EU moet privileges Pakistan opschorten

Religieuze minderheden zijn vogelvrij in delen van Pakistan, schrijft Peter van Dalen. De EU moet Pakistan niet langer economisch steunen.

De Europese Unie is, gelukkig, geen militaire macht. De EU is in de internationale diplomatie een middenklassespeler. Het belangrijkste drukmiddel dat de EU heeft, is haar handelspolitiek. Op dit terrein speelt de Unie in de eredivisie. En wat mij betreft moet Europa de handel veel meer gebruiken als politiek drukmiddel om mensenrechten te verbeteren.

De EU heeft een stelsel van handelsvoordelen voor ontwikkelingslanden. Onder de noemer 'Generalised System of Preferences' (GSP+) kunnen deze landen extra voordelen krijgen als ze 27 verdragen over mensenrechten en goed bestuur ondertekenen én uitvoeren. Eén van deze verdragen is het Burgerrechtenverdrag. De Europese Commissie ziet toe op de juiste toepassing van deze regels.

Voor politici en diplomaten is GSP+ belangrijk. Want hiermee probeert Europa de mensenrechtensituatie in andere landen te verbeteren. Je zou denken: prima. Was het maar waar. De EU is hard bezig de effectiviteit van GSP+ te verkwanselen door haar eigen principes niet toe te passen.

Dodencel

Eén van de landen die profiteren van GSP+ is Pakistan. Het land is drie jaar geleden toegelaten, omdat het vorderingen zou maken op het gebied van mensenrechten. Ik heb mij daar toen al tegen verzet. Inmiddels is ook de Europese Commissie niet meer overtuigd dat het in Pakistan beter gaat. In een kritisch rapport werden onlangs ernstige schendingen van vrouwenrechten genoemd. Religieuze minderheden zijn in delen van het land vogelvrij. Politie- en justitieapparaat functioneren nauwelijks.

Dit alles komt samen in de zaak van de christen Asia Bibi, moeder van vijf kinderen, die sinds 2010 in een dodencel zit wegens vermeende godslastering. De beschuldiging was twijfelachtig en de argumentatie van lokale en regionale rechtbanken was ronduit slap. Maar haar dodencel is wel realiteit, evenals de doodsbedreigingen voor haar gezin en de christelijke gemeenschap.

Asia Bibi is één van velen. Pakistans blasfemiewetten schrijven levenslange gevangenisstraf voor bij 'onteren van de Koran' en de doodstraf voor 'beledigen van de profeet Mohammed'. Deze wetten leggen een deken van angst over Pakistan.

De Europese Commissie weet dit. Maar toen ik onlangs in het Europees Parlement de Eurocommissaris voor Handel, Cecilia Malmström, hierop aansprak, zei ze dat Pakistan technisch gesproken de doodstraf niet hoeft af te schaffen om aan het Burgerrechtenverdrag en de eisen voor GSP+ te voldoen.

Drukmiddel

Dat is onjuist. Malmströms eigen Europese Commissie schrijft: "Pakistan handhaaft de doodstraf voor een groot aantal misdrijven die niet altijd in de categorie 'meest ernstige misdrijven' vallen waarvoor de doodstraf volgens het Burgerrechtenverdrag is toegestaan". De Commissie vervolgt: "Het is zeer de vraag of blasfemiewetten gezien kunnen worden als 'meest ernstige misdrijven'". De Verenigde Naties zijn nog helderder: "Blasfemiewetten zijn niet te verenigen met het Burgerrechtenverdrag".

Door Pakistans handelsvoordelen te handhaven, zegt de Europese Unie in feite dat Pakistans wetgeving in overeenstemming is met het internationaal recht. Terwijl het tegenovergestelde het geval is.

Ik roep de EU en haar lidstaten op het beste drukmiddel, de status van GSP+, ten goede van mensenrechten te laten komen. EU-voorzitter Nederland moet hiertoe het initiatief nemen. De handelsvoordelen voor Pakistan dienen te worden opgeschort totdat het land zijn blasfemiewetgeving serieus hervormt en Asia Bibi vrijlaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden