Errol Morris: ''De documentaire als kunstvorm is helaas vrijwel verdwenen'

THESSALONIKI - Dat zijn film gisteravond de tiende editie van het IDFA heeft geopend, was gistermiddag een complete verrassing voor de Amerikaanse documentairemaker Errol Morris die het International Filmfestival Thessaloniki bijwoont.

MARK DUURSMA

Van het IDFA-festival heeft hij nog nooit gehoord. Navraag in Amsterdam leert dat de festivalstaf vergeefs heeft geprobeerd om Morris te bereiken. Na enige uitleg raakt hij zo enthousiast, dat hij ter plekke besluit om zijn plannen om te gooien, zodat hij dit weekend in Amsterdam kan zijn.

Het is jammer dat Morris er niet bij was, maar met 'Fast, cheap and out of control' maakte het IDFA een uitstekende keuze voor de openingsavond. Documentaire essays zijn zeldzaam, en geslaagde essays al helemaal. Morris portretteert vier mannen, met als enig gemeenschappelijk kenmerk dat hun werk iets met dieren heeft te maken. De dompteur mijmert over de verdwijning van het circus, de computerfreak droomt van irrationele robots, de bioloog leert zichzelf kennen dankzij het bestuderen van de naakte molrat, de hovenier knipt sierheggen in de vorm van dieren. Ze praten over hun werk en het leven, schijnbaar zonder richting of structuur en geïllustreerd met een fascinerend mozaïek van junglefilms, circusscènes en tal van ander materiaal.

Morris: “Zelf weet ik ook niet precies waar de film over gaat. Zeker is dat de film niets beweert, mijn bedoeling is slechts om de kijker aan het denken te zetten. Vier personages willen iets laten zien en ik wil laten zien hoe zij omgaan met de vraag waar 'het' allemaal toe dient.” Hoewel hij inmiddels weet dat teveel praten over 'Fast, cheap and out of control' de magie eruit haalt en de film daarmee bovendien pedanter wordt dan hij bedoeld is, wil Morris wel iets loslaten over wat hij beschouwt als onderliggend motief. “Elk van de vier personages is zich bewust van een wereld die verdwijnt, maar er zijn verschillende manieren om daar mee om te gaan. De dompteur en de hovenier kijken terug, zij treuren om wat verloren gaat. De twee wetenschappers zijn eerder nieuwsgiering naar een volgende levensfase. Voor hen is het Apocalypse with a smile: we zullen evolueren tot iets dat zich beter aanpast, insecten of robots bijvoorbeeld.”

Een ander thema van de film, en er zijn er vele, is de menselijke behoefte om de omgeving te beheersen, of op z'n minst te ordenen. “We willen graag dat het leven zin heeft, maar er worden permanent deuken in dat harnas van illusies geslagen. Dan sluipt het absurde en de chaos van de werkelijkheid weer even binnen in ons leven. Wat de dompteur zegt over zijn leeuwen, geldt natuurlijk ook voor ons: de echte kooi is buiten de kooi. Dat zegt veel over onze behoefte aan bescherming tegen chaos.” Opmerkelijk aan Morris' film is vooral het subtiele evenwicht tussen theorie en emotie: wetenschappelijke informatie gaat naadloos over in oprechte melancholie. De eclectische visuele structuur is afkomstig van Robert Richardson, de vaste cameraman van Oliver Stone. Morris: “Ik wilde qua stijl iets heel anders, iets wat ik tot nu toe alleen in commercials heb gedaan.”

Reden voor Morris' aanwezigheid op het International Filmfestival Thessaloniki is een bescheiden retrospectief van zijn werk dat hier wordt vertoond. Het oeuvre van Morris bestaat uit louter hoogtepunten, terecht geldt hij als een van Amerika's origineelste documentairemakers. Faam verwierf hij vooral met 'The thin blue line' (1988), een reconstructie van een moordzaak die zoveel nieuwe feiten boven tafel bracht, dat de zaak werd heropend en een ter dood veroordeelde werd vrijgesproken. Ook zijn debuutfilm 'Gates of heaven' (1978) en 'A brief history of time' (1992) gingen verder dan dierenbegraafplaatsen en Stephen Hawking, de schijnbare onderwerpen. Op dit moment werkt Morris aan een film over een monteur van elektrische stoelen die de Holocaust ontkent. Het wordt zijn beste film, zo bezweert hij.

Het type documentaire dat hij maakt, ziet hij tot zijn spijt veel te weinig. “De documentaire wordt beschouwd als een vorm van journalistiek. Dat kan het heel goed zijn en ik bedoel het niet denigrerend ten aanzien van journalistiek, maar het kan zoveel breder zijn dan dat. Wat documentaire kan zijn is interessanter dan hoe het in het verleden is gedefinieerd. Toen het British Film Institute vroeg om een lijstje van mijn tien favoriete documentaires, vroeg ik naar de lijstjes van anderen, die overwegend journalistieke films hadden geselecteerd. Ik had films van Jean Vigo en Dziga Vertov, wat teruggaat op een ander idee over non-fictiefilm, een idee dat vrijwel verloren is gegaan. Voor mij is documentaire meer verbonden met kunst dan met journalistiek. Het werk van Frederick Wiseman bijvoorbeeld is veel persoonlijker dan men vaak denkt. Men praat over sociologisch getinte cinema verité, terwijl het bij Wiseman gaat om het theater van het absurde. Dat is juist zo mooi aan zijn films. De documentaire als kunstvorm is vrijwel verdwenen. Het zou mooi zijn als dat terugkomt.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden