Escherzinnen

Het werk van de Nederlandse graficus Maurits Escher is wereldberoemd. Vooral de tekeningen waarbij een of andere vorm van gezichtsbedrog een rol speelt zijn erg populair. Toepassing van Escher-achtige technieken zien we met name in de reclamewereld. Zo bestaat het Sinterklaaspapier van de firma Blokker uit een patroon van kubussen die je op twee manieren kunt zien. Maar als je de ene kubus uitspringend interpreteert zijn alle aangrenzende kubussen inspringend, en andersom.

PETER-ARNO COPPEN

Ditzelfde verschijnsel bestaat ook in onze taal. En ook daar is het vooral populair in de reclamewereld. Een mooi voorbeeld is: in Nijmegen studeer je niet alleen. Wat is de oorzaak van dit taalkundige 'gezichtsbedrog'?

De zin in Nijmegen studeer je niet alleen kan op twee manieren begrepen worden. De beide betekenissen komen tot uitdrukking als we het woord alleen in een parafrase vervangen door slechts of eenzaam: Als je in Nijmegen studeert, ben je niet eenzaam of Het is niet slechts studeren wat je in Nijmegen doet. Gaat het hier nu enkel om de dubbelzinnigheid van het woordje alleen? Dat zou een beetje flauw zijn. Maar er is meer aan de hand.

De twee lezingen van de zin in Nijmegen studeer je niet alleen corresponderen met een verschillende intonatie. Blijkbaar heb je maar twee keuzes: ofwel je legt een klemtoon op alleen, en dan blijft studeer onbeklemtoond, ofwel je legt geen klemtoon op alleen, maar dan moet studeer beklemtoond worden. Net zoals je bij het Blokkerpapier geen twee aangrenzende kubussen tegelijk inspringend kunt interpreteren, terwijl dat afzonderlijk wel kan, zo kun je niet beide woorden studeer en alleen tegelijk onbeklemtoond laten, terwijl dat afzonderlijk wel mogelijk is. Waar ligt dat aan?

De generatieve grammatica neemt aan dat de zin afgeleid wordt uit een onderliggende structuur. In deze structuur staat het werkwoord achteraan: je in Nijmegen niet alleen studeert. Hoe werkt nu de dubbelzinnigheid van alleen? Als alleen 'slechts' betekent, vormt het een groep met het woordje niet: niet alleen. Als alleen betekent 'eenzaam', dan vormt het een groep samen met het werkwoord: alleen studeert. De dubbelzinnigheid van alleen heeft dus niet alleen gevolgen voor de betekenis van de zin, maar ook (vooral!) voor de vorm.

Nu is er in de zin één klemtoon beschikbaar voor de werkwoordelijke groep. In de eerste betekenis, waarin het werkwoord studeert in z'n eentje die groep vormt, krijgt studeert die klemtoon. Maar in de tweede betekenis, waarin die werkwoordelijke groep alleen studeert is, komt die klemtoon terecht op het woord alleen. In een bijzin zouden we dus krijgen: omdat je in Nijmegen niet alleen studéért of omdat je in Nijmegen niet alléén studeert. Bij verdere afleiding van de hoofdzin, waarin de woordgroep in Nijmegen vooraan de zin geplaatst wordt, het werkwoord naar de tweede plaats verhuist en de t van studeert wegvalt, wordt dat klemtoonpatroon niet verder aangetast.

Maar waarom zijn Escherzinnen en -tekeningen zo populair in de reclamewereld? Dat komt doordat zowel onze visuele als onze talige interpretatie van de buitenwereld in eerste instantie op een onbewuste manier gebeurt. Je rijdt langs een reclamebord en registreert het in een flits. Zonder dat je er bewust bij nadenkt, draait in je hoofd een interpretatieproces. Alleen als dat proces vastloopt, wordt je bewustzijn te hulp geroepen. En dat is nou het oogmerk van reclame.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden