'Eskimo's vonden die Europeanen maar klungels'

Uitgever Menno Hartman (1971) verzorgde de heruitgave van het verslag van Niko Tinbergen van zijn verblijf op Groenland uit 1934

Eskimoland


Niko Tinbergen


Met voorwoord van Tijs Goldschmidt.


Van Oorschot; 208 blz. euro 19,99


Op jonge leeftijd ging Niko Tinbergen al met een camera de natuur in, op zoek naar vogels. Hij moest echt sparen om een paar afdrukken te kunnen laten maken. Fotograferen ging heel wat minder achteloos dan in het digitale tijdperk. Het ging veel meer dan nu om het vastleggen van hét moment. Dat leidt tot versterking van de waarneming, tot heel goed kijken. Daar werd misschien wel de basis gelegd voor Tinbergens latere loopbaan als gedragsbioloog en zijn met een Nobelprijs bekroonde werk.


'Eskimoland' is een boek over ontvankelijk zijn voor wat je ziet, vooral de schoonheid van de natuur. Tinbergen nam de tijd. Dat lees je terug en geeft het boek iets prettig onthaastends.


Ik stuitte op Niko Tinbergen bij het lezen van 'The Oxford Book of Modern Science Writing' van de Britse bioloog/etholoog Richard Dawkins. Het viel me op dat hij hoog opgaf over Tinbergens observaties van wespen. Dawkins noemde het opmerkelijk dat een wetenschapper zo ontzettend goed kon schrijven.


Ik sprak erover met schrijver en bioloog Tijs Goldschmidt. Hij sloot zich aan bij Dawkins' loftuitingen en wees op citaten uit Tinbergens verslag van een jaar op Groenland. Ik ben toen gaan speuren naar dat boek. Op internet vond ik nog één exemplaar, een uitgave uit 1934. Het bleek inderdaad een ontzettend leuk, onterecht vergeten boek te zijn. Met prachtfoto's van de auteur.


Niko Tinbergen, broer van de econoom Jan (eveneens winnaar van een Nobelprijs), reisde in het Internationale Pooljaar 1932-1933 met zijn vrouw Lies per schip vanuit Kopenhagen naar Groenland. Ze brachten ruim een jaar door in nederzettingen aan de oostkust. Het belangrijkste doel vormde het bestuderen van het gedrag van vogels als franjepoten, tapuiten en sneeuwgorzen.


Het boek laat zien dat Tinbergen zijdelings ook heel scherp andere zaken waarnam. Hij weidt uit over de gewoontes van de bewoners van Oost-Groenland, over (het maken van) kajaks en het gedrag van sledehonden.


Om naar Groenland te kunnen gaan, is Tinbergen versneld gepromoveerd. Hij had ook meteen de wereld van de universiteiten kunnen kiezen, maar trok bewust de wereld in. Na het harde werken voor zijn proefschrift lijkt hij volmaakt op zijn plaats op een plek waar de natuur het leefritme bepaalt. Hij en zijn vrouw leren de taal en eten met de mensen van daar zeehond en baardrobblubber.


Tinbergen had het gevoel nog net op tijd te zijn. Hij beschrijft hoe de Europese invloed zich aan de andere kant van Groenland al stevig laat gelden "zodat het niet lang meer zal duren, of ook hier zal de civilisatie zijn vervlakkend werk verricht hebben. Steeds meer werd ons duidelijk, dat we ons zeer gelukkig mogen achten, nog zoveel van het weinig gedegenereerd jagersvolk te kunnen zien."


Ik betwijfel trouwens of het toen echt 5 voor 12 was. Na Tinbergens 'Eskimoland' kwam ik een dagboek tegen van een eskimo van twintig, dertig jaar later, waaruit blijkt dat het leven nog maar weinig was veranderd.


Zeldzaam voor die jaren is dat Tinbergen nergens denigrerend over de inwoners van Groenland spreekt. Met enig plezier meldt hij wel hoe zij de van de natuur verwijderd geraakte Europeanen beschouwen als klungels, omdat ze eigenlijk geen van de in het Arctische gebied elementaire vaardigheden beheersen. En voor zijn trots getoonde fotocamera verliezen ze interesse als hij op hun vraag antwoordt dat hij hem niet zelf heeft gemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden