Ethiek is kijken

Mario Coolen maakte de drama’s van de burgeroorlog in Guatemala mee. Nu het vrede is ziet hij met afgrijzen hoe vrijhandel de ziel van de Mayaspiritualiteit bedreigt, de maïsverbouw. „Economen doen nu wat vroeger de kerk deed”.

door Eildert Mulder

Politieke mode is grilliger dan het weer. Mario Coolen van de ontwikkelingsorganisatie Solidaridad volgt al ruim drie decennia Latijns Amerika.

Zijn conclusie: de grote problemen van dat werelddeel, die in de jaren zeventig in Nederland vooral linkse adrenaline omhoog joegen, zijn er nog steeds.

Ondanks revoluties, burgeroorlogen, vrijhandel en globalisering.

Het verschil: bijna geen mens in Nederland interesseert zich er nog voor.

Coolens verhaal is daarom ook een stukje geschiedenis van Nederlands politieke cultuur. Hij vertelt het in de bescheiden behuizing van Solidaridad in een Utrechtse zijstraat.

Aanleiding is een van de laatste afleveringen van de inmiddels afgesloten rubriek 'Godgeleerd & ’, waarin theologen op deze pagina vertelden over hun werk ver van de kansel.

Een van hen, Coolens voormalige Solidaridad-collega Jan Hartman werd leraar klassieke talen. De bevrijdingstheologie, ooit een sociale kracht van belang in Latijns Amerika, was volgens hem ingehaald door de tijd: „Het grote verhaal heeft zijn kracht verloren.”

Coolen waardeert Hartmans eerlijkheid maar wil ook zijn eigen verhaal kwijt. Het is geen ’groot verhaal’: „We leefden in een mozaïek van kleine verhalen, we waren puzzelleggers.”

Coolen en Hartman zijn van verschillende generaties en hun waarnemingen vullen elkaar aan. Hartman ging eind jaren tachtig naar Nicaragua. Hij raakte ontgoocheld, beleefde de nadagen van het linkse Sandinistische bewind, dat via revolutie aan de macht kwam en vercorrumpeerde.

Mario Coolen ervoer bijna twintig jaar eerder de corruptie en wreedheid van ’rechts’. Toen hij in 1972 in Guatemala aankwam heerste daar een rechteloosheid die leek te schreeuwen om revolutie.

Zo’n tien jaar later lagen tweehonderdduizend mensen in massagraven, waren vier collega’s van Coolen vermoord en had hij een diep doorleefde interpretatie van het Golgo-thaverhaal.

Coolen zag in Guatemala een revolutie in bloed gesmoord worden en botste op de redeloosheid van steenrijke plantage-eigenaren, die niet tot de kleinste concessies aan hun uitgebuite seizoenarbeiders bereid waren.

Meestal waren die arbeiders Maya’s, afstammelingen van de Indiaanse bevolking van voor Columbus. Tachtig procent van de Maya's leeft onder de armoedegrens.

De drinkbeker is nog niet leeg want vanuit het verre Nederland ziet Coolen met afgrijzen hoe, na de bloedbaden van de jaren zeventig en tachtig, nu ook de cultuur van de Maya’s wordt bedreigd in zijn ziel, de maïsteelt.

Coolen leerde in 1972 de Maya’s niet kennen via oude tempels en monumenten uit hun glorietijd, die de reisgidsen vullen.

Hij trof ze in het zwarte, vulkanische kustgebied bij de Grote Oceaan, als geschoffeerde seizoenarbeiders op reusachtige plantages, aangelegd op de vruchtbaarste grond, eeuwen geleden gestolen door Spaanse kolonisatoren.

Onder de ceibabomen, met hun lange takken, die ’tot in de hemel groeien’ en hun diepe wortels, die ’verbonden zijn met de onderwereld’, voerden de Maya's oeroude rituelen uit.

Het scheppingsverhaal van de Maya’s kende Coolen nog niet. Uiteindelijk creëerde God vier mannen en vrouwen uit maïskolven, die dieren bijeen hadden gezocht. Eerdere proeven met aarde en hout hadden misbaksels opgeleverd.

Ook moest Coolen nog leren dat ’leven is als lopen op een krokodil’.

Hij was een jonge, progressieve theoloog uit Nijmegen, die beslist geen missionaris wilde zijn. Zijn collega’s waren dat wel, ze zaten in een congregatie waarvan Coolen geen lid werd. Hij was dus geen priester, wat hij bij de eerste kennismaking omstandig uitlegde aan de Maya’s, die bij het afscheid vriendelijk zeiden: „Tot ziens, padre.”

Hij was ’verlicht’ maar ontdekte dat, onbewust, zijn uitgangspunt toch het christendom was, de idee dat God vooral christenen had geschapen.

Dat veranderde. Maya-mystiek werd deel van zijn leven, christelijke mystiek bleef dat en verdiepte zich.

Hij raakte onder de indruk van de Maya-ethiek. De kern daarvan is: „Je hoeft niet te geloven, als je maar goed kijkt.”

Ethiek begint bij kijken, zegt Coolen. Hij stelt er ’wegkijken’ tegenover. Winst maken ten koste van alles, bijvoorbeeld, zonder oog voor schadelijke gevolgen. De idee van ’Fair Trade’ staat mede in die Mayatraditie. Consumenten moeten weten of een product fatsoenlijk tot stand is gekomen.

Maar in 1972 kwam hij niet naar Guatemala voor verhalen van Maya’s, maar om onderdrukking op de plantages te bestrijden.

In 1968 was in de Colombiaanse stad Medellin de tweede bisschoppenconferentie gehouden, die onrechtvaardige structuren als zonde bestempelde.

„Dat was de stroom waarop ik Latijns Amerika binnenkwam”, zegt Coolen.

Zijn verhaal is een drievoudig snoer. Maya-mystiek, uitbuiting en Golgotha wisselen elkaar af.

Jezus’ totale wanhoop aan het kruis herkent hij vanuit zijn ervaringen in Guatemala.

In het opstandingsverhaal vindt hij troost voor het verlies van zijn vrienden. Soms ontmoet hij iemand, in wie hij een van hen herkent. Het bijbelverhaal van de Emmaüsgangers komt dan boven.

Het begon onschuldig. Coolen en zijn collega’s hielden bijbel-bijeenkomsten in kerkjes. Plantagehouders hadden die laten bouwen, onder het motto: ’bied die arme donders wat troost’.

Ze stamden af van Spaanse kolonisatoren of andere Europeanen, bewonderden de antieke Maya’s en hun beschaving maar minachtten en vertrapten hun nazaten.

Ricardo Muñoz bijvoorbeeld had een archeologisch Maya-museum en kon bezield vertellen over de oude Maya’s. Maar klachten over onderbetaling wuifde hij weg: „Ze zuipen hun loon toch maar op.”

Onderbetaling was niet de enige misstand op de plantages. Een journalist van de New York Times was binnen een dag vertrokken omdat hij doodziek werd van landbouwvergif.

Coolen: „Als ze nou maar de kerkelijke leer hadden toegepast, dat eigendom maatschappelijke verantwoordelijkheid inhoudt. Maar zelfs als je dat alleen maar zei dan was dat al subversief.”

Succes hadden ze met een nieuwe bijbelvertaling, in de volkstaal.

„Staat dat echt in de Bijbel?”, vroegen seizoenarbeiders verbaasd over de profeet Amos, die geknoei met gewichten aan de kaak stelt. Dat deed denken aan het constante gerotzooi met hun eigen dagopbrengst. „Een tophit was de uittocht van de Israëlitische slaven uit Egypte”, herinnert Coolen zich.

Discussies kwamen op gang. Later zag Coolen de opkomst van gewapend verzet, waaraan overigens ook kinderen van plantagehouders meededen.

Hij maakte de repressie mee, zag doodgefolterde lichamen van vrienden.

De afschuwelijke dilemma’s, die een terugblik oproept, vat hij samen met het verhaal van Petrus, die bij de arrestatie van Jezus met een zwaard een soldaat een oor afslaat.

Jezus geneest dat oor en beveelt Petrus zijn zwaard op te bergen. Coolen: „De boodschap is niet dat je nooit recht hebt om geweld te gebruiken maar wel dat je er zelf aan kapot gaat.”

Een van de activiteiten van Solidaridad is herbegraven, met ritueel, van mensen, die in massagraven zijn geëindigd.

De oorlog ging voorbij en geweld werd het ambacht van apolitieke jeugdbendes.

Een nieuwe tijd brak aan, met globalisering en vrijhandelsverdragen. De elite ’ging internationaal’, zoals Coolen het uitdrukt, en daarmee begon de ’grote uitverkoop’ van het land. Vorig jaar was hij met bisschop Wiertz van Roermond in een ziekenhuis in een grensstad.

Veel voorkomend ziektebeeld: verminkingen. Mensen willen de grens over, hangen onder treinen. Dat gaat wel eens mis.

Zo’n tien procent van de bevolking leeft nu illegaal in de VS.

De bisschop en Coolen bekeken een goudmijn, die de irrigatie van boerenbedrijven kapot maakt, met cyanide het milieu verpest en vooral buitenlandse investeerders ten goede komt.

Al hebben de eigenaren wel een grote Pinksterkerk gefinancierd.

Economen verkondigen hun eigen blijde boodschap van vrijhandel.

Die heeft wel een prijs, in Guatemala is dat de dreigende ondergang van de oeroude maïscultuur.

Coolen, die een boek over de Maya’s en hun bevlogenheid met maïs schreef: „De Maya’s vonden in dezelfde tijd de landbouw uit als de bewoners van het Midden-Oosten. Maar daar veredelden ze al bestaande gewassen. De Maya’s ontwikkelden zelf hun maïs, door grassen te kruisen.”

Ze kennen zeshonderd soorten. Die variatie is in gevaar nu Amerikaanse boeren genetisch gemanipuleerde maïs mogen dumpen. Daardoor dreigen een half miljoen Maya-boeren werkloos te raken.

Maïs is het hart van de spiritualiteit van de Maya’s. De dumping van Amerikaans maïs is daarom niet alleen economisch een drama maar tast ook de diepste kern van de Maya-cultuur aan.

Hun taal heeft hetzelfde woord voor kind als voor een jong maïsplantje. Rituelen bij maïsverbouw benadrukken dat een gemeenschap in essentiële zaken moet samenwerken en dat eigenbelang niet altijd het richtsnoer kan zijn.

Vroeger begroeven de Maya’s hun doden rondom een maïsakker. Maar de kerk vond dat heidens en verbood het.

Coolen: „Sommige economen doen wat vroeger de kerk deed. Ze vernietigen de cultuur van de Maya’s ’voor hun eigen bestwil’. En ze verkondigen hun ideeën met dezelfde stelligheid als destijds de priesters.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden