Interview

EU-correspondent Christoph Schmidt: Over de Europese Unie wordt een hoop nonsens verkondigd

Voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie in zijn kantoor in Brussel. Links van hem staat Stevo Akkerman en rechts Christoph Schmidt. Beeld Sander de Wilde

De Europese Unie voelt voor veel Nederlanders als een ver-van-hun-bed-show. EU-correspondent Christoph Schmidt, sinds 2013 voor Trouw actief in Brussel, snapt dat best. Toch stelt hij alles in het werk om Europa voor lezers interessant te maken. “Wat er in Brussel gebeurt, raakt ons allemaal.” 

Ga er maar aan staan: bijna dagelijks schrijven over een onderwerp waarvan je op voorhand weet dat veel mensen het saai vinden. “Het maakt de uitdaging alleen maar groter”, zegt journalist Christoph Schmidt opgewekt. “Aan mij om lezers toch nieuwsgierig te maken naar de Europese politiek.” Als EU-correspondent doet hij al zes jaar met verve. Bijna dagelijks schrijft hij in Trouw over de meest uiteenlopende onderwerpen. Van de Brexit tot de wintertijd en van CO2-uitstoot tot subsidiefraude. “Geen dag in Brussel is hetzelfde.”

Overigens zou Schmidt er veel aan gelegen zijn om de misverstanden over zijn vakgebied voor eens en voor altijd de wereld uit te helpen. “Veel Nederlanders hebben nog steeds het beeld dat de EU een gesloten oester is, vol bureaucratische politici die zich door stroperige wetgevingsprocessen worstelen. Maar daar klopt weinig van. Sterker nog, na al die jaren hier ben ik ervan overtuigd dat Brussel opener en transparanter is dan Den Haag. Als lobbyist kom je hier bijvoorbeeld veel makkelijker binnen dan bij een Haags ministerie.”

Waarom is dat negatieve beeld over de Europese Unie dan toch zo hardnekkig?

“Voor veel mensen voelt Brussel als ver van hun bed. Ze hebben eigenlijk geen idee hoe Europa in de praktijk werkt. Ik snap dat best. Het Europese parlement telt 751 leden uit 28 landen die veel verschillende talen spreken. Dat maakt het er niet makkelijker op om je er als Nederlandse burger mee te identificeren. Bovendien zijn er veel verschillende instituties; voor ik hier kwam, haalde ik de Europese Raad en de Europese Commissie ook wel eens door elkaar. Maar als je je er even in verdiept, is het helemaal niet zo ingewikkeld.”

Maakt dat slechte imago je werk niet ondankbaar?

“Integendeel. Het is juist mooi om al die onderbelichte kanten van Europa voor het voetlicht te kunnen brengen. Ik heb de mazzel dat ik bij Trouw veel ruimte krijg om allerlei soorten verhalen over de EU te maken. Dat is bij sommige kranten wel anders. Ik hoor van collega’s van populaire media dat ze soms echt moeten praten als Brugman om een plekje in de krant op te eisen.”

Hoe maak je die ogenschijnlijk saaie onderwerpen aantrekkelijk?

“Door er zo smakelijk mogelijk over te schrijven. Ik wil lezers bij de kladden grijpen en ze mijn stuk intrekken. Dat doe ik onder andere met een creatieve openingszin. Verder probeer ik mijn verhalen een beetje luchtig te houden, met af en toe een knipoog. Daarbij heb ik mijn tante van 98 — een loyale Trouw-lezeres — voor ogen. Als zij mijn boodschap snapt en boeiend vindt, zit het wel goed.”

Wat voor artikelen heb je in aanloop naar de Europese verkiezingen gemaakt?

“Ik heb onder andere drie vertrekkende Nederlandse europarlementariërs geïnterviewd: Marietje Schaake van D66, Dennis de Jong van de SP en Wim van de Camp van het CDA. Ook over europarlementariërs bestaat trouwens een verkeerd beeld. Mensen denken vaak dat dat profiteurs zijn, die ‘s ochtends inklokken om vervolgens in een hangmat te gaan liggen en zich vol te laten gieten met champagne. In werkelijk zijn velen van hen keiharde werkers. En ik heb een essay geschreven over alle nonsens die tijdens de verkiezingscampagne over Europa is beweerd. Bijvoorbeeld dat Nederlandse Europarlementariërs alleen Nederland vertegenwoordigen. Alsof het parlement een soort songfestival is, waarin Nederlanders het moeten opnemen tegen andere landen. Nee, alle besluiten die ze nemen hebben betrekking op alle — nu nog — 500 miljoen EU-burgers. Door dat soort misvattingen te weerleggen, hoopte ik een paar extra mensen te bewegen om te gaan stemmen.”

Wilde je altijd al graag naar Brussel?

“Jaren geleden, toen ik nog bij de Wereldomroep werkte, heb ik ook al eens naar een post in Brussel gesolliciteerd. Toen werd ik het niet, maar mijn fascinatie bleef. Na al die decennia is Europa nog altijd een democratie in aanbouw, permanent in beweging. Denk maar aan de discussies over een mogelijke toetreding van Turkije, of over de eurocrisis, of over de Brexit. Ik heb het gevoel dat ik in een soort politiek laboratorium werk. Dat maakt de EU voor mij als journalist razend interessant. Daar komt bij dat de besluiten die hier worden genomen het dagelijkse leven van ons allemaal raken. Het gaat inhoudelijk dus echt ergens over.”

Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit?

“Omdat er altijd zoveel tegelijk speelt, bestaat die natuurlijk niet. Maar er is wel een aantal ijkpunten in mijn dag. Zo heb ik tussen negen en tien uur ‘s ochtends contact met de redactie in Amsterdam om te overleggen aan welk onderwerp ik aandacht ga besteden. En om twaalf uur is er dagelijks een persbriefing van de Europese Commissie, waar ik vaak bij ben. De middag — en soms avond — gebruik ik om mijn stukken voor de volgende dag te schrijven.”

Reis je als EU-correspondent ook veel?

“Ieder half jaar is een ander land voorzitter van de Unie. Ik bezoek daar dan altijd minstens één keer een EU-bijeenkomst. Zo was ik onlangs nog bij de top in Sibiu in Roemenië, de huidige voorzitter. Op Polen na ben ik inmiddels in alle landen van de EU geweest.”

Kijk je door al die buitenlandse ervaringen anders tegen Nederland aan?

“Ik ben me er vooral bewust van geworden dat Nederland een veel belangrijker rol in Europa speelt dan we zelf vaak denken. We zijn de grootste van de kleine landen, met een stevige vinger in de pap. Mensen als Dijsselbloem en Timmermans hadden of hebben een serieuze invloed op het Europese beleid. Maar ook bij de Europese Commissie zitten tal van Nederlanders op sleutelposities. Vermoedelijk wordt onze zeggenschap met het vertrek van Groot-Brittannië uit de EU alleen maar groter.”

Daarover gesproken: de Brexit is voor jou als correspondent vast een feestje.

“Dat thema is wel een van de krenten in de pap. Mijn collega Tim de Wit bericht vanuit Londen over de Brexit, ik doe dat vanuit Brussel. Ik hoor nog wel eens dat de EU zich zo star opstelt in de Brexit-onderhandelingen. Dat is maar net vanuit welk perspectief je het bekijkt. Vergelijk het maar met als Feyenoord ineens uit de eredivisie zou willen stappen. Over de voorwaarden van dat vertrek gaan ze met de overige deelnemende clubs onderhandelen. Gaandeweg dat proces bedenkt Feyenoord ineens dat ze toch nog twee keer per jaar tegen Ajax willen spelen, maar dan op een veld met grotere doelen en zonder buitenspelregel. Logisch toch, dat de andere clubs daar dan niet unaniem mee instemmen? Zo werkt het ook met de eisen die Groot-Brittannië aan de EU stelt.”

Durf je nog te voorspellen hoe het afloopt met de Brexit?

“Ik heb het al een paar keer mis gehad, dus daar waag ik me niet meer aan!”

Over Christoph Schmidt

Nadat hij zijn studie economie volgde Christoph Schmidt (1966) een post-doctorale opleiding journalistiek. Hij werkte onder andere negen jaar bij de Wereldomroep, voor hij in 2007 bij Trouw aan de slag ging, eerst als eindredacteur, later als verslaggever economie. Sinds juni 2013 is hij de EU-correspondent van de krant met standplaats Brussel.

Lees ook:

Achter de schermen bij Trouw

Welke keuzes worden er gemaakt bij het schrijven van artikelen en hoe pakken wij ons onderzoek aan? In deze interviews vertellen journalisten van Trouw hoe ze te werk gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden