EU zal deel steun niet terugzien

Eurolanden kunnen er in 2014 niet meer omheen: Griekenland verdient te weinig om alle schulden af te betalen

ESTHER BIJLO

De trojka van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds reist deze maand weer af naar Griekenland. Dan onderhandelen ze verder over een volgende tranche, één miljard euro, uit het steunpakket. In december liepen de besprekingen met de Grieken vast. Het land is toe aan het derde noodpakket.

Hoewel zelfs Eurogroep-voorzitter Dijsselbloem inmiddels beseft dat de Grieken niet iedere cent zullen terugbetalen, hangt er om kwijtschelden van (een deel van) de schuld nog steeds een taboesfeer.

Waarom doen politici er zo moeilijk over?

Omdat ze denken dat de kiezers het geen prettige boodschap vinden als Griekenland, en mogelijk ook Portugal, een deel van de schulden niet hoeft af te betalen. Iedere keer moeten landen als Nederland, Duitsland en Oostenrijk leningen en garanties door hun parlementen loodsen. Daarbij proberen ze de belastingbetaler te sparen. Die moet zo min mogelijk last hebben van de problemen elders in de Europese muntunie, is telkens de gedachte.

De Duitse bondskanselier Merkel heeft vorig jaar toegegeven dat kwijtschelden van een deel van de schuld misschien een optie is. Nu Merkel herkozen is, bestaat er meer kans dat het onderwerp op de agenda komt. Eerder schoof ze het, net als Dijsselbloem, op de lange baan: dat zou pas na 2014 aan de orde zijn.

Wat heeft Griekenland tot nu toe gekregen?

In 2010 kreeg het land een reddingspakket van de Europese Unie en het IMF van 110 miljard euro. De tweede reddingsboei kwam in 2012: 130 miljard euro, vooral afkomstig uit het fonds EFSF waarvoor de eurolanden garant staan. Tegelijk moesten de private bezitters van Griekse staatsschuld genoegen nemen met een haircut. Zij namen, onder druk van de eurolanden, een verlies van 70 miljard euro.

Kan Griekenland er met de reddingspakketten bovenop komen?

Dat is onwaarschijnlijk. De staatsschuld van Griekenland is nu 160 procent van het bruto binnenlands product. Dat moet volgens het IMF om te beginnen terug naar 120 procent, wil Griekenland weer zelf terecht kunnen op de kapitaalmarkt. Economen rekenden vanaf het begin al voor dat de verdiencapaciteit van de Griekse economie te laag is om de schuld substantieel naar beneden te krijgen. De economie krimpt al sinds 2008, de Griekse centrale bank verwacht voor 2014 een prille groei van 0,5 procent. Het IMF heeft openhartig toegegeven dat er bij het eerste reddingspakket in 2010 te weinig aandacht was voor het gezond maken van de Griekse economie.

Hoe kon het IMF zo'n fout maken?

Het IMF heeft veel ervaring met het redden van individuele landen. Een lid van een muntunie helpen, brengt echter hele andere uitdagingen.

Het belangrijkste doel van het eerste reddingspakket was het voorkomen van paniek. Er was grote angst dat ook andere landen in een vrije val terecht zouden komen. Scenario's over het imploderen van de eurozone deden de ronde. Daardoor kwam de Griekse economie zelf op het tweede plan. Een deel van de schuld kwijtschelden, normaal onderdeel van de medicijnkast van het IMF, was toen niet aan de orde. Het land moest op de blaren zitten voor het onverantwoord omgaan met de schatkist. Griekenland uit de euro laten stappen was geen optie. Dat zou een keten aan totaal onvoorspelbare reacties in de markten tot gevolg kunnen hebben. Devaluatie van de munt kon niet omdat de Grieken geen drachme meer hebben. Doorgaans is dat ook een instrument van het IMF om een land te helpen omdat een goedkopere munt de concurrentiekracht verbetert.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden