Essay Dikke pillen

Lezen en gezelschapsspelletjes behoren tot de meest favoriete bezigheden onder de boom. Waarom niet het beste van twee werelden gecombineerd, moeten ze bij de VPRO hebben gedacht. Tot de Kerst heeft de omroep elke dag een kaartje prijsgegeven van het 'Boeken Kerstkwartet', vandaag is het compleet en te downloaden op www.vpro.nl/boeken.

Geen spoor van de gewijde sfeer die normaal nog weleens rond literatuur wil hangen. Kijk maar naar niet alledaagse, vrolijk stemmende categorieën als 'De film was beter', 'Lachwekkende levens' en 'Highbrow types'.

Er zijn ook vier kaartjes die vallen onder 'Obese boeken'. Uitverkoren zijn: 'Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden (1408 bladzijden), 'Stad in brand' van Garth Risk Hallberg (1056), de Bijbel (1700 - 2000, afhankelijk van de uitgave) en 'Een beknopte geschiedenis van zeven moorden' van Marlon James (in dit gezelschap een treffende titel want 'maar' 624 bladzijden).

Het is ludieke eindejaars-Spielerei, maar met een serieuze laag eronder. Het bijeenbrengen van deze boeken met het gewicht van een grafsteen in een groepje, problematiseert het kwartet gedrukte zwaarlijvigen ook: Zijn ze niet té dik? Is het lezen van dit soort werken van monumentale omvang geen al te grote opgave? Hebben lezers er nog tijd voor? Hebben ze er wel zin in met volop digitale en andere afleidingen voor het grijpen?

je verliezen in een verhaal

Omvang kan afschrikken. De al genoemde A.F.Th. van der Heijden is voor mij zo'n schrijver die zich als een berg aandient. Veel is bij hem vaak ook nog eens onderdeel van veel meer. Ruim 1400 bladzijdes als slechts één deel van een cyclus, die met nogal lange tussenpozen verschijnt. Bij een aantal ervan loopt de volgorde ook nog eens door elkaar heen: na een of meer delen kan zomaar opeens een proloog verschijnen. Waar stap je als lezer in? En kom je er nog uit?

Tegelijkertijd dompelt het dikke boek de lezers langer onder in zijn wereld. Hoe heerlijk is het om je te verliezen in een verhaal en niet al heel vroeg wreed uit de droom te worden gewekt. Het leest hooguit wat ongemakkelijker in bed of op de badhanddoek.

Als je ervan uit mag gaan dat goed verkopende boeken daadwerkelijk worden gelezen, wijst bovendien weinig erop dat omvang per definitie angst inboezemt. De instant-bestseller van het jaar, 'Judas' van Astrid Holleeder, is een zwaargewicht. Jolande Withuis neemt de ruimte voor haar levensverhaal van koningin Juliana. Meerdelige reeksen als die van Hilary Mantel, Elena Ferrante en Karl Ove Knausgard vinden moeiteloos hun weg naar de lezer. Bij J.K. Rowlings 'Harry Potter' stond de dikte de betovering van miljoenen jeugdige en volwassen lezers niet in de weg.

Menig auteur verkiest het dikke boek. Schrijven is schrappen. De grootste literatoren zijn niet per se degenen wier oeuvre de meeste meters boekenplank in beslag nemen. Maar omvangrijk lijkt een soort verzekering tegen snelle vergetelheid. Het lijkt of volumineuze boeken eerder een legendarische status opleveren.

Gedenkwaardige titels als 'Het verdriet van België' (Hugo Claus) en 'De ontdekking van de hemel' (Harry Mulisch), dat zijn evenmin dunnetjes. Vooral op veel schrijvers uit de Verenigde Staten lijkt geen maat te staan. Het verlangen om the Great American Novel te schrijven zit daar kennelijk diep.

Wie kwaad wil denken, kan financiële motieven vermoeden. Schrijvers krijgen een percentage van de verkoopprijs van hun pennenvrucht. Een dikker boek is meestal ook een duurder boek. Bij eenzelfde aantal verkochte boeken betekent dat simpelweg meer inkomsten.

De tekstverwerker zou ook zo'n stille verleider kunnen zijn. Het schrijven van een dik boek is simpelweg gemakkelijker geworden. Dankzij moderne gemakken als knip-en-plak en de zoekfunctie zijn verbeterde versies van

een eerste manuscript niet meer zo'n bevalling als in het tijdperk van de typemachine en het schrijven met de hand. Al bestaan er nog auteurs die zweren bij het ouderwetste ambacht.

Loon naar werken

Nogal wat non-fictieboeken lijden aan zwaarlijvigheid. Het zijn dikwijls producten van jarenlang onderzoek. Kill your darlings is een loffelijk streven dat dan snel wordt vergeten. Wie zich al die moeite heeft getroost, wil loon naar werken: volop ruimte om al die mooie vondsten te presenteren. De vaart en de leesbaarheid van boeken komt het lang niet altijd ten goede.

Ik heb me er zelf ook aan bezondigd. In 2004 publiceerde ik na jaren van onderzoek het levensverhaal van onderwijsminister en premier Jo Cals (1914-1971). De biografie was bijna 500 bladzijden. Dat had achteraf best een onsje, misschien wel een paar onsjes, minder gekund.

In een interview in HP/De Tijd van deze maand vertelt Annejet van der Zijl dat ze bij het schrijven van haar boeken alles wil weten van deelonderwerpen om daarna de kern te pakken krijgen. "Misschien voelen mijn lezers dat ook wel, dat ik met een grote trefzekerheid bijvoorbeeld de essentie van de politieke of de economische situatie in een bepaalde tijd kan schetsen. Het is echt niet moeilijk om dat in tien pagina's te doen, nee, de moeilijkheid is dat juist heel precies in één welhaast terloopse alinea of zin te doen."

A.F.Th.-achtig ontzag

Maar ook voor non-fictie gelden geen wetmatigheden. Ian Kershaw trok tweeduizend bladzijden uit voor zijn tweedelige biografie van Adolf Hitler en verveelde geen moment. Sebastian Haffner kon het met 10 procent van de ruimte af voor een fraai staaltje Führer-duiding in zijn 'Kanttekeningen bij Hitler', en met een soortgelijke lengte voor zijn even beknopte als befaamde biografie van Winston Churchill, toch bij uitstek een man met een leven waarover veel valt te vertellen.

Een andere meerdelige biografie, 'The Years of Lyndon Johnson', gaat op het ooit-nog-eens-te-lezenlijstje. Schrijver Robert Caro publiceerde zijn eerste deel bijna 35 jaar geleden en is inmiddels gevorderd tot deel vier. Het finale deel vijf moet nog verschijnen, als de auteur tijd van leven krijgt. Het uiterst gedetailleerde levensverhaal schijnt te lezen als een waargebeurde 'House of Cards' en werd in dit katern deze zomer nog warm aanbevolen door collega-recensent Co Welgraven. Maar het is ook het soort biografie-cyclus die vooraf een A.F.Th.-achtig ontzag oproept.

Of omvangrijke boeken werkelijk aan vetzucht lijden, hangt ondertussen altijd af van het soortelijk gewicht. Een dunne plot rechtvaardigt geen dikke pil. De auteur moet de lezer grijpen en tot het einde (en liefst nog even daarna) niet meer loslaten.

Het blijft een enorme klus om dat vele honderden of zelfs meer dan duizend bladzijden vol te houden. De kans dat een boek ergens halverwege inzakt, is groot.

Zelfs de everseller onder de vier obese boeken in het kerstkwartet van de VPRO lijdt daar volgens sommigen onder. "Het is te betreuren dat de Goddelijke inspiratie zich bij het Nieuwe Testament niet eveneens over taal en stijl heeft bekommerd", vond de filosoof Arthur Schopenhauer, duidelijk meer een liefhebber van het Oude Testament.

Obese boeken

en verhalen met vetzucht

De schrijver moet de lezer

grijpen en vasthouden,

liefst tot voorbij het einde

'Een beknopte geschiedenis van zeven moorden' van Marlon James: 624 bladzijden

'Stad in brand' van Garth Risk Hallberg: 1056 bladzijden

'Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden: 1408 bladzijden

'Juliana' van Jolande Withuis: 752 bladzijden

'Judas' van Astrid Holleeder 576 bladzijden

'Bijbel in gewone taal' 1900 bladzijden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden