Energie

EU-landen zetten schone energie-strategie klem

Zonne-energiecentrale in SpanjeBeeld reuters

De energieplannen die de Europese Commissie deze week presenteerde, tellen een slordige duizend pagina's. Onder de loep gelegd blijkt hoe lastig de schone-energie-ambitie te realiseren is.

Stel, iemand zet opeens het complete oeuvre van A.F.Th. van der Heijden op je bureau, dat meteen vervaarlijk begint te kraken. Er zit een brief van de uitgever bij. 'Niet elk boek apart beoordelen, hoor!', staat er vermanend. 'Je moet dit werk in zijn geheel zien.'

Iets dergelijk zei Maros Sefcovic deze week. De Slowaak is als een van de vicevoorzitters van de Europese Commissie verantwoordelijk voor de EU-energieunie. Samen met zijn Spaanse collega Miguel Arias Cañete (klimaatactie en energie) had hij zojuist duizend pagina's, onderverdeeld in zo'n acht aparte hoofstukken, voorgelegd aan het Brusselse perscorps.

'Schone energie voor alle Europeanen' is de overkoepelende titel voor de strategie tot 2030, maar verder gaan de wetsvoorstellen over van alles en nog wat. Energiezuinige gebouwen, transport, energiearmoede, biobrandstoffen, te veel om op te noemen.

Maar die mogen we dus vooral niet apart recenseren. Het hele pakket staat volgens Sefcovic voor 'de grootste transformatie van het Europese energiesysteem' sinds we überhaupt elektriciteitsnetwerken hebben in Europa.

De eerste reacties waaieren breed uit, afhankelijk van het deelonderwerp en het belang van de reagerende organisatie. Werkgeverskoepels en de energiesector zijn over het algemeen positief, milieuorganisaties zijn minder te spreken over het duurzaamheidsgehalte. Die prille kritiek deed Sefcovic echter af als voorbarig. Door steeds weer te wijzen op de enorme omvang van de voorstellen leek het alsof hij de critici van kleingeestigheid beschuldigde. Dat maakt de discussie er niet makkelijker op, als de Europese Commissie elke kritiek pareert met 'je moet het in z'n geheel zien'.

Concrete cijfers

Hopelijk duidt Sefcovic het ons niet euvel als we toch even één afgebakend terrein onder de loep nemen: de hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon, ook omdat daaraan concrete cijfers hangen en we er ons ten minste iets bij kunnen voorstellen.

Wat betreft die schone energie leunt de EU-strategie noodgedwongen op twee pijlers. De eerste is het klimaatakkoord van Parijs (2015), dat ons allen opdraagt de opwarming van de aarde deze eeuw beperkt te houden tot 2 graden Celsius en ons serieus in te spannen om het bij 1,5 graad te houden. Daar hoort een stevige afbouw van fossiele brandstoffen bij, met een bijbehorende groei van schone energie.

De tweede dwingende afspraak is in oktober 2014 gemaakt door de 28 EU-regeringsleiders in Brussel (zie kader).

De regeringsleiders legden vast dat het aandeel schone energie in 2030 in de hele EU minstens 27 procent van het geheel moet zijn. Op dat moment was dat nog slechts 14 procent, in Nederland zelfs nog lager.

Taboe

Ruim een jaar later volgde 'Parijs'. Volgens critici bieden de uitkomsten van die klimaattop - plus nieuwe alarmerende gegevens over klimaatverandering - voldoende aanleiding om het Europese 27-procentsdoel aan te scherpen, maar binnen de EU gebeurde niets. Ook in de nieuwe energiestrategie van deze week (het is maar een voorstel, kan nog alle kanten op) ziet de commissie kennelijk geen reden om de ambities naar boven bij te stellen.

Ander kenmerk van die 2014-afspraken is dat de landen destijds geen nationaal bindende streefcijfers wilden accepteren. Energiebeleid is voor lidstaten al bijna net zo'n taboe als belastingbeleid: daar moet Brussel met z'n handen van afblijven. Dus werd die 27 procent bindend voor de EU als geheel.

Hoe zorg je ervoor dat zo'n EU-breed doel wordt gehaald zonder dat lidstaten zich achter elkaar verschuilen? Brussel zelf bouwt immers geen windmolens.

Deze week kwam de commissie met een poging tot een antwoord. Je zult toch een centraal gezag nodig hebben, een pan-Europees instituut dat de nationale prestaties naast elkaar legt en streng beziet of de optelsom wel minstens 27 procent bedraagt.

Kortom: met hun weigering nationale streefcijfers vast te leggen, hebben de EU-lidstaten Brussel opgezadeld met de zoveelste toezichttaak. Wees niet verbaasd als diezelfde landen de komende jaren gaan klagen dat 'Brussel' te veel macht naar zich toe trekt.

Brussel als schoolmeester

Om hun inspanningen voor schone energie enigszins in de smiezen te houden, verlangt de commissie van de lidstaten dat ze de komende jaren hun hernieuwbare-energieplannen voor de jaren 2020-2030 inleveren. Vervolgens maakt de commissie elke twee jaar de balans op in zogeheten 'State of the Energy Union'-verslagen.

Als blijkt dat landen slecht presteren en andere landen de kastanjes uit het vuur moeten halen, moet Brussel als een schoolmeester ingrijpen. Maar hoe? 'De commissie kan lidstaten aanbevelingen doen om ervoor te zorgen dat de doelen worden gehaald', staat in een van de vele uitlegdocumenten bij het dikke energiepakket.

'Aanbevelingen' - erg dwingend klinkt dat niet. Op macro-economisch terrein, waar de Europese integratie nog een stuk verder gevorderd is dan op het gebied van energie en milieu, heeft de Europese Commissie de bevoegdheid om lidstaten jaarlijks te trakteren op 'land-specifieke aanbevelingen' over bijvoorbeeld hun woningmarkt of onderwijsinvesteringen. Zelfs die worden nauwelijks opgevolgd.

Afkopen

Nog verder verstopt in de uitlegtekst over het Brusselse toezicht staat een passage die suggereert dat lidstaten hun zwakke prestaties domweg kunnen afkopen.

'Welke EU-maatregelen zullen worden genomen als nationale pogingen niet genoeg zijn om de doelen van de energie-unie te halen?', staat er. Antwoord: 'Op het gebied van hernieuwbare energie kunnen maatregelen ook neerkomen op financiële bijdragen door lidstaten aan een financieel instrument, beheerd door de commissie, dat kan worden gebruikt ter ondersteuning van kosten-effectieve hernieuwbare energieprojecten binnen de Unie'.

In normale mensentaal: 'Jullie krijgen een boete. Hier met dat geld, dan zorgen wij wel dat het goed terechtkomt'.

Klem

Kan de commissie landen dwingen om in zo'n fonds te storten? Dan zullen die lidstaten de commissie eerst moeten voorzien van zo'n stok, waarmee ze vervolgens zelf kunnen worden geslagen. Erg reëel lijkt dat niet.

Denkend aan de smeekbede van Sefcovic is dit maar een ieniemienie-klein onderdeel van een enorme energietransformatie, maar alleen al op deze grasspriet van het voetbalveld blijkt hoe weinig benijdenswaardig de positie van zijn Europese Commissie is. Die zit klem tussen enerzijds de lidstaten (die op energiegebied geen millimeter aan beleidsmacht uit handen willen geven) en anderzijds de druk van onafhankelijke organisaties (ngo's) en kritische politici in onder meer het Europees Parlement, die de huidige streefcijfers veel te slap vinden.

Het akkoord op de EU-top van oktober 2014 was zwaarbevochten, omdat alle landen aan boord moesten. "Het is makkelijk voor de ngo's om hun streefcijfers op tafel te leggen", verzuchtte klimaat- en energie-Eurocommissaris Cañete woensdag. "Zij hoeven geen consensus te bereiken." Er klonk enige frustratie in door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden