Eurlings brengt draagvlak juist zelf aan het wankelen

Jaren geleden alweer ontdekte de Leidse hoogleraar politicologie Rudy B. Andeweg dat er iets geks aan de hand is met het woord ’draagvlak’. In het Engels vertaald riep het onbegrip en vooral ook hilariteit op onder Engelse studenten: ’bearing surface’, wat moesten ze zich daar in vredesnaam bij voorstellen?

Willem Breedveld

Inmiddels kan ik met die studenten meevoelen. Draagvlak klinkt wel kloek, en al helemaal als je er ’in de samenleving’ aantoevoegt. Maar strikt genomen gaat het om een tamelijk wankele constructie, vermoedelijk zoiets als een betonnen plaat, of een houten vlonder op een moerassige ondergrond, waarop een bouwsel wordt opgetrokken. In de hoop en verwachting dat het zaakje zo overeind zal blijven.

In een land met zoveel slappe bodem zit er soms niets anders op. Maar het blijft behelpen. Dat was het al toen de jongste minister van het kabinet-Balkenende IV, Camiel Eurlings, in november met een aanstekelijk enthousiasme zijn plan presenteerde voor een kilometerheffing. Daarmee mikte hij op een breed draagvlak in de samenleving en als je hem zo hoorde was dat een fluitje van een cent. Ga maar na: de meeste automobilisten zouden er geld aan overhouden. En minstens zo belangrijk, als door een godswonder zouden de files worden gehalveerd. Wie had dat ooit voor mogelijk gehouden?

Toen al constateerde ik (en ik was bepaald de enige niet): dit is te mooi om waar te kunnen zijn. En uit de losse pols rekende ik voor dat de spitsheffing niet in het plan was inbegrepen, de provinciale opcenten op de brandstof waren geschrapt zonder aan te geven hoe de provincies die inkomstenderving zullen compenseren en de mogelijke bezwaren tegen de privacygevoeligheid van het kastje in de auto achteloos bleken te zijn weggewuifd. Maar Eurlings heeft gelijk: als burgers bereid zijn zich knollen voor citroenen te laten verkopen is het vinden van draagvlak inderdaad een fluitje van een cent.

Gek genoeg denkt de minister er nog steeds zo over. Begrijp ik hem goed dan ligt het vooral aan de ANWB dat er twijfel is gerezen over het draagvlak. Deze organisatie, zo hoorde ik hem uitleggen, staat aan de wieg van de kilometerheffing. Dat schept verplichtingen, vindt hij. Maar in plaats daarvan hebben ze het plan neutraal aan de leden voorgelegd, met het risico dat het dreigt te worden afgeschoten. Daarom, en alleen daarom, heb ik, minister, deze club er nog eens op willen wijzen dat hun steun doorslaggevend is voor het draagvlak.

Geen speld tussen te krijgen, lijkt het. En enthousiast als hij is, zou je het hem nog gunnen ook. Ware het niet dat hij nogal wonderlijk omspringt met zijn eigen verantwoordelijkheid. Die brengt in de eerste plaats met zich mee dat je de kiezer geen knollen voor citroenen moet verkopen. Wie de files wil verminderen moet ook het lef hebben om erbij te vertellen dat daar een prijskaartje aan hangt. Die prijs kan eruit bestaan om automobilisten te belonen als ze de spits mijden, zoals de proef in Nijmegen heeft aangetoond. Dan wel dat het hen dik geld gaat kosten, in de vorm van een spitsheffing. Hoe dan ook, linksom of rechtsom, draait hetzij de belastingbetaler hetzij de automobilist ervoor op.

Dat is ook geen ramp, want er staan heel wat zegeningen tegenover. En het kan ook heel goed. Maar dan moet je wel een minister hebben die echt investeert in het openbaar vervoer (wat in jaren niet is gebeurt), die het naïeve geloof in asfalt en beton afzweert, werkgevers aanspreekt op flexibeler werktijden en die kiezers oprecht vertelt dat het overeind houden van de gewenste mobiliteit, niet hetzelfde is als autootje pesten, zoals De Telegraaf, de VVD en het CDA ons al jarenlang hebben willen doen geloven. Zo’n minister fröbelt niet met een draagvlak dat hijzelf aan het wankelen brengt. Die slaat stevige heipalen in de slappe grond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden