Et in Arcadia nemo

Griekenland wás natuurlijk allang failliet. Het land dat je op school moest worden bijgebracht in plaats van thuis, waar je maar had te luisteren naar de zondeval en de kruisdood van het christendom. In zekere zin heb ik altijd gehunkerd naar die heidense wereld met haar blauwe luchten waarvan de gebroeders Schlegel in de negentiende eeuw zeiden dat alleen dáár de klassieke kunst kon zijn voortgebracht. Al die goden en godjes die zich om de haverklap onder de mensen begaven, om ermee te paren of ze van een of ander ongerief te redden. Om zich dan weer terug te trekken op de Olympus en daar een heerlijk feestmaal aan te richten. De wereld van nectar en ambrozijn. Ik snapte wel dat het christendom met zijn woestijnen, sprinkhanen en omineuze Avondmaal daar niet veel van moest hebben. Het was ze te licht, te onverantwoordelijk misschien ook wel. Arcadië als soortnaam voor een idyllisch landschap waar je niet uit verdreven werd omdat er ook een of andere listige slang in huisde. Zelfs de gruwelverhalen van de Atriden over het lot dat je met een vloek belaadde, klonken kalmerender dan de verhalen over Golgotha en de Apocalyps. Je luisterde er tenminste naar om gelouterd te worden. Het kwaad in het oude Griekenland was niet afkomstig van een duivel en het diende een duidelijk doel. Het is niet toevallig dat we onze voetbalclubs Ajax noemen, Heracles, Sparta en niet Abraham, Johannes of Kanaän. Er was iets met dat oude Hellas dat op een gewenste wereld wees, al was die dan ook uit de duim gezogen. Maar een wereld waarin godinnen uit het hoofd van hun vader werden geboren of goden vermomd als zwaan of stier jonge meisjes verleidden, hield natuurlijk geen stand; de Romeinen als opvolgers van de Grieken geloofden er al niet echt meer in en Europa, nota bene genoemd naar een liefje van Zeus, zette er helemaal een streep door en rangeerde Griekenland naar de randen van het rijk. Ergens begin jaren zeventig van de vorige eeuw reisde ik er met een vriend naartoe, het was mijn eerste grote reis. Geld hadden we niet, we sliepen op het strand waar we 's ochtends door de politie met waterspuiten vanaf werden gespoten, en scheepten in de goedkoopste klassen van de veerboten in om vervolgens op de duurdere dekken te gaan douchen. Het had nog wel wat weg van de arcadische idylle waarover we op school hadden gehoord. Maar de laatste keer dat ik er was, eind vorige eeuw, was ook daar niks meer van over. De Grieken stonden geldbelust voor hun restaurants en probeerden je binnen te lokken. We huurden bij schreeuwerige hooligans scootertjes in knalkleuren om het eiland te verkennen, overal torenhoge hotels. Op Syros kwamen we er in een terecht waar de vlooien ons besprongen en het water almaar werd afgesloten. Athene, begin- en eindstation van onze vakantie, was een stoffige, vervuilde stad geworden. En de Akropolis werd bevolkt door gidsen die 'Neckermann hierher' schreeuwden naar hun kwetterende middelbaren in schreeuwhemden. Niets draaide meer om goden, en alles om geld. Hellas Helaas.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden