Esthetiek van de genotzucht krijgt diepte door groots spel

’La Grande Bouffe’ o.r.v. Johan Simons; coproductie Toneelgroep Amsterdam en NTGent in Stadsschouwburg Amsterdam t/m 6-3 (+ 7/17-4); tournee t/m 15-5. www.tga.nl of www.ntgent.be

Theater is de kunst van de suggestie. Als de toneelbewerking van Marco Ferreri’s film ’La Grande Bouffe’ (1973) een ding duidelijk maakt, is het dat wel. Dat vier heren zich daar letterlijk dood eten aan de meest exquise gerechten is volstrekt overtuigend, al komt er geen hap eten aan te pas. Behalve dan die ene chocoladepudding, waar een ingehuurde hoer zich zo ongeremd gulzig op stort, dat het haar oren en neus uitkomt.

Zo’n plastisch incident maakt een wereld van verschil met het smetteloze woordvertoon van de mannen. Een verschil dat je geneigd bent te vertalen in termen van ordinair tegenover beschaafd, lagere driften tegenover klasse en beheersing.

Als satire op decadentie en consumptiemaatschappij werd de film destijds een schandaalsucces, dat men of subliem of schandalig vond. Die tweedeling in waardering is het uitgangspunt geworden voor Johan Simons’ enscenering. Als vertegenwoordigsters daarvan leggen de twee die de vreetorgie hebben overleefd via een reconstructie het ultieme oordeel bij de toeschouwer.

Inleving is er niet bij. Anders dan de film wakkert de voorstelling geen eetlust en daaropvolgende onpasselijkheid aan. Uit de lucht vallende massa’s vacuüm verpakt vlees en andere spijzen zijn daartoe te evident plastic of karton. Alle theatrale middelen dienen slechts het doel, dat het zich allemaal in je hoofd afspeelt.

Het mooie is, dat dit ook gebeurt, maar dan vooral door de superieure acteerprestaties. Stereotypen neerzetten, die vlees en bloed krijgen door een heel precieze karakterisering, is alleen de groten voorbehouden. Jacob Derwig als de piloot die zijn mannelijkheid obsessief wil bevestigen, Aus Greidanus jr als stijve rechter met moederborstencomplex, Wim Opbrouck als de kok wiens beschrijvingen de smaakpapillen bijkans meer beroeren dan de schotels zelf. Daartegenover zijn Elsie de Brauw en Chris Nietveld fenomenaal als metafoor van verrukte overgave en walgend misprijzen.

Een moreel oordeel dwingen zij, terecht, niet af. Eerder de conclusie dat het een kwestie is van vrije wil, of van mannelijke onmacht om nutteloze verveling te keren. De acteurs geven iets anders vorm en diepte: de esthetiek van de genotzucht. Hilarisch soms, maar vooral heerlijk om te zien. Terwijl de vormgeving met tal van beeldende kunstprojecties juist tot oververzadiging leidt. Deze acteurs hadden aan een leeg toneel genoeg gehad. Met een weergaloos geluidsnummer van Opbrouck bij de finale darmexplosie van een der lotgenoten als muzikaal hoogtepunt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden