Espace bracht veel dubbeltalenten

AMSTERDAM - Het huis hangt vol, maar galeriehoudster Eva Bendien (1921) zou graag nog een tekening van de Italiaan Novelli ophangen of een kaartje dat Karel Appel ooit aan Martin Visser stuurde. “Helaas, je kunt niet alles hebben. In veertig jaar tijd verzamel je zoveel om je heen.” Vorig jaar bestond Galerie Espace veertig jaar en dat wordt vanaf vandaag gevierd met een tentoonstelling in de galerie zelf en een expositie in de Vleeshal in Haarlem. En er verschijnt een boek, waarvan de inhoud voor de galeriehouders tot het laatste moment geheim moet blijven. “Ik heb wel een beetje een idee wat erin komt te staan, maar het blijft spannend. En het is natuurlijk heel leuk dat er over je bezigheden van veertig jaar een soort verslag komt.”

ROBBERT ROOS

Eva Bendien heeft samen met partner Rutger Noordhoek Hegt (1933) alles zien komen en gaan en maakt zich nergens meer druk over. Ze heeft niet het opgefokte van de jonge galeriehouder die gretig probeert zich te profileren of hijgerig achter de laatste trends aanrent. Hoeft ook niet, want in veertig jaar tijd is Espace uitgegroeid tot een monument in de Nederlandse kunstwereld, eerst in Haarlem en sinds 1960 in Amsterdam. De jongens van Cobra vonden er een eerste thuis en de schilders van de Nieuwe Figuratie werden er gastvrij ontvangen. Espace is ook meer een huis dan een galerie. De ruimtes zijn betrekkelijk klein, laag en intiem en de thee is snel gemaakt in de woonkeuken onderin het achterhuis. Praten doe je tenslotte in een huiselijke omgeving. Door Raveel, Alechinski en Lucassen getekende katten houden snorrend op hun papier de conversatie nauwkeurig in de gaten.

Eva Bendien begon in 1956 samen met Polly Chapon op het Klein Heiligland in Haarlem. Ze rolde er min of meer in. “Er was al zoveel aan voorafgegaan. Ik vond het gewoon leuk om een galerie te beginnen. Ik had toen al veel met kunst gedaan, ook zakelijk. Ik had het een en ander gekocht op veilingen en later weer verkocht. Een werkje van Isaac Israëls bijvoorbeeld. Of ik vond een aquarel van Weissenbruch in een rommelwinkeltje en verkocht dat weer door.”

“Ik heb geen formele opleiding gevolgd, maar her en der mijn kennis opgedaan. Ik ben een een jaar in Den Haag op de akademie assisent van de directeur geweest, die lesgaf in kunst- en cultuurgeschiedenis. Ik was toen achttien. Ik heb ook een soort privé-lessen gehad van Kasper Niehaus, schilder en kunstrecensent bij de vooroorlogse Telegraaf. Ik leerde al doende.”

De liefde voor de kunst had Bendien niet van vreemden. Haar oom Jo was een beroemde kunstenaar, evenals de aangetrouwde oom Paul Citroen. “Die waren heel dichtbij ja en ik heb ook veel met ze te maken gehad, zeker met Paul Citroen. Hij liet vaak dingen zien, was altijd bezig. Hij had veel in huis uit de Bauhaus-periode. Daar verkocht hij ook wel van en soms gaf hij mij dingen en daar mocht ik dan een beetje mee handelen. Ouwe litho's van Chagall en George Grosz.”

“Ik hou van de spanning van iets kopen, omdat ik het mooi vind en wil hebben, en vervolgens, als iemand anders het ook mooi vindt, weer te verkopen. Dat vind ik een mooi idee. Het heeft ook iets bevestigends. Niet dat ik geld wil hebben, maar een bevestiging van je kunnen. En het spel van kopen en verkopen boeide me al van jongs af aan. Ik voelde me ook heel flink als klein meisje tussen al die businessjongens. Om daar samen zaken mee te doen.”

Vanaf het begin koos Bendien samen met Chapon voor jonge kunstenaars. “We kenden die Cobra-jongens natuurlijk al, Appel en Corneille. We brachten ook voor het eerst Lucebert, als schilder toen nog vrijwel onbekend. En Alechinski. Ook van hem hadden veel mensen nog nooit gehoord. Zelfs de kunstcritici niet. Men had het alleen over de Hollanders. Wij wilden ook graag Jorn exposeren, maar dat is helaas nooit gelukt, terwijl we er wel hard achteraan zaten. Pas een paar jaar geleden hebben we tegelijk met de tentoonstelling in het Stedelijk een grote grafiektentoonstelling van Jorn kunnen maken in onze dependance in de Kerkstraat, die we toen nog hadden.”

Niet lang na de start in Haarlem kwam de verhuizing naar Amsterdam. “Willem Sandberg, toen de directeur, kwam wel bij ons in Haarlem, maar hij had ook veel buitenlandse relaties, die hij graag moderne kunst wilde laten kopen. Voordat ze echter aan Haarlem toekwamen, zaten ze al weer bijna in Amerika. Dus we dachten, we moeten in het centrum zijn. En het Stedelijk was het centrum. De kunst die daar hing, hadden wij ook.”

“Toen we in Amsterdam kwamen zijn betrekkelijk snel Raveel, Lucassen, Elias, Jan Roeland en die groep van de Nieuwe Figuratie erbij gekomen. We hebben toen zelfs nog Walasse Ting gehad met werk dat het midden hield tussen Amerikaanse action painting en Chinese calligrafie. Hele leuke schilderijen, totaal anders dan wat hij nu doet.”

Rutger Noordhoek Hegt raakte na de Documenta van 1965 steeds meer bij de galerie betrokken. “Handelen? Oh, nee. Dat kan ik helemaal niet. Kijken en ouwehoeren met de kunstenaars, dat is wat mij boeit. Ik ben nogal een groot lezer en als ik terugkijk, dan blijkt dat wij veel dubbeltalenten hebben gebracht: Lucebert, Hugo Claus, Breyten Breytenbach, Henk van Woerden, Chris van Geel. Alleen bij Henk is het een beetje jammer dat hij niet meer schildert.”

Inmiddels zijn Bendien en Noordhoek Hegt gestopt met nieuwe kunstenaars opnemen in de stal. Bendien: “Als je een kunstenaar opneemt, betekent dat niet alleen dat je een keer een tentoonstelling maakt, maar ook dat je hem promoot, dat je verantwoordelijkheid voor hem neemt, catalogi gaat maken. Iedere kunstenaar heeft veel tijd en aandacht nodig. Vroeger gingen we wel naar de Biënnale van Venetië en de Documenta als een van onze kunstenaars er exposeerde. Nu niet meer. De Documenta trekt me nu ook helemaal niet, als ik de verhalen zo lees. Veel te intellectueel. Voor mij is beeld heel belangrijk. Anders kun je thuis ook een boek gaan lezen. Dat is nou precies de kant van de kunst waar ik geen zin in heb. Ik hou meer van kijken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden