EU-subsidies rekken bestaan inefficiënte Poolse keuterboer

De anderhalf miljoen boerderijen in Polen produceren te weinig om het land te voeden. Zonder EU-subsidies waren veel versnipperde, inefficiënte bedrijven al opgedoekt. Schaadt de EU de modernisering van de Poolse landbouw?

Subsidies voor Poolse boeren komen Nederlandse boeren ten goede. Ze voorkomen namelijk dat Polen zijn landbouwpotentieel optimaal benut. Voor ruim een miljoen Polen is de subsidie een uitkering die ze verliezen als ze hun lapje grond opgeven. "Hoe scheutiger we zijn met subsidies, hoe sneller de Poolse landbouw haar mogelijkheid verliest om het land te voeden", concludeerde het weekblad Polityka onlangs.

Neem bijvoorbeeld Dziecinow, een willekeurig dorp op zo'n dertig kilometer van de Poolse hoofdstad. Zoals in elk Pools dorp staan er nietsdoende mannen een peukje te roken en bier te drinken. Niet dat ze werkloos zijn. Ze zijn boer. Grzesiek, een besnorde veertiger, heeft 'zoveel land dat je het niet ziet als een wijf er met haar achterste op gaat zitten'. Met andere woorden: vijf hectare.

Dat is niet genoeg om echt te boeren, maar teveel om het boerenbedrijf eraan te geven. "Ik heb het winterkoren net gezaaid", zegt Grzesiek, terwijl hij zijn petje recht zet. Hij klaagt dat het eigenlijk allemaal niet loont. Dat is opmerkelijk,want Poolse consumenten klagen steen en been over hoge voedselprijzen. De statistieken geven hun gelijk. Veel producten zijn al duurder dan in Duitsland.

Goed nieuws voor de boer zou je zeggen, maar boer Grzesiek klaagt mee: "Hoeveel kost de pasteiworst tegenwoordig?" Zijn maat kent het antwoord: twaalf zloty. "Ziet u wel", concludeert Grzesiek met onnavolgbare logica, "het loont niet."

Dus rommelt hij wat aan op zijn vijf hectare. "Een varken, wat kippen en duiven. Dan heeft een mens tenminste zijn eigen eten. Kijk, die zijn van mij", zegt hij wijzend op een vlucht duiven die over de rommelige bebouwing van het dorp scheert.

Zijn land verkopen wil hij niet. "Hoewel land goed aan de prijs is", zegt hij peinzend. Maar wie geen land heeft, heeft geen status als boer. En wie geen boer is, is niet beschermd. Een boer hoeft zijn hand niet op te houden voor een uitkering, want die komt in de vorm van EU-subsidies. Een boer hoeft zich niet als werkloze te registreren om verzekerd te zijn, want de boerenverzekering kost een prikkie. Een boer kan rustig zwart bijklussen.

Niet op het veld van de buren natuurlijk. Daar zijn Oekraïners voor. "Kijk, die daar, dat is nog een echte boer. Die pacht land van anderen". Hij wijst op een tractor, die rokend en pruttelend de weg opdraait. Achterop de wagen zitten drie vrouwtjes met gebloemde hoofddoeken wezenloos voor zich uit te staren. "Die Oekraïense vrouwen werken voor 6 zloty per uur. Zou u werken voor anderhalve euro per uur?"

Van de ruim anderhalf miljoen geregistreerde Poolse boerderijen is ruim tweederde van het Grzesiek-soort: inefficiënt, zonder noemenswaardige productie voor de markt. "Als je kijkt naar opbrengst per hectare of naar arbeidsproductiviteit, dan loopt de Poolse landbouw inderdaad nog altijd ver achter", erkent Andrzej Kowalski, directeur van het onderzoeksinstituut voor de landbouw in Warschau. Maar de stelling dat het korten van EU-subsidies de modernisatie zou versnellen, trekt hij in twijfel.

"Stel je hebt een hectare of drie, dan krijg je honderd-nog-wat (25 en nog wat euro) zloty per maand. Is dat nu echt een reden om op dat land te blijven zitten?", vraagt hij retorisch. "Voor de landbouw is de algemene economische ontwikkeling veel belangrijker dan landbouwbeleid of subsidies." De redenering is simpel: keuterboertjes geven hun land alleen op als ze perspectief hebben buiten de landbouw.

In de jaren negentig gebeurde precies het omgekeerde: arbeiders die ontslag kregen in staatsbedrijven, gingen terug naar het platteland, dat de verborgen werkloosheid opzoog. "Ik werkte als stoker in een ziekenhuis in Otwock", zegt Zdzislaw. "Met de schop steenkolen naar binnen scheppen. Een dag hard werken, dan twee dagen vrij." Die twee dagen werkte hij thuis op de boerderij in Dziecinow.

Moderne verwarmingsinstallaties maakten kolenstokers overbodig. Nu zijn Zdzislaw en zijn vrouw Ela bezig kolen - eetbare kolen - van het land te halen. Hij loopt moeizaam, want zijn knie is 'op' van het zware werk. Ze hebben zelf zo'n drie hectare. Het koolveld van een halve hectare pachten ze. "Dat kost driehonderd zloty (75 euro) per jaar", zucht hij. "En dan nog de kunstmest", zegt Ela, die op de aanhangwagen staat. "Alle inkomenssteun gaat op aan die steeds duurdere kunstmest".

Ze klagen, maar hebben geen keuze. Ergens werk vinden is onmogelijk op hun leeftijd. De grond is het enige wat ze hebben. "We verkopen zoveel mogelijk rechtstreeks", vertelt Zdzislaw. "Van de week heb ik een hele dag op de markt gestaan. Drie zakken aardappelen heb ik verkocht, voor acht zloty (twee euro) per stuk. Een hele dag staan voor 24 zloty". Ze kijken reikhalzend uit naar hun pensioentje. Zij moet nog drie jaar, hij nog vijf. Verkopen ze dan hun grond? "Nee. De grond is voor de kinderen. Dat is zekerheid voor de volgende generatie", zegt Zdzislaw beslist.

Als die generatie dat tenminste nog wil, want volgens professor Kowalski in Warschau zal de uitstoot van arbeid uit de landbouw gestaag doorgaan. Het is als een glas dat half vol en half leeg is, betoogt hij. "Over onze landbouw kun je een heel positief verhaal vertellen en een heel negatief verhaal. Ze zijn allebei waar."

De stelling dat Polen zichzelf niet meer kan voeden, vindt hij voorbarig: "Afgelopen jaar was slecht door de economische crisis en door het extreme weer: droogte en overstromingen in één jaar". Als waarschuwing echter is ze terecht: "We hebben een enorme sprong gemaakt, maar nu rusten we teveel op onze lauweren."

Die sprong was indrukwekkend. Vanaf 1972 tot 2003 was Polen (nu goed voor 9 procent van de landbouwgrond binnen de EU) netto-importeur van voedsel. In 2003 veranderde dat. "30 Procent van onze landbouwproductie gaat naar het buitenland." Ook Eurostat, het bureau voor de statistiek van de EU, is lovend: de gemiddelde Poolse boer zag zijn inkomen het afgelopen decennium verdubbelen. Die nieuwe welvaart is echter ongelijk verdeeld en de sector als geheel is nog altijd geen geduchte concurrent voor West-Europa.

Op papier zie je dat niet direct. Slechts een paar landen binnen de EU - waaronder Nederland - verkochten aan Polen meer voedsel dan ze er vandaan haalden. In de eerste helft van dit jaar groeide het Poolse overschot op de handelsbalans van landbouwproducten tot 1,5 miljard euro. Dat resultaat is echter grotendeels te danken aan de verwerkende industrie, de Unilevers van deze wereld. Deze hebben zich in Polen gevestigd omdat de arbeid er goedkoper is en tot voor kort de prijzen van grondstoffen lager waren dan in West-Europa.

Hun exportgroei verhult in de statistieken de problemen van de eigenlijke landbouw. Zo is Polen vorig jaar een netto-importeur van graan geworden. Dit jaar zal voor nog meer geïmporteerd moeten worden. Het tekort aan plantaardige olie groeit al jaren. De Poolse landbouw is, ondanks de hoge prijzen, niet in staat de efficiëntie op te voeren.

"De efficiëntie ligt nog veel te laag", bevestigt Kowalski. "Maar de trend is positief. Toen we in 2004 toetraden tot de EU, hadden we 2 miljoen boerenbedrijven. Nu nog ruim 1,5 miljoen." Eigenlijk is de concentratie al verder: "Veel mensen zijn alleen op papier nog actief als boer, maar hun land wordt bebouwd door echte boeren".

Zo ook in Dziecinow. Het dorp telt 'tweehonderd nummers'. Afhankelijk van wie je ernaar vraagt, zijn er nog twee tot zes 'echte boeren'. De rest hanteert het motto waar- mee Zdzislaw en Ela hun kolen rapen: "De landbouw gaat naar de bliksem."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden