Ernstig, complex: dat moet kunst zijn!

Een boek als kitsch bestempelen, dat is zo gedaan. Al wat sentimenteel lijkt, valt eronder. Maar vergeten critici niet te letten op symptomen van intellectuele kitsch? Duistere poëzie, Kafka-klonen, moeilijkdoenerij: daarvoor zijn recensenten vaak opvallend tolerant.

Iemand die mij niet zo goed kent liet me onlangs een boek zien dat ik beslist moest lezen. Het heette ’De grote strijd’ of ’Het tomeloze gevecht’ of iets dergelijks, de auteur zei me niks en op het omslag stond een man met een kin heldhaftig in een storm te kijken. Ik wist het direct: kitsch!

Kitsch aanwijzen lijkt voor de criticus zoveel makkelijker dan uitleggen waarom iets geslaagd of niet geslaagd is. Presse-papiers, poëziealbumplaatjes, sneeuwbollen, tuinkabouters, het betraande zigeunerjongetje, de Zangeres zonder Naam. En in de letteren de keukenmeidenromans van Hedwig Courths-Mahler (door niemand meer gelezen schat ik) en haar navolgers, de tranenrijke gedichten, theatrale romans met grote gebaren, al dat namaaknaturalisme voor lowbrows. Je ontmaskert het, plakt het etiket erop en het blijft zitten: kitsch.

Ter Braak schreef ooit een artikel ’Intellectuele kitsch’ waarin hij uitlegde hoe het volgens hem wel moest, naar aanleiding van de overigens totaal vergeten schrijver Peter van Steen: „Ochtendnevel van Peter van Steen is, hoewel het volstrekt geen volmaaktheid suggereert, een boek, dat door zijn zuivere toon voor zich inneemt; zelfs de onbeholpenheid van de vorm, die het hier en daar vertoont, zijn sympathiek, omdat zij bewijzen, dat van Steen geen poging heeft gedaan om het publiek door listige theatereffecten te verbluffen.”

Zuiverheid, authenticiteit, afkeer van theater, het zijn de elementen waardoor menig criticus het zeker weet: kunst!

Het is nog altijd een hardnekkig misverstand dat kitsch een effect is van sentimentele en karikaturale producten, terwijl oorspronkelijke, ernstige en complexe werken dan kunst zouden zijn. Kees Fens demonstreerde het misverstand in zijn recensie van ’Lieve Jongens’ van Gerard Reve: „Wat ik er tegen heb is dat de auteur met alle ingelaste spot en ironie er niet in slaagt dit cliché-gegeven boven zijn niveau uit te tillen, alle stilering ook ten spijt. Reve kan de gebruikte kitsch geen nieuwe impulsen geven. Hij stoot voortdurend tegen zijn eigen decors.” Alsof literatuur om echte kunst te worden toch altijd ’hoger’ moet zijn, meerwaarde moet hebben.

Maar kitsch tref je ook volop aan in werken met hoge ambities. In het kitschnummer van Raster uit 1989 schreef Charlotte Mutsaers, in dit katern al eerder aangehaald, dat ze zich ergerde aan de regel ’Ik voelde me bedroefd en goed’ – slotregel van Vasalis’ gedicht ’Fanfare-corps’. Vond ze kitsch. Een ongebruikelijk oordeel bij een gewaardeerde auteur als Vasalis, maar het wijst ons op de mogelijkheid ook kitsch te ontwaren in onverdachte producten van serieuze makelij, in modernistische werken en bij de avant-garde.

De criticus heeft er veelal een blinde vlek voor. Neem bijvoorbeeld het vroege werk van Leon de Winter. Tot halverwege de jaren tachtig schreef deze auteur een soort hedendaagse zoekromans in de trant van het modernisme om daarna onverwacht over te stappen op romans die meer naar het Amerikaanse pulpgenre neigen. Voor de laatste kreeg hij regelmatig het bestraffende etiket kitsch opgeplakt, maar ook zijn vroegere romans zijn in zekere zin kitsch. Ze offeren ostentatief aan gecanoniseerde auteurs als Kafka en de toentertijd erg populaire Peter Handke, zowel thematisch als qua stijl. Romans als ’Zoeken naar Eileen W’. en ’Vertraagde roman’ bijvoorbeeld zijn echte Handke-klonen met die zoektochten naar de eigen identiteit, psychische desoriëntatie en het speuren naar ordening in schijnbaar toevallige gebeurtenissen.

Maar ook De Winters licht vervreemdende, onpersoonlijke stijl met verwijzingen naar het schrijfproces zelf lijkt een afleggertje van Kafka en Handke: „Hier valt het perspectief even in een zwart gat, maar niet voor lang. Na deze zin, als de schrijver op het punt staat Khartoum te verlaten – in verhalen kan dit nu eenmaal in een pennestreek – zal het perspectief weer op zijn schouders neerstrijken.” (’Vertraagde roman’).

In het werk van Harry Mulisch treffen we weer heel andere kitschelementen aan: filmkitsch, religieuze kitsch. Ik heb zelfs het gevoel dat hij de betreffende passages soms opzettelijk aanbracht om zijn critici te beproeven. Veelzeggend genoeg vind je ze juist in z’n populairste werken. Het draaiende fietswiel in ’De aanslag’ bijvoorbeeld, nadat de NSB-agent van zijn fiets is geschoten, is zo’n haast provocerend kitschbeeld, en ook de onwaarschijnlijke eigenschap van Quinten in ’De ontdekking van de hemel’ om de dieren te kunnen verstaan, reken ik tot de edelkitsch. Maar het is een woord dat veel critici toch niet zomaar bij de meester durven te gebruiken.

Vooral succesnummers genereren een heleboel prullaria. Je zou om die reden zelfs een soort Giphart-kitsch kunnen onwaren. Allerhande auteurs schreven de afgelopen jaren in zijn trant jolige rock- en seksromans, vlot en vulgair, lekker van onze tijd. Aristide von Bienefeldt bijvoorbeeld, of in Vlaanderen Paul Mennes. Maar wat je ook van hun voorbeeld moge vinden, ze haalden diens ’niveau’ nooit; ze beproefden slechts flauwtjes de vijf minuten eerder voorgedane kunstjes. Je kunt het een soort gekwadrateerde kitsch noemen, Giphart ’light’. Omdat de meeste critici het allemáál al flauwekul vinden zien ze het verschil tussen origineel en namaak niet meer.

Heel anders is dan weer het werk van Peter Verhelst, moeilijk, veeleisend. Zijn roman ’Zwerk’ uit 2005 bijvoorbeeld levert een soort uitputtingsslag met de lezer. Maar is het eigenlijk de moeite wel waard? Het is met die naar 9/11 verwijzende explosie van de wereld en het vraagstuk Goed en Kwaad op het menu beslist een zware roman maar zijn het niet ook de kleren van de keizer? Op een bepaalde manier gelezen is het namelijk een soort literaire SF-kitsch, alleen niet als zodanig herkend omdat literatuur en sciencefiction elkaar niet goed kennen. In Nederland kregen de critici het boek niet goed verteerd maar in Vlaanderen werd het een heus cultsucces. Kitsch is ook een kwestie van omringende cultuur.

Het klassieke primaat van ernst en complexiteit geldt zeker ook voor poëzie. Intussen bestaat daar in mijn ogen een soort Ouwens-nep. Kees Ouwens was een unieke dichter van intrigerende, zeer complexe poëzie maar wie hem navolgt wordt al gauw een kloon. Zo iemand is bijvoorbeeld de dichter Jacob Groot, ook hermetisch en duister, dezelfde ademloze zinnen, maar allemaal net iets lichter en hapklaarder: „Je tijd is effectbejag, een dooddoener, maar in de zuiverste / ruimte van je binnenste, in de schijn van de waarheid omzeilt / als de rede een schip, vallen je ogen samen met het zien / en hoeft er niets meer.” Ik noem het kitsch, maar recensenten als Piet Gerbrandy en Ilja Leonard Pfeijffer noemden het ’adembenemend’ en ’spetterende gedichten’. Tja.

Evengoed kan trouwens de door Ter Braak zo geprezen ’zuiverheid’ kitsch opleveren. Neem een eenvoudige, sfeervolle haiku. Huub Beurskens, net als De Winter een modernist uit de jaren zeventig die later een zwenking richting grotere verstaanbaarheid maakte, schreef naast veel anders ook zulke haiku’s, kleine stillevens met weidse suggesties; dit is er een van:

Een boom omhakken

de stronk bezien die bleef staan

komendenachtsmaan

Mooi nietwaar, ingetogen en vol mystiek! Maar het is namaak, zoals haikukenner W.J. van der Molen aantoonde, die zag dat het origineel van dit gedicht bij de grote haikudichter Basho vandaan komt:

De boom omgezaagd

kijk ik naar de ronde stam:

De maan van vannacht.

Kitsch is er kennelijk in alle genres en stijlen, maar het wordt lang niet overal even sterk gevoeld. Tuinkabouters herken je nu eenmaal uit de verte al, maar echt waar, ook van quasi-oosterse mystiek, diepzinnigheid en avant-garde heb je de goedkope, zeg maar prullerige variant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden