Estland treedt toe

Paavo Jürvi, geboren in Estland toen dat nog een sovjetrepubliekwas, dirigeert.

door PETER VAN DER LINT

vader doet dat ook, evenals zijn broer. Een echte dirigentenfamilie dus, en niet zomaar eentje.Paavo Jürvi: ,,Als mijn vader brandweerman was geweest, dan had ik nu misschien een brandweerhelm op gehad, maar hij dirigeerde toevallig en al op heel jonge leeftijd wist ik dat ik hetzelfde als mijn vader wilde.” Die vader, Neeme Jürvi, is wereldberoemd, chef-dirigent van het Gothenburg Symfonie Orkest en gast bij de beroemdste orkesten ter wereld. Zijn zoon Paavo is hard op weg naar eenzelfde status. Sinds 2001 is hij chef-dirigent van het Cincinatti Symphony Orchestra, begin dit jaar werd hij daarnaast muzikaal leider van Die Deutsche Kammer-philharmonie Bremen en vanavond maakt hij zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij dirigeert daar de wereldpremière van de Achtste symfonie ('Autumnal Fragments') van de Fin Aulis Sallinen, het Derde pianoconcert van Bartók en de Vijfde symfonie van Nielsen. Als we met elkaar spreken, zit de eerste repetitie er net op.

,,Je moet altijd weer de sleutel vinden om contact te maken met een nieuw orkest; en je moet natuurlijk durven. Ik hou van het onbekende en vind het heerlijk om nieuwe mensen, nieuwe musici te ontmoeten. Op dit moment in mijn carrière sta ik elk jaar voor zo'n twee à drie orkesten die ik nog niet ken. Nu dus het prachtige Concertgebouworkest en hiervoor ontmoette ik het Orkest van de Beierse Omroep in München en het Orchestre de Paris. Niet zomaar wat ensembles natuurlijk en ik merk eigenlijk elke keer weer dat de sleutel tot een goed contact de muziek zelf is. Aan ego's heb je niks, de muziek: daar gaat het om. Ook hier in Amsterdam merkte ik meteen dat ik de goede sleutel gebruikte.”

Jürvi dirigeerde ooit eerder een werk van Aulis Sallinen, de componist bij wie het Concertgebouworkest de Achtste symfonie bestelde. ,,Zo'n nieuw werk leren kennen is een lang proces. Het begint met heel simpele dingen - gewoon de partituur doorbladeren om te kijken hoe het eruitziet. Je ziet de vorm, de delen, je probeert er iets duidelijks uit te halen dat je als een soort van eerste handvat kunt gebruiken. Hoe ervarener je bent, hoe sneller het gaat, maar je moet het hoe dan ook maat voor maat instuderen. Ik ontmoet de componist morgen voor het eerst, maar als ik problemen met de partituur had gehad, dan had ik natuurlijk al eerder geprobeerd om met hem in contact te komen. Sallinens muziek is recht voor zijn raap, een heel begrijpelijke taal, tonaal, met veel verrassingen. Hij maakt uitbundig gebruik van de slagwerkgroep; dat spreekt me wel aan omdat ik vroeger zelf slagwerker ben geweest.”

Heeft die aanwezigheid van zoveel slagwerk ervoor gezorgd dat Nielsens symfonie - met zo'n fantastische rol voor de kleine trom - ook op het programma kwam?

,,Nee. Inderdaad! Aan die overeenkomst heb ik nog geen moment gedacht, maar het is een mooie link. Een programma als dit samenstellen is een beetje geven en nemen. De symfonie van Sallinen stond vast en toen heb ik zelf de symfonie van Nielsen voorgesteld. Daarna hebben we nog wat gesteggeld over welk pianoconcert van Bartók we zouden nemen. De Vijfde van Nielsen vind ik een absoluut topwerk. Ik heb het zojuist op cd opgenomen met mijn orkest in Cincinatti en heb het daar gekoppeld aan 'Le sacre du printemps' van Stravinsky. Die combinatie ligt niet direct voor de hand, maar de werken ontstonden tien jaar na elkaar en hebben dezelfde ruwe, barbaarse kracht. Bij Stravinsky gaat het om een heidens ritueel, Nielsen reageerde op de Eerste Wereldoorlog - ook een heidens ritueel!”

Jürvi is voortdurend op zoek naar dit soort verrassende combinaties, intrigerende programma's. Hij somt een paar avontuurlijke programma's op waarvoor de concertzaal in Cincinatti (3500 stoelen!) steeds vol zat. Jürvi deelt het pessismisme van de klassieke-muziekwereld dan ook niet.

,,Natuurlijk spelen we over vijftig jaar nog steeds Dvoraks Negende symfonie. En wel zónder toegevoegde beats of andersoortige onzin. Ook in de moderne muziek kom je tegenwoordig veel fluff tegen, gefabriceerde kul zonder substantie. Muziek van echte waarde zal er altijd zijn. Waarom al die paniek? Altijd zal de verkoop van Beethoven die van de vluchtige Britney Spears overtreffen. Kijk naar jullie eigen Amsterdam. Deze stad is het bewijs dat originaliteit en schoonheid altijd van waarde zal blijven, omdat het te goed is. En dat gezeur over jeugd in de concertzalen. We moeten ons niet op de jongeren zelf richten, maar op hun jonge ouders die opgroeiden met de 'klassieke' Beatles.”

Paavo Jürvi wil graag als ambassadeur van de muziek uit Estland gezien worden. Eén of twee keer per jaar is hij in zijn geboorteland (waarvandaan hij op zijn 17de naar de Verenigde Staten vertrok). Hij adviseert het Estonian National Orchestra en vertelt met onverholen trots dat een opname van het Estonian Choir onlangs een Grammy-onderscheiding won. Tubin, Tüür, Pürt, Tormis, Sumera - zijn vader speelde hun muziek al en hij zet die traditie voort. ,,Juist op dit moment, nu Estland toetreedt tot de Europese Unie, moeten we niet verzaken. We liggen al te ver achter. Het 'incident' van het communisme heeft ons zeventig jaar lang buiten de belangrijke stromingen gehouden; we waren té geïsoleerd. Maar nu - en iedereen moet dat weten - zijn we een verlichte natie, een geweldige plek voor cultuur.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden