Ernest van der Kwast Ik wil mijn moeder raken, haar ontroeren

Ernest van der Kwast (Bombay, 1981) is schrijver. Hij debuteerde in 2005 met 'Soms zijn dingen mooier als er mensen klappen'. In 2010 volgde zijn doorbraak naar een groter publiek: 'Mama Tandoori'. Deze week verscheen bij De Bezige Bij zijn roman 'Giovanna's navel'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"De situatie bij ons thuis was zo: mijn moeder is hindoe, mijn vader is atheïst en wij gingen naar een protestants-christelijke basisschool. Het was de dichtstbijzijnde school en je kunt je kinderen daar niet naartoe brengen en zeggen: 'Laat dat geloof verder maar zitten'. God was een soort geweten, een groot oog dat meekeek bij alles wat ik deed. Toch had ik het gevoel dat ik er niet echt bij hoorde.

Als er werd gebeden in de klas, deed ik mijn ogen open om te kijken of we al in de hemel waren. Het was eigenlijk nooit een teleurstelling om te merken dat we nog gewoon met z'n allen in dat klaslokaal zaten. Misschien morgen, dacht ik dan. Of misschien bestond de hemel alleen als ik mijn ogen gesloten hield. Een beetje zoals Nils, mijn jongste zoon, denkt dat wij hem niet zien als hij zijn ogen dicht doet. 'Waar is Nils?' Zijn oudere broer, Finn, moet nu erg lachen om dit grapje. Twee jaar geleden geloofde hij nog precies hetzelfde.

Ik herinner mij dat ik God ooit heb gevraagd om Ashirwad, mijn oudste broer die geestelijk gehandicapt is, te genezen - vooral omdat mijn moeder dan minder verdrietig zou zijn - maar ik denk dat ik altijd heb geweten dat zoiets niet kon gebeuren. God verdween langzaam maar zeker uit beeld. Misschien hebben de opmerkingen van mijn vader daar ook aan bijgedragen. Als er op het Journaal aandacht werd besteed aan ongeregeldheden in Israël, zei hij: 'Zie je nou wel? Godsdienst heeft alleen maar slechte dingen opgeleverd'. Overigens vind ik dat hij daar te eenzijdig over denkt. Ik zou hem nog graag een keer de prachtige kerken van Rome laten zien. We hebben ook veel moois aan het geloof te danken."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Mijn moeder had een eigen bidkamer, helemaal boven op zolder. Daar stonden drie grote beelden van een halve meter en verschillende kleinere gipsen hindoegoden in rijke kleuren. Voor mijn vader was het verboden terrein maar mijn broers en ik mochten soms - op onze sokken - naar binnen. Ik vond het er magisch. Mijn moeder had een prachtige rode, doorschijnende doek. Ze zong en bad, wiegend, haar gebeden. Ze bad voor de genezing van Ashirwad. Ze riep niet alleen de hulp van Hindoegoden in, ze ging zelfs naar Lourdes en hoopte op een wonder. Het mocht niet baten. Ook haar smeekbeden voor mij hebben niet geholpen. Mijn moeder zag het schrijverschap als een reusachtig kwaad dat bestreden moest worden. Gebeden, verwensingen, vervloekingen: niets werkte. Toch blijft ze geloven, haar geloof is van ijzer. Het geloof biedt haar troost. Zo is het ook in mijn schrijverschap. Als ik schrijf, vind ik rust."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Op een paar moslims na, die hier ergens in de provincie een bestaan hebben opgebouwd (Van der Kwast woont in de bergen van Noord-Italië, AV), zijn onze jongens de enige twee die niet katholiek zijn gedoopt. Het is in Nederland veel gemakkelijker om ongelovig te zijn dan hier. Als mijn oudste zoon een keer godverdomme zegt, is er maar één persoon die je daar voor verantwoordelijk kunt houden en dat ben ik. Ik baal er zelf ook van dat ik hem dat lelijke woord heb meegegeven. Een vloek heeft maar één dimensie, 't is niks, veel te beperkt. Ik wil juist dat taal de betovering in stand houdt; met rijke woorden prachtige verhalen vormen waarin alles nog mogelijk is."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Hard werken, dat heb ik van mijn vader. Als ik iets in opdracht schrijf vind ik het niet moeilijk om aan het eind van de middag te stoppen, maar als ik met een roman bezig ben, voelt vrije tijd haast als een periode die ik op een of andere manier moet zien te overbruggen tot ik weer verder kan gaan met wat er werkelijk toe doet. Ik vond het zo moeilijk om 'Giovanna's navel' los te laten dat mijn vriendin zich, in alle ernst, ging afvragen of ik misschien een ander had. In zekere zin had ze gelijk: die ander, dat was mijn boek. Gelukkig begrijpt mijn vriendin wel wat mij bezielt. Mijn moeder heeft voor de passie van mijn vader veel minder begrip; hij mág thuis niet werken. Als ze hem betrapt, verscheurt ze zijn artikelen. In mijn geval zou ze waarschijnlijk de computer uit het raam hebben gegooid."

V Eer uw vader en uw moeder
"Het was mijn moeders grootste angst dat ik in de goot zou eindigen. Ze komt uit India, ze weet wat armoede is. Hoewel ze met mijn vader een welgesteld leven leidt, lijkt ze toch nog steeds het gelukkigst te zijn met koopjes en tweedehands spullen. Daar heb ik het in mijn jeugd wel moeilijk mee gehad. We zaten op een tamelijk elitaire basisschool, waar alle kinderen Ralph Lauren-kleren droegen en aan dat soort zaken wenste mijn moeder beslist geen geld uit te geven. Ik schaamde mij voor wie ik was. Ik schaamde mij voor mijn moeder. Inmiddels niet meer.

Mijn moeder en Mama Tandoori zijn niet een en dezelfde figuur, maar ik heb op die manier wel veel van die verhalen uit mijn jeugd op een vrolijke manier weg kunnen zetten. Maar goed, een schrijver in de familie: dat was absoluut niet de bedoeling. Ik moest arts worden, advocaat of econoom. Tijdens mijn studie fiscale economie heb ik twee boeken geschreven, maar zij heeft ze niet willen lezen. Toen Mama Tandoori uitkwam, heeft mijn vader het aan haar voorgelezen. Dat boek heeft haar geraakt omdat het ook over Ashirwad gaat, maar ik weet nu al dat ze 'Giovanna's navel' ongelezen zal laten. In dit boek speelt zij, misschien wel voor de eerste keer, geen enkele rol, maar het is wel vóór haar geschreven. Het klinkt heel kinderlijk maar ik wil vooral dat zij het mooi vindt. Als mijn moeder het mooi vindt, dan ís het mooi. Ik vind het leuk als mensen mijn boeken kopen, maar ik schrijf voor mezelf en ik schrijf voor mijn moeder. Zoals mijn zoontje naar mij toekomt en zegt: 'Papa, kijk!' Hij vraagt niet aan iemand anders. Hij vraagt het aan mij. Ik wil het niet al te dramatisch laten klinken, maar toch: mijn moeder antwoordt niet.

Als ik haar zie - mijn ouders wonen in Toronto, dus dat gebeurt een paar keer per jaar - ben ik na een dag letterlijk in tranen omdat het mij wéér niet is gelukt om tot haar door te dringen. Laatst was ze uit Canada overgevlogen om bij de première van het theaterstuk van 'Mama Tandoori' aanwezig te zijn. Tijdens de wandeling die we maakten, klaagde ze over het feit dat mijn vader zo hard werkte, over Ashirwads handicap, over de onvolkomenheden van haar andere twee zoons... Niets is goed, ze is over van alles ontevreden. Het raakt me weer, nu ik je dit vertel. Ik weet nog dat ik zei: 'Mama, we zien elkaar zo weinig, waarom kunnen we nou niet even genieten van het samenzijn?' 'Zo ben ik nu eenmaal,' zei ze.

Je komt er niet doorheen. Je komt niet door mijn moeder heen. Ik heb mezelf een keer - uit pure frustratie en omdat ik haar natuurlijk niets wilde aandoen - keihard voor mijn hoofd geslagen. Ik wil mijn moeder raken, ik wil haar ontroeren, ik wil dat ze mij ziet. Ze houdt van mij, dat weet ik wel, maar het lijkt wel alsof ze het steeds moeilijker vindt om dat te laten merken. Vroeger was alles zo vanzelfsprekend en warm, nu eindigt een poging om haar te omarmen in een onhandige botsing.

Met mijn vader heb ik een heel andere relatie. Hoewel hij een sukkel is in 'Mama Tandoori' - het is de wet van de comedy; je hebt zo'n type nodig om het verhaal te vertellen - heb ik het grootste respect voor hem. Dat hij het zo lang met mijn moeder uithoudt is op zich al iets om bewondering voor te hebben! Hij kan het, omdat hij zich weinig van haar aantrekt. Eigenlijk vindt hij alles goed, zo lang hij zijn werk kan doen. Hij is patholoog anatoom, een beroemd wetenschapper in zijn vakgebied. Ik bezoek hem wel eens als hij een congres geeft, ergens in Europa. Het is mijn droom om ooit nog eens, samen met hem, een toegankelijk boek te schrijven over zijn specialisatie: prostaatkanker.

Ik kom nog vaak oud-studenten in Rotterdam tegen die college van hem hebben gehad. Ik vind het prachtig om te horen dat hij hen met zoiets stugs - over ziekteleer en dood - heeft weten te inspireren. Mensen betoveren met verhalen; in dat opzicht is mijn vader meer dan voorbeeldig voor mij geweest. Af en toe stuurt hij een artikel op en vraagt of ik er even naar kan kijken. Hij leest mijn boeken. Ik hoef mezelf voor hem niet te bewijzen. Er is wederzijds respect. Ik eer mijn ouders, ook al is dat in het geval van mijn moeder niet altijd even makkelijk. Ik heb de weg naar haar hart nog niet gevonden."

VI Gij zult niet doodslaan
"Mijn vader werkte tegenover de middelbare school. Als ik zakgeld nodig had, stapte ik wel eens bij hem naar binnen. Ik heb nooit een lijk op tafel zien liggen. Hooguit een keer een stukje adamsappel waar hij die dag mee bezig was.

Mijn vader kijkt door zijn microscoop naar een zeldzame vorm van kanker waar iemand aan dreigt te overlijden en roept: 'Prachtig, dit moet je zien, zo mooi!' Hij heeft een andere kijk op leven en dood, dat kan niet anders. Als je tijdens het onderzoek aan het menselijk lijden blijft denken, kun je dit werk niet doen. Hij kan goed relativeren.

Ik houd de dood het liefst op grote afstand, ook in mijn werk. Een moord is mij te plat; zoiets past niet in mijn boeken. Alhoewel, ik ben nu toevallig met een verhaal bezig over een wetenschapper die met muizen experimenteert. Op een dag is hij de verjaardag van zijn zoontje vergeten, en doet hem - bij gebrek aan beter - zo'n muis cadeau. Het ventje wordt ziek en nog voor ze ontdekken wat hij precies mankeert, weet de wetenschapper hoe dit verhaal gaat aflopen: 'Ik heb mijn kind vermoord.'"

VII Gij zult niet echtbreken
"We zijn niet getrouwd, maar ik blijf wel bij mijn meisje. Het laatste verhaal in 'Giovanna's navel' (over een oudere schrijver die eenzaam terugkijkt op een leven vol affaires, AV) is een doemscenario, een waarschuwing aan mezelf gericht: zorg ervoor dat je zo niet zult eindigen. Kijk eens naar die schrijverswereld: Zwagerman is weg bij zijn vrouw, Kluun wordt weer met een ander gezien... het is niet zo vreemd dat het, als je erkenning hebt en roem, steeds moeilijker wordt om je partner trouw te blijven. Volgens mij heb je als schrijver een basis nodig, een thuis, een plek waar je je veilig en geborgen weet. Als je van de ene vrouw naar de andere hopt, gaat dat ten koste van je schrijverschap. Ik wil wat ik heb niet verliezen. Ik ambieer geen ander leven."

VIII Gij zult niet stelen
"Een goede criticus kan ontdekken door welke schrijvers ik mij heb laten inspireren. Ik neem geen alinea's over of zo, maar misschien kom je in mijn werk wel eens een woordvondst tegen die anderen ook hebben gebruikt - en die zij, op hun beurt, in het werk van een collega hebben gevonden. Op mijn iPad heb ik een paar van mijn favoriete boeken opgeslagen: 'Burning the days' van James Salter en 'De kus van Esau' van Meir Shalev, bijvoorbeeld. Stel je voor dat ik bezig ben met een scène waarin ik iemands ogen moet beschrijven. Dan tik ik de zoekterm 'ogen' in en lees hoe de grote Shalev daarover heeft geschreven. Ik neem die woorden niet over; ze geven eerder een soort vonk af waardoor ik weer verder kan. Ik voel mij door die schrijvers omringd; ik ga met hen in gesprek. Soms kan ik het Konstantin Paustovski bijna horen roepen: 'Kom op, Ernest, doorgaan! Wees niet bang, je kunt het.'"

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Vals getuigen is mijn tweede natuur geworden. Mijn verbeelding is een soort spuitende bron; ik kan er wel op gaan staan, maar dan vindt hij op een andere plek toch een weg naar boven.

Ik heb twee keer onder een pseudoniem geschreven, een keer zelfs in de stijl van Arnon Grunberg - verder kun je niet van jezelf vandaan raken. Na 'Mama Tandoori' heb ik met mezelf afgesproken: vanaf nu is het gewoon Ernest van der Kwast. Anders wordt het verwarrend. Humor en absurdisme zullen altijd deel uitmaken van wat ik doe, maar ik merk dat ik minder vaak een knop hoef in te drukken; dat ik op een natuurlijke manier, als vanzelf, ben gaan schrijven. Als ik 'Giovanna's navel' teruglees, zie ik dat ik dit keer heel trouw aan mezelf ben gebleven. Ja, weemoed en verlangen - dat zijn thema's die je in mijn verhalen terugvindt, maar in het dagelijks leven ben ik gewoon een vrolijke jongen, de vader van twee kleine apen, die het niet kan laten - mijn directe omgeving wordt er wel eens moe van - om mensen voor de gek te houden. Toen een Vlaamse journalist mij vroeg waar in 'Giovanna's navel' de vermomming zit, heb ik hem geantwoord dat het eigenlijk een manuscript is van Guiseppe Tomasi di Lampedusa, de auteur van 'Il Gattopardo'; dat ik het ergens op een marktje heb gevonden en zelf heb vertaald. Ik heb die journalist gevraagd of hij deze informatie niet wilde publiceren, maar die heeft zich daar niets van aangetrokken. Zo blijf ik dus alleen in België nog een raadselachtige figuur. Maar goed, daar verkoop ik toch nauwelijks een boek."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Afgunst, nijd, jaloezie: het zijn geen mooie woorden en ik zou ze dan ook liever niet op mezelf betrekken, maar ik weet evengoed dat ik er vreselijk de pest in heb als een waardeloos boek lovend wordt besproken en ook nog eens bizar hoge verkoopcijfers haalt.

Ik ben erg gedreven, maar ik heb geen plan. Ja, plannetjes: drie jaar geleden heb ik een talkshow opgezet en ik wil nog graag een keer een comedy schrijven, maar het enige wat ik echt altijd voor ogen heb is een volgend boek. Doordat ik zoveel verschillende dingen doe hebben mensen nog wel eens het idee dat de romans er maar een beetje bij bungelen. Het ís ook de grootste valkuil; ik zou zonder het schrijverschap financieel niet in de problemen komen. Andere opdrachten, vrouwen, bijzaken als erkenning of roem: daar moet je jezelf, als schrijver, tegen blijven beschermen.

Als ik niet schrijf, ben ik een minder compleet mens. Ik ben de regisseur van de theaterstukken die op de middelbare school werden opgevoerd nog altijd dankbaar. Als hij niet had gezegd: 'Jij zou zélfs eens een stuk moeten schrijven' was het er misschien nooit van gekomen. Dan was ik nu een fiscalist van 31 geweest. Een goeie, denk ik, omdat ik ook in dát werk gedreven zou zijn, maar als mens toch lang niet zo gelukkig als ik nu ben.

Stel je voor dat Mozart in een of ander boerendorp was geboren waar niet één muziekinstrument te vinden was, dan zou hij toch heel somber en cynisch zijn geworden, zonder te weten waarom. Gelukkig heeft iemand die passie - een soort schatkamer ergens diep van binnen - op tijd in mij ontdekt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden