Erkenning voor het vuile werk van weleer

Reportage | Rotterdam-Zuid trekt ook nu veel nieuwkomers aan

ROTTERDAM - Kazim Kurtkaya (73) was 24 toen hij in 1965 zijn vrouw en twee jonge kinderen in Turkije achterliet om in Apeldoorn te werken. "Ik wilde een beetje geld sparen in Holland, en dan weer terug." Twee jaar werkte hij in de papierfabriek in de Gelderse stad. "Daarna werkte ik in een bandenfabriek in Tiel, in Zwolle in een papierfabriek en bij Philips en later in Zaandam in het distributiecentrum van Albert Heijn." Na acht jaar kwamen zijn vrouw en kinderen over naar Nederland. Gaandeweg besefte hij dat hij nooit meer in Turkije zou gaan wonen. "Ik woon nu 49 jaar in Nederland. Ja, ik voel me ook Nederlander."

Voor veel aanwezigen gistermiddag voelde het als erkenning. Ruim vijftig jaar na hun komst is er een plek die herinnert aan al het zware en vaak vuile werk dat ze deden in het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog: het monument voor de gastarbeider, in de Afrikaanderwijk in Rotterdam-Zuid.

Die plek is niet voor niets gekozen. Rotterdam-Zuid heeft altijd nieuwkomers aangetrokken. Aan het einde van de twintigste eeuw kwamen Zeeuwen en Brabanders naar de wijken aan de linker Maasoever om te helpen in de snel groeiende haven. Na de Tweede Wereldoorlog waren het eerst groepen Spanjaarden, Italianen en Grieken die zich er vestigden, al gauw gevolgd door Turken en Marokkanen. Nu de migratie uit die landen tot stilstand is gekomen, nemen de volgende groepen alweer hun intrek in de wijken van Zuid: Oost-Europeanen, zoals Polen en Bulgaren.

De komst van de nieuwkomers verliep nooit rimpelloos - de Brabanders werden al als domme boeren gezien. De onvrede kwam echt tot uitbarsting in de zomer van 1972, in de Afrikaanderwijk. Uit woede over het groeiende aantal Turken in de wijk trokken autochtone Rotterdammers de buurt in. Gedurende zes dagen gooiden ze ruiten in van gastarbeiderswoningen. Een Turks pension werd gekraakt en het meubilair op straat gegooid. Het waren de eerste en enige rassenrellen in de Nederlandse geschiedenis.

Net als Kurtkaya zeggen veel van de inmiddels gepensioneerde gastarbeiders zich thuis te voelen in Nederland. Hun kinderen en kleinkinderen zijn hier naar school geweest en hebben betere banen dan zij hadden. Maar hun kansen op de arbeidsmarkt zijn nog niet gelijk aan die van hun Nederlandse klasgenoten. En gastarbeiders van de eerste generatie hebben vaak meer Nederlandse vrienden dan hun kleinkinderen.

Nain Gök (66) is bang dat zijn dochter, die in Nederland is opgegroeid, permanent in Turkije gaat wonen. "Ik hoop dat ze hier blijft. Maar in Nederland is het moeilijker voor haar om werk te vinden dan in Turkije."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden