Es wird erzühlt...

De uitgever die Het verhaal gaat... in Duitsland laat verschijnen belde mij op om te vragen of ik ginds Lesungen halten will. ,,Worüber?'' vroeg ik. Hij begreep mijn vraag niet. ,,Gewoon: Lesungen halten'', zei hij. ,,Ja, zei ik, maar een Lesung gaat toch altijd ergens über?''

Misverstand. 'Lesungen halten' betekent niet lezingen houden maar voorlezen uit eigen werk. Duits is moeilijk en mijn Duits is bar en boos. Ik zie mij dan ook niet in het Duits een lezing houden, maar Lesen, dat gaat goed, de boeken zijn door Stefan Hüring prachtig vertaald.

En zo trek ik van tijd tot tijd met de trein door Duitsland van stad naar stad, samen met andere handelsreizigers. Hetzelfde soort kerels als ik in de hotels aan het ontbijt aantref vind ik even later in de eerste klas, allemaal met hetzelfde koffertje met daarin ieders eigen handelswaar. Bij mij zit er Es wird erzühlt... in, zij handelen in bretellen, punaises, babyvoeding, waterbedden en combinatietangen, zo fantaseer ik mij. We hebben allemaal een laptopje voor onze neus, er moet wel gewerkt worden, onderweg. De treinen rijden keurig op tijd. Deden ze in '40-'45 ook, heb ik me laten vertellen.

De uitgever hoopt dat dankzij die 'Lesungen' het boek wat beter zal gaan lopen, want tot nu toe wil het niet erg vlotten. Niet onbegrijpelijk, ik zou in Amsterdam ook niet zo gauw een boek van ene heer Müller uit Berlijn kopen. Over de bijbel? Zal wel. Er verschijnen wel meer boeken over de bijbel.

Van stad naar stad, van zaaltje naar kerk naar boekhandel, soms zitten er acht mensen, soms tachtig.

Na de pauze is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Ik zit altijd te hopen dat er geen vragen komen, dan kan ik lekker doorlezen, maar nee hoor, altijd vragen. Voor ik antwoord meld ik even dat ze mogen kiezen tussen behoorlijk Engels of onbehoorlijk Duits. Ze kiezen altijd voor het laatste.

De vragen ginds zijn doorgaans dezelfde als de vragen hier. Bijvoorbeeld: ,,Waarom moet de Bijbel worden uitgelegd, er staat toch wat er staat, God wil toch niet dat alleen geleerde mensen zijn woord kunnen verstaan, we moeten toch worden als een kind?''

Ja, maar niet blijven als een kind. Ik antwoord zo goed als ik maar kan en aan het slot vat ik samen: Kortom, zonder uitleg gaan we de mist in. En ik vertaal: ,,Kurz, ohne Exegese gehen wir ins Mist''. Ik merk aan de reactie van het publiek dat ik iets vreemds gezegd heb. Er zit gelukkig een Nederlandse mevrouw in de zaal die doorheeft wat er fout is gegaan. ,,Ins Nebel'', verbetert ze.

Ach ja, denk ik, dat had ik kunnen weten: Nacht und Nebel. Mist is stront. Mest. Ging ik even de mist in!

Dat die Nederlandse mevrouw er was, had ik in de pauze al ontdekt. ,,Wilt u misschien een kopje koffie?'', kwam ze mij in onze moedertaal vragen. ,,Ik dacht: u zult wel zin hebben in een kopje koffie, en dat kennen ze hier niet.'' De lieve schat. Ze doceert aan de theologische faculteit van Heidelberg. De koffie zat in een thermoskan. Ze had er ook een plakje koek bij.

Dat van die treinen die in '40-'45 ook al zo mooi op tijd liepen, en dat van 'Nacht und Nebel', dat heb ik hier bij voortduring: er gaat geen uur voorbij of ik moet aan de oorlog denken. Bij oude mannen denk ik: jij was er bij, vader. Bij jonge mannen denk ik: je vader was er bij, vriend. En bij jongens denk ik: jouw grootvader marcheerde door onze straat. In gedachten zie ik ze weer gaan, ik kan hun laarzen en hun gezang nog horen: Wir fahren gegen England. Een moeder roept gauw haar kind binnen. ,,Wil jij wel 's gauw thuiskomen, Jantje, moet je soms ook verzuipen?'' Grappen van lang geleden komen weer boven.

Ik wandel door een winkelcentrum. Alle gebouwen zijn nieuw, het moet hier één grote puinhoop zijn geweest. Ik heb de bommenwerpers uit Engeland horen overkomen, zwaar brommend op de heenweg, hoger vliegend op de weg terug. ,,Ze zijn hun bommen kwijt'', zei mijn vader. Ik sta stil voor een herenmodezaak. Doe ik nooit in Amsterdam, mijn vrouw koopt dat spul altijd, maar hier wil ik wel eens even kijken. Zwarte overhemden. Bruine overhemden. Toe maar! Die kennen we nog! Weet ik veel dat dat tegenwoordig de mode is.

Het voetgangerslicht staat op rood, het duurt me te lang, er valt geen auto te bekennen, ik steek over. Ik voel de ogen van het gehoorzame voetvolk in mijn rug en ik moet mijn asociale gedrag kennelijk rechtvaardigen: Hoor 's even hier, redeneer ik tegen mezelf, ik heb destijds lang genoeg gewacht, nu maak ík de dienst uit. En waar die gehoorzaamheid van jullie toe kan leiden, nou, dat hebben we gemerkt. Hadden jullie in '40 maar netjes bij de grens halt gehouden!

Nee, er zit nog steeds een heel kwaad jongetje in de 63-jarige Schriftsteller die hier door de straten gaat. En dat terwijl mijn gastheren en gastvrouwen hier allemaal even hoffelijk en vriendelijk voor me zijn: de mensen van de uitgeverij, de boekhandel, de kerk, het cultureel centrum. Na de voorstelling gaan we altijd ergens een hapje eten, gezellig en ontspannen.

Om mijzelf op m'n duvel te geven voor mijn niet luwende wrok som ik in gedachten hele rijtjes grote Duitsers op: Bach, Rilke, Bonhoeffer, Küthe Kollwitz, Heine, Luther, Von Bodelschwing, Dorothee Sölle, allemaal edele zonen en dochters van dit volk. Het helpt niet echt.

Over Von Bodelschwing gesproken: ze hebben in Bethel gevraagd of ik daar wil preken: hier stichtte hij in de negentiende eeuw tehuizen voor epileptici en hier leidde hij honderden diakonessen op. Er zitten er die zondag zowaar een paar op de voorste rij. Ik preek over de verloren zoon en over zijn broer en over hoe die twee zich met elkaar zouden kunnen verzoenen. Ik merk dat die preek mij emotioneert. En ik word helemaal ontroerd wanneer de dominee van Bethel tot slot een lied laat zingen van Michel van der Plas. ,,Een Nederlands lied voor onze Nederlandse gast.'' Tot hilariteit van de gemeente blijk ik het niet te kennen.

Dankt für die Liebe die uns eint,

zusammen bindet Freund und Feind,

die Angst und Vorurteil verneint,

halleluja.

Dankt für das Heil und für das Fest,

das Gott für uns bereiten lüßt,

singet dem Herrn in Ost und West,

halleluja.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden