ERNSTIG BEDREIGD (19-271)

Sinds 1994 publiceert het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij officiële overzichten van bedreigde soorten. De treurigste categorie op deze zogeheten rode lijsten is de hoogste: 'na 1900 verdwenen'. De gevaarlijkste komt direct daarna: 'ernstig bedreigd'. In 18 afleveringen beschreef deze serie de vogels, de vlinders, de zoogdieren en de reptielen en amfibieën die dat laatste stempel dragen. Vandaag tot besluit een geheel andere groep: de paddestoelen. “Over de satansboleet is meer niet dan wel bekend, en dat kon wel eens zo blijven.” Aan deze serie werkten mee: Cars Veling, Gerard Oostermeijer en Jan van der Made (De Vlinderstichting, Wageningen), Chris Schmeenk (Nationaal Natuurhistorisch Museum, Leiden) Raymond Creemers (Stichting Reptielen, Amfibieen en Vissen Onderzoek Nederland, Nijmegen), Ben Cox (Werkgroep roofvogels Nederland, Appelscha) Ton van der Have en Hans Peeters (Vogelbescherming Nederland, Zeist) en Eef Arnolds (Nederlandse Mycologische Vereniging, Wijster). Samenstelling en tekst: Remco Pols

Satanas is een grote. Zijn hoed kan een diameter van 25 centimeter bereiken. Hij is lichtgrijs, de poriën aan de onderkant zijn aanvankelijk karmijnrood maar kleuren later oranje. De steel meet maximaal 10 centimeter in doorsnee, en is bedekt met een uiterst fijn netwerk van rode richeltjes.

De satansboleet is, de naam zegt het al, een boleet. Dat is een vlezige paddestoel met buisjes in plaats van plaatjes of lamellen voor de aanmaak van sporen. De poriën aan de onderzijde van de hoed zijn de openingen van de buisjes. De bekendste boleet is het eekhoorntjesbrood.

In het nabije buitenland, in Duitsland en België, leeft de satansboleet in oude beukenbossen op kalkrijke, vruchtbare bodem. In Nederland hebben we zo'n omgeving niet; daar vinden we hem in beukenlanen op rivierklei en in de duinen. Hij vormt er een symbiose met oude bomen.

Een paddestoel is slechts het vruchtlichaam van een schimmel. Veruit het grootste deel van die schimmel bestaat uit de zwamvlok, een netwerk van fijne draden dat zich ondergronds over tientallen meters kan uitstrekken. De zwamvlok staat bij de satansboleet in contact met de wortels van de beuk.

De schimmel levert de beuk water en voedingszouten. Tegelijkertijd betrekt hij organische stoffen, vooral suikers, van de boom. Ectomycorrhiza, zoals deze vorm van symbiose heet, komt meer voor. De meeste bomen omringen zich met paddestoelen, de soorten wisselen met de leeftijd.

De satansboleet is een vroege paddestoel. Hij duikt eind augustus, begin september op en groeit één tot twee weken. De miljarden sporen die hij verspreidt, hebben alleen een kans als ze op een gunstige plek kiemen en een genetisch goed samengestelde soortgenoot treffen.

Hoe lang groeit de nieuwe zwamvlok voor er paddestoelen opduiken? Hoe groot kan hij worden? En hoeveel paddestoelen kan één vlok voeden? Over de satansboleet is meer niet dan wel bekend, en dat kon wel eens zo blijven.

Nederland telde ooit vijftien vindplaatsen, daarvan zijn er volgens de rode lijst twee over. In 1990 werd de paddestoel nog gezien op het landgoed Huys ten Donck bij Ridderkerk. In 1992 kwam de laatste melding van een laan bij Nederlangbroek, in de buurt van Leersum.

De satansboleet lijdt onder vermesting, de neerslag van stikstof afkomstig van de intensieve veehouderij, het verkeer en de industrie. En onder verzuring. De verlaging van de grondwaterstand speelde op sommige plaatsen een rol. En klepelen, daar hebben veel paddestoelen die lanen of wegbermen bewonen, last van. Gras wordt niet meer lang gemaaid en weggebracht maar in stukjes gebroken achtergelaten - ook dat heeft een ongunstig effect.

Vorig jaar dook satanas plotseling weer op bij Waardenburg, in de buurt van Zaltbommel, op het landgoed Neerrijnen. Daar was hij sinds 1980 niet meer gezien. Een opflikkering, schat de bioloog. Het jaar 2000 zal deze paddestoel nog wel halen. Maar tien jaar verder - 2010? Waarschijnlijk niet.

Behalve de satansboleet omvat de categorie 'ernstig bedreigd' van de rode lijst paddestoelen de volgende 252 soorten: (Sommige hebben geen Nederlandse naam. In dat geval is, cursief, de biologische naam gegeven. Tussen haakjes staat het jaar dat een soort voor het laatst is gezien. Paddestoelen die twintig jaar niet zijn waargenomen, 'promoveren' naar de hoogste categorie 'na 1900 verdwenen'. Dat wil zeggen dat ze, althans in Nederland, uitgestorven zijn. Voor de lijst werden gegevens tot en met 1995 gebruikt.)

Amandelrussula Antracietrussula Apothekerswasplaat Appelgeurrussula (1981) Armbandgordijnzwam Avondroodstekelzwam Ballonsatijnzwam (1978) Bedrieglijke gordijnzwam (1977) Beekmosklokje (1976) Beemdwasplaat Beroete brandplekbekerzwam (1976) Bisschopsmuts Bittere wasplaat Blauwe satijnzwam

Blauwvlokkige satijnzwam (1982) Blauwvoethertezwam (1976) Blauwvoetstekelzwam Blauwzwarte satijnzwam Blauwzwarte stekelzwam Bleekbruin staalsteeltje Bleekhoedviltknop (1981) Bleekroze koraalzwam (1976) Bleke bosbekerzwam (1978) Bleke fluweelmelkzwam Bleke knoflooktaailing Bloedrode gordijnzwam Bloedrode russula Blozende knolvezelkop Bospadbundelzwam (1979) Brandpelsbekertje (1976) Brandplekribelzwam Brandplekspikkelschijfje Bronskleurig eekhoorntjesbrood (1984) Bruin ballonbekertje Bruinbultige franjehoed Bruine aardster Bruine korrelhoed Bruine narcisridderzwam (1977) Bruine poria Bruine zandvezelkop Bruingerand staalsteeltje (1976) Bruingestreepte wasplaat (1978) Bruinrode wasplaat Bruinschubbige franjehoed

Bruinschubbig vuurzwammetje (1979) Bundelknotszwam Caramelsatijnzwam (1981) Ceriporiopsis mucida (1978) Cortinarius hinnuloides (1976) Cortinarius jubarinus (1985) Cortinarius subferrugineus Craquelrussula Dikplaatsatijnzwam (1982) Dikrandruiterje (1976) Donkere geelplaatrussula Donzige truffel Doolhofelfenbankje Druppelparasolzwam Dwergrussula (1979) Eikestekelzwam (1979) Elzemosklokje Essezwam Fluwelige wortelzwam Fraaie koraalzwam Fraaie stekelzwam (1985) Forse dennegordijnzwam Forse melkzwam Fors porfierzwammetje (1984) Geaderde satijnzwam (1980) Gebocheld mosklokje (1981) Gedrongen hazeoor Geelnetboleet Gegordelde beukegordijnzwam Gele witsteelvezelkop

Geoglossum difforme Gepeperde melkzwam Gerimpelde russula Geringde inktzwam Geschubde stekelzwam Gewone brandplekkelkje Gewone zijdetruffel Giftige vezelkop Gladde plooiparasol (1976) Glanzende houtskoolzwam Glibberig kaalkopje (1976) Glimmerige voorjaarssatijnzwam Gouden breeksteeltje Gouden pronkridder (1983) Grauwe ringboleet Grauwe trechterzwam (1982) Grauwstelige russula Grauw veentrechtertje Grijs leemkelkje (1981) Grijze schijnboleet Grijze vorkplaat Groene aardtong Groengeel trechtertje Grofschubbig staalteeltje (1984) Grootsporige vezelkop (1978) Grote fraaisteelgordijnzwam Grote trechtersatijnzwam Grote vleugelspoorkorstzwam (1984) Grote voorjaarsbekerzwam (1984) Grote worteltruffel (1979) Gymnopilus stabilis

Haarmoszwavelkop Halsdoekridderzwam Harige knoopzwam Harige manteltruffel (1981) Hoorn van overvloed Inocybe proximella Ivoorinktzwam (1984) Ivoorzwam Jeneverbeskaaszwam (1984) Jodoformrussula Kastanjebruine gordijnzwam Kegelcelsatijnzwam (1976) Kleefsnedemycena Kleine ballonsatijnzwam (1979) Kleine vleugelspoorkorstzwam (1982) Kleine trompetzwam Klein moskussentje Knolgordijnzwam (1982) Korrelige hertetruffel Krulaardster (1980) Krulmosschijfje Krulzoomridderzwam Kubusspoorsatijnzwam (1984) Kwelderchampignon Lactarius Mairei Lantaarnzwam (1979) Larvendoder (1977) Lederster (1981) Leemkleurige rouwridderzwam (1981) Lentebekerzwam (1985) Lilabruine schorsmycena (1985) Lila russula Linzeschoteltje Meelkop (1980)

Melig staalsteeltje (1979) Mestbekerzwam (1976) Muurtrechtertje (1982) Naaldhoutfranjehoed Okerbruine dwergchampignon (1979) Okerbruine schotelkluifzwam Olijfbruine zijdetruffel Olijfkleurige slijmkop (1982) Onwelriekende beurszwam (1983) Opkrullende strookzwam Oranjegeel kaalkopje Paarse brandplekbekerzwam Paarssteelvezelkop Peperige vaalhoed (1978) Peppelfranjehoed (1983) Porfiersatijnzwam Potloodrussula Pronksteelboleet Puntig mosklokje (1985) Purperbruine aardtong Purperbruine brandplekbekerzwam (1976) Purperen bosbekerzwam (1981) Purpersnedemycena Raapsatijnzwam (1981) Rafelige champignon Reuzekorrelhoed Riddergrauwkop (1976) Rode korrelhoed Roodnetboleet Roomkleurige dikhoed Rosse doolhoftruffel Rossig ballonbekertje (1983) Rossige stekelzwam Rossige vaalhoed Roze aardster Roze grasknotsje

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden