EUREKA

Van alle natuurkrachten is de zwaartekracht de bekendste maar ook de minst begrepen. De schrijver Edgar Allan Poe publiceerde in 1848 zijn verklaring ervan. Wat wij zwaartekracht noemen, is volgens Poe een overblijfsel van de werking van het oerdeeltje waaruit ons hele universum is ontstaan. “Hij zou waarschijnlijk cynisch hebben gegrimlacht als hij had geweten dat het nog 150 jaar zou duren voordat de wetenschap hem zou hebben bijgebeend, daarmee zijn mening bevestigend dat de schildpad van de wetenschappelijke vooruitgang het altijd zal afleggen tegen de adelaar van de dichterlijke intuïtie.” Dit is de tekst van een lezing die eerder werd uitgesproken te Amersfoort.

Dit visionaire essay, dat Poe publiceerde in 1848, een jaar voor zijn dood, is het vreemdste zwarte schaap uit de wereldliteratuur. Het is verreweg het langste verhaal (ruim 100 bladzijden) uit Poe's oeuvre. De stijl is voor Poe ver beneden de maat en erg wijdlopig, maar de vaak duistere tekst wordt regelmatig onderbroken door geniale flitsen van slechts één of enkele zinnen. Poe zegt in het voorwoord nadrukkelijk dat 'Eureka' een gedicht is, waarmee hij aangeeft dat het gaat om een geopenbaarde diepere waarheid of dichterlijke intuitie die voor de rede (nog) niet toegankelijk is.

In eerste instantie werd 'Eureka' welwillend ontvangen maar al gauw werd het volledig gekraakt door 'deskundige' wetenschappers en theologen, die absoluut geen waardering konden opbrengen voor Poe's revolutionaire opvattingen. Na zijn mysterieuze dood in 1849 was er niets meer dat nog kon verhinderen dat het wegzakte in de vergetelheid.

Een uitzondering daarop waren een aantal Franse schrijvers en dichters, die van Poe bezeten waren. Met name Baudelaire (1821-1867) en Mallarmé (1842-1898) hebben veel werk van Poe in het Frans vertaald, waaronder 'Eureka'. Vanwege de grote invloed die Poe daardoor vanaf 1850 tot 1914 heeft gehad op het culturele klimaat in Frankrijk (toen nog onbetwistbaar een van de grote wereldmachten), heeft 'Eureka' ongetwijfeld een stempel gedrukt op de ontwikkeling van het westerse denken.

In het bewuste artikel in de Quarterly Journal of the Royal astronomical Society kreeg Poe in 1994 eindelijk ook de wetenschappelijke erkenning die hem toekomt, namelijk de bedenker te zijn van de theorie van de Big Bang, de kosmische oerknal waaruit het huidige heelal ontstond, inclusief de uitwerking daarvan in een uitvoerige beschrijving van een uitdijend, evoluerend en cyclisch wederkerend universum. Wie 'Eureka' leest, merkt dat Poe 150 jaar geleden ook al bezig was met zulke uiterst moderne concepten als een niet-Euclidische meetkunde; 'simultane' en 'parallelle' universa; atomen die geen harde bolletjes zijn maar uit krachtvelden bestaan; een ruimte-tijd continuüm; de onoverschrijdbaarheid van de lichtsnelheid en de beperkte wetenschappelijke kenbaarheid van het heelal.

Maar dat is nog niet alles; ruim tien jaar voordat Darwin zijn eerste boek publiceerde, verkondigde Poe in 'Eureka' al dat op aarde een evolutie plaatsvindt naar steeds veelsoortiger en complexere levensvormen. Bovendien had hij het idee dat de aarde periodiek wordt bezocht door kosmische rampen, zoals neerstortende meteoren, die dat evolutionaire proces volledig op de kop kunnen zetten, ook daarmee weer 150 jaar voorlopend op de wetenschappelijke speculaties over het plotselinge en raadselachtige uitsterven van soorten zoals met de dinosauriërs is gebeurd. In slechts enkele regels beschrijft Poe, in 1848, een hortend en stotend evolutionair proces dat uiteindelijk toch tot een 'superieur' mensenras zal leiden - Darwin durfde pas in 1871 te publiceren dat de mens niet in een keer is geschapen, maar zelf ook evoluteert.

Poe beschouwde 'Eureka' als zijn magnum opus en hij verwachtte dat het een revolutie zou ontketenen in het denken dat de Verlichting had gebracht op religieus, filosofisch en wetenschappelijk gebied. Hij zou waarschijnlijk cynisch hebben gegrimlacht als hij had geweten dat het nog 150 jaar zou duren voordat de wetenschap hem zou hebben bijgebeend, daarmee zijn mening bevestigend dat de schildpad van de wetenschappelijke vooruitgang het altijd zal afleggen tegen de adelaar van de dichterlijke intuïtie.''

Net als bijvoorbeeld Nietzsche in Duitsland en Bergson in Frankrijk (die beiden door Poe werden geïnspireerd) was Poe een van de romantische denkers die de Verlichting zagen als een ernstige bedreiging, omdat de materiële vooruitgang wordt betaald met een geleidelijke verduistering van de geest. De menselijke geest raakt namelijk steeds verder verstrikt in het verleidelijke en 'logische' materialistische denken, zodat ten slotte elk gevoel voor het immateriële en spirituele, waaronder ook de meeste normen en waarden, verloren gaat; een opvatting waarmee Poe de grondslag legde voor de moderne existentiefilosofie.

Hoewel de Verlichting eigenlijk al in de 15-de eeuw begon met de Renaissance (de kunst loopt altijd vooruit op de wetenschap) wordt het jaar 1530 aangehouden als het echte begin. Toen voltooide de Poolse geestelijke Niclaus Copernicus (1473-1543) De Revolutionibus, het revolutionaire boek waarin hij de wereld op zijn kop zette, door te verklaren dat niet de aarde, maar de zon het middelpunt is van het heelal. Dit 'heliocentrische' wereldbeeld kreeg geleidelijk steeds meer aanhangers en verdrong het oude 'geocentrische' wereldbeeld van Claudius Ptolemeus, waarin de aarde het centrum is van het heelal.

Hierover gaat het kortste werk uit Poe's oeuvre, het merkwaardige 'Schaduw', dat speelt in de stad Ptolemeus. Het is nacht en in een kamer is een gezelschap opgesloten, omdat de deur is geblokkeerd door een duistere, levenloze vorm. Er is sprake van astrologische onheilsvoorspellingen en er hangt een angstaanjagende sfeer in het vertrek dat slechts wordt verlicht door zeven flakkerende toortsen, hoog aan de wand (de zeven wachters van de aarde; zon, maan en de vijf zichtbare planeten, die in het Ptolemeïsche wereldbeeld belangrijk waren als vingerwijzingen van God). 'Schaduw' blokkeert een romantische vlucht naar het verleden en is daardoor een essentieel deel van Poe's filosofie, die volledig op de toekomst is gericht.

Een tweede doorbraak in de Verlichting waren de drie wetten die Johannes Kepler (1571-1630) tussen 1609 en 1620 opstelde, waarmee de loop van de planeten om de zon exact kon worden voorspeld. Hoewel met deze drie 'hemelwetten' een belangrijke basis werd gelegd voor de mathematisering en mechanisering van het westerse wereldbeeld - door Poe gezien als de bron van alle kwaad - blijkt uit 'Eureka' dat hij Kepler desondanks bewonderde. Poe beschouwde de wetten van Kepler als een glanzend bewijs van de superioriteit van de menselijke intuïtie over het rationele verstand, want vóór Kepler bestond er niets waaruit deze het principe van zijn wetten had kunnen afleiden. “Kepler,” aldus Poe, “guessed his laws. He grasped it with his soul”.

Maar verder liep de Verlichting helemaal verkeerd volgens Poe en de andere denkers van de Romantiek. De ellende begon met de Italiaan Galileï (1534-1642), die een aanhanger was van Copernicus. Omstreeks 1610 gebruikte hij een nieuwe Nederlandse uitvinding, de telescoop, om te bewijzen dat Copernicus gelijk had. Dit impliceerde dat waarneming via een instrument superieur zou zijn aan directe zintuigelijke ervaring; een nieuwe 'instrumentalistische' opvatting die Galileï in ernstig conflict bracht met de kerk. Ook stelde Galileï de val- en slingerwetten op, waarmee hij aantoonde dat alle materie bepaalde algemene eigenschappen heeft, waardoor bijvoorbeeld een veertje in het luchtledige even snel valt als een brok lood, en de frequentie van een slinger uitsluitend afhangt van zijn lengte en niet van zijn gewicht of het materiaal waarvan hij is gemaakt.

Op basis van deze wetten construeerde de Nederlander Christiaan Huygens (1629-1695) in 1656 het eerste slingeruurwerk, waardoor het meten van de tijd ineens een exacte wetenschap werd die volledig onafhankelijk was van de levende natuur of het menselijk gevoel.

De geniale synthese van deze opeenvolgende wetenschappelijke revoluties werd opgesteld door Isaac Newton (1642-1727), die in 1687 in zijn Principia een wiskundige beschrijving opstelde van het heelal en de aantrekkingskracht tussen twee lichamen. De wiskunde en de natuurwetten bepaalden de gang van zaken, in plaats van de priesters en de astrologen! In minder dan een eeuw had Europa de duistere Middeleeuwen van zich afgeschud en stond het klaar om het nieuwe tijdperk van de Verlichting binnen te stappen. De rede had gezegevierd over het geloof en de wetenschap was nieuwe wegen ingeslagen om de natuur te onderzoeken, te onderwerpen en dienstbaar te maken aan de menselijke behoeften.

Door het nieuwe determinisme van de natuurwetten leken echter de individuele vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid ook verdwenen te zijn, wat vanuit de theologie nog eens werd bevestigd door de leer van de predestinatie. De wetenschappelijke winst en de godsdienstige vernieuwing bleken betaald te zijn met het verlies van belangrijke geestelijke en spirituele waarden.

Een reactie kon niet uitblijven: de Romantiek ontstond, met een sterke nadruk op individuele gevoelens en emoties als tegenhangers van het verstandelijke, wetenschappelijke denken.

Zo ook 'Eureka', dat overigens nogal cynisch begint door enkele pioniers van de Verlichtingsfilosofie op een clowneske manier te ridiculiseren. Over de filosoof Kant wordt gesuggereerd dat zijn naam wellicht beter met een 'C' kan worden geschreven (to cant: leuteren, uit je nek kletsen). Francis Bacon (1561-1626), grondlegger van de moderne wetenschap, moet het speciaal ontgelden: “Door de natuurwetenschappen uitsluitend te ontwikkelen via de metafysica, de mathematica en de logica, werden veel van deze uit Bacon voortgekomen wetenschappers - monomaan, eenzijdig en gehandicapt - nog hulpelozer en onwetender dan de meest simpele, ongeletterde boerenpummel, die aantoont dat hij tenminste nog iets weet, door te bekennen dat hij absoluut nergens verstand van heeft.”

Poe's angst voor de Verlichting loopt als een rode draad door zijn werk. Zijn voornaamste thema is de tragische mens die gevangen zit in een uitzichtloze situatie: de mechanistisch-wiskundig gedetermineerde wereld die geen ontsnapping toestaat en die hem geleidelijk berooft van zijn vrije wil en creativiteit. Een prachtig voorbeeld is 'De put en de slinger', waarin de hoofdpersoon is opgesloten in een ruimte waar uit het plafond langzaam een vlijmscherpe slinger naar beneden zakt die hem in tweeën dreigt te klieven, terwijl de wanden steeds andere meetkundige vormen aannemen die de gevangene steeds dichter naar de bodemloze put in het midden dwingen. De dodende slinger is Poe's dubbelsymbool voor tijd en zwaartekracht, die ook voorkomt in het verhaal 'Het masker van de Rode Dood', waar de dood in een klok verborgen zit. Het thema 'gedood worden door de tijd', is door Poe zelfs op zwart-humoristische wijze uitgewerkt in 'Een netelige situatie', waarin de hoofdpersoon langzaam maar zeker zijn hoofd verliest als hij uit een kerktoren naar buiten kijkt en dan merkt dat zijn nek klem zit tussen de wijzers van de klok.

De mechanistische tijd en de geest van zwaarte zijn de centrale problemen van de Verlichting en beide werden door Poe opgelost. De tijd maakte hij onschadelijk door boven de mechanische klokkentijd de 'duur' te stellen als de innerlijke, gevoelsmatige tijdsbeleving die superieur is, omdat uitsluitend daaraan werkelijkheid en waarheid kan worden toegekend. De mechanische klokkentijd is slechts een nuttig hulpmiddel bij het beheersen van de materiële buitenwereld. Maar door die kunstmatige tijd voor 'waar' te houden, maakt de verlichte mens een fatale fout die hem steeds verder vervreemdt van zijn ware ik (een opvatting waarmee Poe voorliep op de moderne existentiefilosofie).

Het probleem van de zwaarte is lastiger en Poe heeft vrijwel heel 'Eureka' nodig om het een verrassende wending te geven. Poe's oplossing bestaat eruit dat hij de zwaarte verheft van het materiële naar het spirituele vlak. Wat wij zwaartekracht noemen, is volgens Poe een overblijfsel van de werking van het oerdeeltje waaruit ons hele universum is ontstaan.

Dit oerdeeltje was een bron waarin alle materiële en immateriële aspecten van het universum verenigd waren en het heeft na de oerknal een geheimzinnige kracht achtergelaten, een 'spirituele ether' volgens Poe, die in het heelal nog steeds werkzaam is en die overeenkomt met het 'verenigde veld' van de fundamentele natuurkrachten, iets waarnaar de wetenschap al jaren zoekt. In 'Eureka' is de zwaartekracht daarmee een van de manifestaties van de goddelijke wil waaruit het universum is ontstaan en die uiteindelijk ook alles weer zal terugvoeren naar het Ene.

Als we deze metafysica en theologie even laten bezinken, dan is zwaartekracht in Poe's kosmografie een aspect van een 'verenigd veld' dat sinds het ontstaan van het universum aanwezig is maar dat wij niet kunnen waarnemen omdat we geen idee hebben wat de kenmerken ervan zijn.

De zwaartekracht is de bekendste, maar ook de minst begrepen van alle natuurkrachten. Eigenlijk weten we er nog niets over zodat de vraag of Poe gelijk zou kunnen hebben, niet kan worden beantwoord. Het is een intrigerende gedachte dat zwaartekracht misschien iets heel anders is dan altijd wordt gedacht, vooral omdat Poe ook meerdere malen en nadrukkelijk aangeeft dat zwaartekracht 'direct' en 'instantaan' werkt door het hele universum, zodat de limiet van de lichtssnelheid voor de zwaartekracht niet geldt.

In Duitsland, Italië en Amerika zijn momenteel zwaartekrachtdetectoren in aanbouw die zwaartekrachtgolven of -deeltjes rechtstreeks moeten kunnen aantonen; iets wat nog nooit eerder is gelukt. De eerste detector komt in 1999 in bedrijf en als Poe gelijk heeft, zal dat apparaat ons voor het eerst iets vertellen over het 'nu' van het universum, in plaats van over het verre verleden, zoals dat met de lichtsnelheid het geval zou zijn.

Poe heeft met 'Eureka' zijn gelijk al gehaald, maar zijn grote triomf komt nog, in 1999, 150 jaar na zijn dood.

“Bedenk dat het gevoel van een eigen identiteit geleidelijk zal opgaan in het algemeen bewustzijn - dat de mens, terwijl hij bijna onmerkbaar ophoudt zichzelf mens te voelen, tenslotte dat ontzagwekkend triomfantelijke moment zal bereiken waar hij zijn bestaan zal herkennen als dat van Jahwe. Besef intussen dat alles leven is, leven, leven binnen het levende, het kleinere binnen het grotere en alles en allen binnen de goddelijke Geest.

(E. A. Poe; slotzin van 'Eureka' )

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden