Review

ETIENNE VAN HEERDEN, ZUID-AFRIKA EN NEDERLAND Terloops: wat is het tegenovergestelde van vervreemding?

De vernieuwer van proza in het Zuidafrikaans rond 1960 was Etienne Leroux. Zijn creatieve rol is tijdens de jaren tachtig en negentig overgenomen door de advocaat/schrijver Etienne van Heerden (1954) uit Grahamstad in Oost-Kaapland. Etienne van Heerden zoekt in zijn romans, verhalen en gedichten naar Europa zowel als naar Afrika.

Van zijn jeugdroman 'Matoli' tot en met zijn grote roman 'Casspirs en Campari's' probeert deze schrijver recht te doen aan beide continenten, denkwijzen, mentale gesteldheden en levensorientaties. Hij doet dat op een fijngevoelige, geestige en intelligente manier. Van Heerden is een knap verteller, een schrijver pur sang, wiens register reikt van het realistische naar het groteske en fantastische. In Nederland verschenen bij Meulenhoff de vertalingen van de roman 'De betoverde berg' en de verhalenbundel 'De witte aap'.

Wat vindt de schrijver van zijn Nederlandse publiek?

Van Heerden: “In de eerste plaats ben ik blij dat onder het Nederlandse lezerspubliek belangstelling bestaat voor mijn werk en dat van andere schrijvers in het Afrikaans. De belangrijkste lezersreactie voor mij is die van de, zoals we in ZuidAfrika zeggen 'gewone' lezer. Tijdens mijn bezoeken aan Nederland heb ik jammergenoeg alleen maar uitgevers, academici, vertalers en recensenten ontmoet. Ik heb dus alleen maar inzicht in hun reactie op mijn werk. Het zijn sympathieke mensen, vermoedelijk omdat ik voor hen de afgedwaalde neef - de witte aap - uit Afrika vertegenwoordig. Maar kort geleden stond hier in Grahamstad een mevrouw uit Amsterdam op de stoep met 'De betoverde berg' in haar hand.

Haar bezoek betekende voor mij meer dan een goeie recensie in een Nederlandse krant. Wat de Nederlandse recensenten betreft; het is opvallend dat zij met Zuidafrikaanse recensenten veel lezersstrategieen gemeenschappelijk hebben. Ons literaire stamland is uiteindelijk toch Nederland. Ik vind bijvoorbeeld dat Amerikaanse critici heel anders te werk gaan. Bij hen ligt de klem nog sterk op de 'verbruikersvriendelijkheid' van de tekst, op de lezer als consument. Een Amerikaanse criticus vond 'De betoverde berg' bijvoorbeeld te ingewikkeld, terwijl ik hier in Zuid-Afrika van een recensent het verwijt kreeg dat het boek te weinig weerstanden opwerpt en dus te makkelijk leest. Heel opvallend is dat Nederlandse lezers veel waardering hebben voor de Afrika-sfeer van 'De betoverde berg' en van 'De witte aap'.

Vele Afrikaanssprekenden hebben nog altijd het gevoel dat de blanken hier in Zuid-Afrika te zeer op Europa zijn gericht. Misschien hebben wij ons innerlijk wel meer van Afrika toegeeigend dan we denken. De roman omvat in sterke mate orale vertellingen, stemmen uit mijn kinderjaren: verhalen, familiemythen, verhalen uit de Karoo, die dorre landstreek. Daarmee ben ik opgegroeid als kind van een boer. Pas tijdens het schrijven van mijn roman, dat voor mij een soort herschrijven van de geschiedenis van mijn familie was en een 'uitskryf daarvan uit my gestel', begon ik te beseffen hoe sterk die stemmen in mijn oren leven. Na het verschijnen van de roman bleek dat het centrale gegeven - de man, een pa of opa die een jongetje dat in een boorgat is gevallen en daarin klemzit, het genadeschot geeft - dat dit gegeven een volksmythe is. Ik heb brieven en reacties uit verschillende uithoeken van het land gekregen waarin mensen beweren dat een soortgelijke tragedie zich in hun gewest had afgespeeld. Mijn vader heeft dit verhaal aan mij verteld als een gebeurtenis uit onze omgeving.

Het gaat hier dus om een algemeen gegeven.'

De reacties van de lezers op 'De betoverde berg' zijn zeer uiteenlopend.

Sommige lezers wijzen op de magische wending die mijn verhalen soms nemen.

Anderen lezen 'De betoverde berg' als een typisch modernistische roman.

Weer anderen houden voordrachten over de roman als een postmodernistische tekst. Misschien is een roman ook maar een soort trein. Bij elk station pikt hij een andere passagier op.'

Jaren geleden had u het over het grote psychische sterven dat voor Zuid-Afrika zou aanbreken. Hoe dichtbij is dat psychische sterven gekomen?

“Ik kan me niet precies herinneren waar het toen over ging. Om over een psychische sterfte te spreken in Zuid-Afrika - waar wekelijks tientallen doden vallen - klinkt bijna als een vorm van luxe in de oren. Maar het is ook waar dat de levenden in ZuidAfrika vele doden sterven. Tijdens mijn recente reis door Europa besefte ik dat ons land hondsdol is. Elke dag sterft dat wat de mens zo dringend nodig heeft om te bestaan, een perspectief, een 'vooruitsig'. Wij beroven elkaar van de hoop. Na de vrijlating van Mandela vlamde de hoop hoog op, ook letterlijk. Samen met vrienden heb ik op die avond, nadat we alles op de tv hadden gezien, een groot vuur gemaakt in mijn tuin. Nu branden er andere vuren.

Een grote schok was de Bishotragedie in de Ciskei, niet ver van Grahamstad. Iedereen wist dat er bloed zou gaan vloeien en toch ging de beweging meedogenloos in de richting van het ogenblik dat het automatische geweer 28 mensen zou doodschieten. De treinen van de macht rangeren blijkbaar met zoveel opgebouwde stoomkracht dat niemand hen kan tegenhouden. Verder verkeert heel zuidelijk Afrika in de grootste droogteperiode sinds mensenheugenis. Mijn vrouw die als arts zwarte kinderen behandelt in het plaatselijke ziekenhuis, heeft dagelijks te maken met de verschrikkelijke gevolgen van het geweld van de natuur. En toch hopen we. Die hoop, dat besef ik meer en meer, is louter instinct.

Het is als een klein hardnekkig plantje dat een kluit oplicht.'

Beschouwt u vervreemding ook als sleutel tot uw literaire werk?

“Vervreemding is een van de centrale gewaarwordingen in de literatuur van deze eeuw. In elk land bouwen schrijvers verder aan die angsttoestand van vervreemding die zo typerend voor onze twintigste eeuw is. Toch denk ik dat in 'Casspirs en Campari's' een poging wordt ondernomen om de vervreemding te boven te komen.

Terloops: wat is het tegenovergestelde van vervreemding? Gezelligheid? Dat klinkt toch helemaal niet interessant?! Wanneer de Afrikaanssprekende - ik verkies die term boven de uitdrukking Afrikaner die te sterk ideologisch geladen is - hier in Afrika een zekere mate van vervreemding ervaart, dan moet ik daar onmiddellijk aan toevoegen dat een Afrikaanssprekende op reis diezelfde vervreemding in Europa ondervindt. Soms vraag ik mezelf: wil jij in een grachtenhuis in Amsterdam wonen, af en toe een kopje koffie in een cafe gaan drinken of een haring in je keel laten zakken bij een visstalletje? Dan kan ik alleen maar antwoorden: ik verkies dat krankzinnige, belazerde en verflenterde continent Afrika. Zelfs al zal de mythe van Afrika verdwijnen en blijkt Afrika te zijn wat het is: een armoedig, van ziekte doortrokken stuk aarde dat uitgebuit is door kolonialisten en nu door corruptie en burgeroorlogen geteisterd wordt, ondanks alles is dit mijn enige thuis. Misschien zijn de onzekerheid, de onveiligheid, de strijd tegen de natuur en de politieke wroegingen al zoiets als een verdrietig thuis. Misschien zijn vrede en gemoedsrust een onbekend gebied geworden. Ek het sukkelende Afrika baie lief.'

Is er thans sprake van een nationale Zuidafrikaanse literatuur?

“De literaire systemen van Zuid-Afrika, de literaturen in Engels, Afrikaans, Zoeloe, Xhosa en andere talen, zijn tot op heden bijna altijd afzonderlijk bestudeerd. Maar om bijvoorbeeld apocalyptische literatuur te bestuderen, alleen naar Nadine Gordimer te verwijzen en Karel Schoeman en anderen buiten beschouwing te laten, dat vind ik een doodlopende weg. De bestudering van onze literatuur moet veel meer in een samenhangend verband gebeuren. Docenten hebben hierin een grote verantwoording. Een tekst in een specifieke Zuidafrikaanse taal kan niet alleen maar met andere teksten in diezelfde taal worden vergeleken. Alsof er geen wederzijdse osmose zou bestaan! Alsof we niet in hetzelfde land en dan toevallig in verschillende talen schrijven. Uiteindelijk zullen aan onze universiteiten instituten voor Zuidafrikaanse letterkunde gevestigd worden, in plaats van de huidige instituten Engels, Afrikaans, Afrika-talen enzovoort. Er zal een organische groei zijn naar een bewustzijn van onze literatuur als een eenheid. Zo'n eenheid is natuurlijk niet gelijk aan homogeniteit.

Schrijvers zullen gewoon doorgaan om weerbarstige individuen te zijn. Dat is normaal en dat is goed zo. Maar om in ZuidAfrika een Engelse schrijver of een Afrikaanse schrijver of een Xhosaschrijver te worden genoemd, is gewoonweg onzinnig. En om gelezen te worden, niet als schrijver maar als iemand die tot een bepaalde categorie behoort, is net zo irritant.'

Is het belang van de literatuur in dit tijdperk van verandering voor Zuid-Afrika niet afgenomen?

“Zo lang er mensen zijn met alle complexiteit van mens-zijn, zal er ook literatuur bestaan. In een tijd van verzoening is literatuur misschien zelfs belangrijker dan tijdens een periode van strijd. Aan de basis echter is duidelijk zichtbaar dat de Zuidafrikaanse lezers moe zijn van 'politiek' schrijfwerk. Ik merk het aan mijn studenten aan de universiteit van Grahamstad. Hun ogen worden wazig wanneer de zogenaamde geengageerde literatuur ter sprake komt. Ze zijn moe van de geheven vuist.”

De literaire en wetenschappelijke contacten tussen Nederland en Zuid-Afrika trekken weer aan. Hoe vindt u dat?

“Prachtig. Onder Zuidafrikaanse 'boekmense' leeft heel sterk het bewustzijn van de verliezen die we hebben geleden wegens de jaren van politieke spanning tussen Nederland en Zuid-Afrika. Toen ik studeerde was de toegang tot studie in Nederland heel lastig geworden. Er is een hele generatie van docenten en functionarissen in Zuid-Afrika die van de voedende bron was afgesneden die Nederland voor ons had kunnen betekenen.

Hopelijk zullen modules waarin aandacht wordt besteed aan de Zuidafrikaanse taal- en letterkunde in toenemende mate aan Nederlandse universiteiten worden aangeboden. Heel wat afgestudeerde studenten hebben de laatste tijd vanuit Nederland contact met mij opgenomen. Ook de neerlandistiek in ZuidAfrika kan een opleving tegemoetgaan. Ik beschouw de wisselwerking tussen Nederland en Zuid-Afrika als bijzonder belangrijk.'

“Vaak krijg ik het gevoel dat de eigentijdse Nederlandse schrijvers niet voldoende aandacht krijgen aan de Zuidafrikaanse universiteiten. Maar dat is een situatie die mettertijd zal verbeteren. Nederlandse schrijvers zijn van harte welkom. Wat sal Oek de Jong of Maarten 't Hart van 'n besoek aan Suid-Afrika kan maak? Of Biesheuvel! Tog sekerlik baie! Adriaan van Dis was immers, in resente tye, iets van'n Jan van Riebeeck. Onthou net om u malariapille te drink voordat u kom. En'n sonbrandmiddel. Vra my; ek het'n Hollandse gestel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden