Erkenning als eerste prioriteit

De combinatie van vier racketsporten – badminton, squash, tennis en tafeltennis – leidt tot een nieuwe sport: racketlon. Afgelopen dagen was het WK in Nederland.

zoetermeer – De voorzitter van de Stichting Racketlon Nederland is druk. Eerst fungeert ze als official bij de squashbaan, even later moet ze zelf spelen en straks moet ze een huldiging voorbereiden. Tussendoor heeft Eefje Henkelman bijna geen tijd voor vragen. Nou, snel dan maar. Dan moet haar tegenstandster maar even wachten.

De charme van een evenement bij een kleine sport is de inzet van taakstapelende vrijwilligers, zelfs bij een WK. Vaak is het een familiebedrijf. De man achter de wedstrijdtafel, naar informatie gevraagd, roept zijn dochter: „Die weet er meer van. Ik help maar wat.” Dochter Kirsten Kaptein weet inderdaad meer. Ze speelt zelf en is toernooiarts en coördinator van wedstrijdofficials. Druk, druk, druk.

Het WK racketlon werd afgelopen dagen in Zoetermeer gehouden. Er waren meer dan driehonderd deelnemers uit 25 landen.

Racketlon is een optelsomsport. De deelnemers spelen een game tot 21 punten, achtereenvolgens in tafeltennis, badminton, squash en tennis. „Je werkt van licht naar zwaar racket”, legt Kaptein uit. „Het gaat om het aantal punten. Je kunt in drie sporten winnen, terwijl je toch de wedstrijd verliest. Bij tennis valt de beslissing en is de spanning het grootst, maar als het verschil onoverbrugbaar is, wordt er gestopt.”

De wedstrijd van Mariëlle van der Woerdt, Nederlands succesvolste deelnemer, tegen de Oostenrijkse Christina Seehofer illustreert hoe de puntentelling werkt. De Nederlandse verliest bij tafeltennis, haar slechtste sport, met 22-24, maar verplettert Seehofer bij badminton (21-2) en squash (21-5). Dan is het verschil 33 punten. Niet meer in te lopen en dus wordt tennis geschrapt.

Racketlon is een jonge sport. De Nederlandse bond SRN heeft nu 1200 leden. „Daar is iedereen bij die een keer aan een toernooi heeft meegedaan”, relativeert Kaptein. De bond kan de ledenadministratie nog in een schoenendoos kwijt. „We streven naar erkenning door NOC-NSF”, vertelt Eefje Henkelman, sinds twee maanden bondsvoorzitter. „Er is al een gesprek geweest en ze waren geïnteresseerd omdat racketlon een impuls kan zijn voor de andere racketsporten.”

Dat is gelijktijdig een barrière voor potentiële leden. „Als je goed wilt trainen, moet je eigenlijk van vier clubs lid zijn”, stelt Kaptein. Henkelman, zelf van huisuit tennisser, is nu bij vier bonden aangesloten.

Veelzijdigheid is dus een eis, maar veelal – zo blijkt – is de eigen sport het uitgangspunt. Veel punten scoren in de eigen discipline en bij de rest de schade beperken is de tactiek. „Je moet de omschakeling kunnen maken”, betoogt Kaptein. „Telkens overschakelen naar een andere techniek maakt het zo boeiend. Bij twee sporten moet je je pols bewegen, bij twee andere juist niet”, geeft ze als voorbeeld.

„Het zijn allemaal andere technieken. Er bestaat nauwelijks een relatie tussen de vier sporten”, meent Van der Woerdt. Nou ja, het racket dan. Als je een tafeltennisbatje al zo kunt noemen.

„Racketlon is leuk, gezond, uitdagend en brengt mensen uit verschillende sporten en met verschillende achtergrond bij elkaar. Zo leer je nieuwe vrienden kennen”, propageert Henkelman, die in Zoetermeer vijftiende zal worden, enthousiast.

Voor de onbekende nieuwe sporttak bestaat nog niet veel publieke belangstelling. „Toeschouwers zijn vriendjes en vriendinnetjes en dan houdt het wel op”, meldt Kaptein (zij wordt 21ste) realistisch. „En voor de media zijn de wedstrijden niet interessant omdat het niveau altijd lager ligt dan bij de echte tennis- of squashtop.”

Is racketlon topsport? Nee, vindt Van der Woerdt. „Het is breedtesport. Je verdient driemaal niks.” Het kan in de toekomst topsport worden, denkt Kaptein en Henkelman hoopt dat.

Van der Woerdt, verdienstelijk badmintonner („Ik sta daar nog in de top vijftien”), liet zich een keer overhalen mee te gaan naar een racketlontoernooi. Zonder veel voorbereiding werd ze op het WK van 2009 tweede. „Ik doe er niet zoveel voor’’, illustreert ze – onbedoeld – haar mening over de ontbrekende topsportstatus. „Twee avonden per week trainen, dat is het wel.” Ze is, met haar 38 jaar, geen talent voor de toekomst meer. „Sommigen lopen rond met de droom van racketlon-prof, maar voor mij is het niet meer dan een leuke hobby.”

Haar hobbyisme leidt anno 2010 tot een vierde WK-plaats (prijzengeld 100 euro). De Finse Michaëla Björnstrom wordt wereldkampioen en bij de mannen de Oostenrijker Cristoph Krenn, daarmee de internationale allure van de sport aantonend. De Nederlandse mannen spelen geen rol. Met zijn negende plaats loopt Paul Twisterling net het prijzengeld van 50 euro mis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden