Column

Erik ten Hag: de druk en de vraagtekentjes

Henk HoijtinkBeeld Maartje Geels

Meer dan op de trainer van de koploper, Mark van Bommel, zullen de ogen in de tweede seizoenshelft gericht zijn op die van de achtervolger, Erik ten Hag. Die van mij in elk geval wel.

In het ervaringsvak is Van Bommel pas aan zijn eerste jaar bezig. Hij heeft veel om een goede trainer te worden, de verbaal vaardige oud-topspeler – en hij heeft de tijd ook nog.

PSV werd drie keer in de voorbije vier seizoenen kampioen. Als Ajax geen kampioen wordt, zou dat voor de vijfde keer op rij zijn, na forse investeringen (in dat geval ook nog) vóór en toch ook nog een beetje tijdens het seizoen. Zo’n dan blamerende statistiek voor de rivaal, PSV en Van Bommel zullen er alles aan doen, en er veel voor overhebben, om die in de boeken te krijgen.

Maar als het niet lukt, is er voor Van Bommel nog ruimte en tijd genoeg voor progressie. De winnaar zelf zal zich niet door dergelijke gedachten laten leiden, maar de geschiedenis zou straks kunnen oordelen dat het voor hem maar beter was: niet meteen een titel in zijn eerste jaar, een ­titel met cijfers – als het zo doorgaat – die al nauwelijks meer te overtreffen zouden zijn.

In het platste voetbaljournalistieke jargon, excuses daarvoor: er ligt meer druk bij Ten Hag.

Winnaar

Hier en daar werd hij al een winnaar van 2018 genoemd: afgeschreven als ‘nu eenmaal geen Ajax-trainer’ in het eerste deel ­ervan, herrezen in het tweede – gerehabiliteerd misschien zelfs. Dat ging mij toch iets te snel en te ver, en niet alleen omdat hij nog niets gewonnen heeft.

Ten Hag kreeg betere spelers. Het is nog steeds moeilijk, vind ik dan, om een dwingende hand van hem te zien. Zijn roekeloze opstelling tegen PSV, de gedachte vooral dat het zo echt moet hebben gekund, is niet licht te vergeten. Ten Hag is voorzichtiger, verstandiger, zou je zeggen, dan ­Peter Bosz. Toch had het in Europa tegen vooral Benfica en ook ­thuis tegen Bayern München anders kunnen lopen: veel verschilde het niet van de roulettewedstrijden onder Bosz in 2017 tegen Schalke en Olympique Lyon.

Dat laat zich nog niet makkelijk rijmen met het gestructureerde karakter van Ten Hag, en met wat hij, de oosterling die ook even in Duitsland werkte, al langer zegt. In een interview in Voetbal International met de trainers van de andere topclubs en met bondscoach Ronald Koeman zei hij ­onlangs wijze dingen over het ­gebrek aan hardheid en weerbaarheid in Nederland, over eenzijdigheid bij de jeugd ook.

In de Volkskrant zei Ten Hag dat we onze kinderen met fluwelen handschoenen behandelen. Later kunnen ze dan niet tegen de ‘afzeikcultuur’ in Nederland. “We moeten mensen weerbaar maken”, zei hij. “Weerbaarheidstraining is er bijna niet meer in Nederland.”

Volledig gelijk natuurlijk, en bij uitstek bij Ajax met zijn modelvoetballers de juiste houding voor een trainer. Maar je ziet het nog niet altijd. Het voorbeeldje dat zich in mijn hoofd ook moeilijk laat verdringen: Ziyech dient met zijn eigenzinnige spel soms het team niet. In Nederland, waar je het gros van de wedstrijden toch wel wint, zou het wisselen van zo’n speler een signaal kunnen zijn, voor de speler, voor de andere spelers: een signaal dat niemand met fluwelen handschoenen wordt behandeld. Maar dat deed Ten Hag toch nog nooit.

Als rehabilitatie nog een te groot woord is, kun je toch zeker stellen dat Erik ten Hag zélf de weerbaarheid heeft getoond om zich in de afzeikcultuur niet te ­laten kisten. Zeer benieuwd of hij de vraagtekentjes die ik althans nog heb, in de tweede seizoens­helft kan wegnemen.

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. U leest alle columns hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden