebbels en zo slank als de volvette Goering. Vindingrijk toonde zich taalscheppend en anti-Duits Nederland vooral in de creatie van quasi-buitenlandse bijnamen voor Hitler, wiens reputatie onder andere voortleeft in het gebruik van adolfje voor een sadist. In Spanje zou hij Don Derop heten, in Bulgarije Slarottimof, in de VS Reuzefielt (naar analogie van Roosevelt), in Engeland Cheffielt (Sheffield), in Ierland O'Kelem, in Noorwegen Olav Beck, in Portugal Lopez de Seein, in China Hang Kreng Hang, in Japan Foetsie-Moetie en in Friesland Jatstra. De opsomming is onvolledig.

Franse verschoning

Het stereotiepe beeld van de Fransen is, te oordelen naar de neerslag ervan in het Nederlands, niet alleen bepaald door de verdenking van een met enige zwier tentoongespreide bronst. Hun moet ooit ook een gemis aan properheid en een zekere heimelijkheid zijn verweten.

Aan het eerste herinnert de uitdrukking een Franse verschoning, toegepast op de ongetwijfeld schaarse Nederlanders die zich meenden te verschonen door alleen een nieuw boordje om te doen. Van het tweede getuigt een Frans compliment maken: zich ongemerkt uit een gezelschap verwijderen. In Engeland staat deze manoeuvre bekend als taking French leave, een compliment dat de Fransen retourneerden door zulk gedrag te bestempelen als filer à l'anglaise. De Franse slag was oorspronkelijk een zweepslag die enige oefening vereiste; nu houdt hij het vooroordeel in stand dat het de Fransen schort aan grondigheid.

Maar hét traditionele kenmerk van de Fransoos -een op zichzelf onschuldige vervorming van François, een voorloper van Français- is toch wat een redacteur van het 'Woordenboek der Nederlandsche Taal' omstreeks 1916 omschreef als 'eene neiging tot het sexueele'.

Wie vroeger een urinoir verliet zonder aan zijn kleding voldoende nazorg te hebben besteed, kon te horen krijgen dat zijn Franse kerk openstond. Van een huisknecht die zijn meesteres ook lijfelijke satisfactie verschafte, werd gezegd dat hij haar Franse bediening bood. Syfilis heette tot in de vorige eeuw de Franse ziekte. Dat ook de Engelsen de bron in Frankrijk situeerden, mag misschien hieruit worden afgeleid dat ze een condoom a French letter doopten. Fransen op hun beurt noemden het une capote anglaise en gaven zo uitdrukking aan hun anglofobie én hun afkeer van dit als hinderlijk ervaren omhulsel.

Belgenmoppen

De neiging van domme Nederlanders om België te verslijten voor een stupidocratie, weerspiegelt zich vooral in de overvloed aan Belgenmoppen die in de late twintigste eeuw Nederland teisterde. Eén voorbeeld -voor de doorsnee-liefhebber van het genre misschien lastig te doorgronden- moge volstaan: 'Wat gebeurt er wanneer een Nederlandse Limburger naar België emigreert?'-'Dan gaat het gemiddelde IQ in beide landen omhoog'.

Schaars daarentegen is de oogst aan simpele invectieven voor onze zuiderburen. Aan patatzak en patatvreter valt weinig toe te voegen. Misschien, als indirecte belediging, reserve-Belg (inwoner van Zeeuws-Vlaanderen) en verder de uitdrukking Vlaams geluk hebben, gezegd van iemand die van de trap valt zonder zijn ribben te breken of die een ander ongelukje ondergaat dat meevalt.

Meer littekens heeft in het Nederlands de historische Vlaamse aversie van Walen achtergelaten. Onbetrouwbaar heten ze: zo vals als een Waal. Onmuzikaal ook. Waalse muziek is kindergeschreeuw. En hetzelfde verwijt van gebrek aan properheid en hygiëne dat Nederlanders ooit de Fransen maakten, schuilt achter zegswijzen als Waar een Waal gescheten heeft, groeit in zeven jaar geen gras meer en Twaalf Walen en een varken zijn dertien beesten. Maar de Waalse ziekte, syfilis, verwijst naar Frankrijk, want Waals was vroeger ook een synoniem van Frans. Het is dat trouwens nog in Waalse gemeenten, de kleine afdeling van de Nederlandse Hervormde Kerk waar diensten in het Frans worden gehouden.

John Bull

Van John Bull kun je bezwaarlijk zeggen dat hij een anti-Engels stereotype is. De geestelijke vader van deze personificatie van Engeland -later in cartoons afgebeeld als een corpulent heerschap met een blozend gezicht, een hoge hoed en een Britse vlag als vest- was een achttiende-eeuwse Engelse schrijver. In een reeks pamfletten liet John Arbuthnot hem en Nicholas Frog (Klaas Kikker, de verpersoonlijking van Holland) procederen tegen Louis Baboon (Lodewijk Baviaan, de Franse koning Lodewijk XIV).

Met zijn voorkomen en gedrag -rechtdoorzee, vrijpostig, driftig en niet wars van een alcoholische versnapering- wekt John Bull meestal eerder neutrale of zelfs lichtelijk positieve gevoelens op dan weerzin. Minder sympathie spreekt uit taalvruchten die wél van Nederlandse bodem zijn. Ze stellen de Engelsen voor als koks van niks (Dat is Engels gaar: halfgaar), onhandig (Dat is met de Engelse schroevendraaier gedaan: gezegd van een klusje waarbij een schroef met een hamer in het hout is geramd) en stakkers op economisch gebied, geplaagd door de Engelse ziekte: stagnatie van de bedrijvigheid.

Griekse beginselen

Naarmate we ons verder in Europa begeven, wordt het Nederlandse idioom dat in de loop der eeuwen het vermoeden van xenofobie kon wekken, er niet per se minder op. Neem de Grieken. Nog in 1976 was voor Van Dale Griek synoniem met bedrieger, valsspeler. Van hetzelfde vooroordeel -en enkele andere- getuigde in de negentiende eeuw de zegswijze 'Men moet vijf christenen hebben om één Jood te bedriegen, vijf Joden om één Griek te bedriegen, en vijf Grieken om één Chinees te bedriegen'.

Voor de achttiende-eeuwers Betje Wolff en Aagje Deken was 'een regte Griek' een knorrepot. Onder een oude Griek verstond Vader Cats een afgeleefd man, andere zeventiende-eeuwers een oude snoeper ('die, in zijn gemoed, van alle vrouwen Hoeren maeckt') en Van Dale tot een paar decennia geleden 'een schalk'.

Pruderie weerhield vroegere boekhouders van onze woordenschat er waarschijnlijk van, de Grieken ook als homo's in hun hemd te zetten. Ik kan me althans niet indenken dat de Griekse beginselen toegedaan zijn (homoseksueel zijn) en het op zijn Grieks doen (anaal coïteren) pas kortgeleden in circulatie zijn gekomen.

En dan de Turken. De scholier die een propje weigerde op te rapen met de mededeling 'Ik ben geen Turk' en Van Dale met zijn turkenbaan ('baan met vuil, vies werk') illustreren hoe gastarbeiders zich ook in de taal hebben genesteld.

VERVOLG OP PAGINA 19

Welk land is kok in de hemel en welk land in de hel?

VERVOLG VAN PAGINA 17

Veel ouder uiteraard is de reeks uitdrukkingen die de herinnering levend houden aan de tijd waarin Ottomaanse legers de Europese christenheid bedreigden: zo wreed als een Turk; vechten, zweren, schelden, tekeer gaan, eruitzien en roken of dampen als een Turk. Niet altijd is de betekenis ongunstig. Eten als een Turk wijst slechts op gezonde consumptiedrang en werken als een Turk op grote krachtsinspanning.

Eeuwenlang werden Turken, als moslims, in één adem genoemd met ongelovigen. Het maakte weinig verschil of iemand aan de heidenen dan wel aan de Turken overgeleverd was; in beide gevallen werd hij bedrogen of anderszins te grazen genomen.

Wie zich tot de islam bekeerde, werd Turk of ging tot de Turken over. Wanneer, in het gelijknamige negentiende-eeuwse rijmboek, Mijnheer Prikkebeen noodgedwongen 'muzelman' is geworden, moet ook zijn metgezel Dikkie eraan geloven: ,,... waarna Dikkie ook cordaat / tot de Turken overgaat./Met de turban op zijn kop/Lijkt hij net een vette mop.'

Etnofaulisme

Wat de rest van Europa betreft, wordt de speurder naar Nederlandse etnofaulismen -zoals scheldwoorden voor vreemdelingen soms worden genoemd- karig beloond. Om Italianen te beledigen, heeft de taal, afgezien van verwijzingen naar de mafia, enkel spaghettivreters en macaroni-eters in de aanbieding. Van het vooroordeel dat hun lafheid toedicht, leggen alleen moppen getuigenis af: 'Wat is het kleinste boek ter wereld?'-'De lijst van Italiaanse oorlogshelden'. Of vier eeuwen na de Tachtigjarige Oorlog in Spanjolen, het Spaans benauwd hebben en het ging er Spaans (woest) toe nog antipathie jegens Hispanje doorklinkt, lijkt me twijfelachtig.

De Zwitsers hebben met de Maleiers vermeend overmatig drankgebruik gemeen: zo zat als een Zwitser. Het electoraat van Haider heeft nog geen nieuw leven kunnen inblazen aan het verouderde gebruik van Oostenrijker voor 'onnozele hals'. Het woord kon trouwens ook 'rijke gulle gever' betekenen.

De Russen kan het ontstaan van rus in de zin van 'stille diender' niet worden aangewreven, want daarvoor heeft rechercheur model gestaan. En eerder dan russofobie zal aan boris boef (dief) zucht tot alliteratie ten grondslag liggen, en aan boris clitoris (oversekst persoon) een ander soort rijmdwang -benevens, maar dit terzijde, een gebrekkige kennis van de klemtoonregels.

Simpele vooroordelen

Wat onze overgeërfde woordenschat aan bijnamen voor en uitdrukkingen over Europese volken bevat, wettigt in elk geval drie conclusies. Er is nagenoeg geen goed woord bij. Enige esprit is, behalve in sommige oorlogsproducten, ver te zoeken. En in veruit de meeste gevallen waren het simpele vooroordelen over uitheemse eigenschappen (zie mof, Franse verschoning, Engelse ziekte), culinaire en consumptieve tradities (zie patatzak, spaghettivreter, Engels gaar) en seksuele gewoonten (zie Franse bediening, Griekse beginselen) die de beeldvorming bepaalden.

We mogen er dan ook niet over klagen dat Nederlanders op hun beurt insgelijks zijn bejegend. De Schotse Tommie uit de stripverhalen over Tielse Flipje kan als symbool van extreme zuinigheid niet in de schaduw staan van de gierige Hollander met wie talloze Vlaamse grollen de spot drijven. 'Hoe drijft de Hollandse politie een betoging uiteen?-Door te rammelen met een collectebus.' 'Waaraan herkent men een Hollands zeeschip?-Er vliegen geen meeuwen achter.' 'Waardoor zijn de grotten van Han ontstaan?-Een Hollander had er een gulden verloren.'

De Vlaming Walter van den Broeck kon in de jaren zeventig genoeg van dit soort Hollander-moppen vergaren om er twee boekjes mee te vullen: '1 Cola met 6 rietjes' en 'Minder Cola met nog meer rietjes'.

Zuipschuiten

Niet alleen gierigheid typeert de Nederlanders die Britten en Amerikanen de afgelopen eeuwen tegemoet zijn getreden in legio uitdrukkingen met Dutch. Zuipschuiten zijn het, getuige uitdrukkingen als Dutch blue (zo zat als een maleier), a Dutch concert (een herrie als op een feestje van dronken Hollanders), a Dutch feast (waarop de gastheer als eerste teut is) en Dutch courage (jenevermoed).

Die laatste uitdrukking heeft er de betekenis 'drugs of drugsverslaving' bij gekregen sinds in het buitenland de indruk heeft postgevat dat in de Low Countries de halve bevolking zo ongeveer gratis high is. Vandaar ook Dutch ice (heroïne van Nederlandse herkomst), Dutch connection (een smokkellijn voor verdovende middelen) en Dutch white (topkwaliteit heroïne made in Holland). Al even modern is Neêrlands reputatie als pornoparadijs. Ze bracht, voor zekere pornografische cd-roms met interactieve faciliteiten, de term Dutch roms in omloop.

Tussen haakjes: de meeste woordenboeken registreren hoogstens een dozijn van die uitdrukkingen met Dutch. In werkelijkheid waren en zijn het er vele honderden, niet allemáál ongunstig van strekking overigens. Ton Spruijt verzamelde en besprak ze vorig jaar in 'Total Dutch' (uitg. Contact, Amsterdam), waaraan de voorbeelden hierboven zijn ontleend. Dat in ettelijke Dutch oorspronkelijk Duits betekende, baat de faam van Nederland weinig, want dat herinnert zich vrijwel niemand.

Ten slotte. Zo dom als het is om te denken dat de Nederlanders een verzameling vrekkige nathalzen en erger vormen, zo weinig intelligent is het uiteraard ook om anno 2000 te veronderstellen dat Duitsers, Belgen, Fransen en andere volken in welk aspect van beschaving ook onderdoen voor Nederlanders. Het zou een geruststellende gedachte zijn als het taalgoed dat niettemin die indruk wekt, het voortbrengsel was van een geborneerde maar spraakmakende minderheid. Hoewel: dan klemt nog altijd de vraag waarom een weldenkende meerderheid daar aan vaste bijnamen en uitdrukkingen zowat niets positiefs heeft toegevoegd.

Goed, veel van wat in dit stuk is opgesomd, is verouderd of leidt in woordenboeken een sluimerend bestaan. Maar het blijft een bizar fenomeen dat de xenofiele of in elk geval tolerante reputatie waar Nederland zich graag op beroept, geen afspiegeling vindt in zelfs maar een handvol toenamen en staande uitdrukkingen van vroeger en nu waarin andere Europeanen zich als gelijkwaardig kunnen herkennen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden