Erik Schilp Verruwing is de regel geworden

Het Nationaal Historisch Museum was de afgelopen tijd het middelpunt van vaak stevige discussie. Algemeen directeur Erik Schilp heeft overwogen om te stoppen, maar „dit is een nationaal project en dat kan niet zonder compromissen”.

We zitten in de jongensslaapkamer van de voormalige directievilla van dierentuin Burgers’ Zoo in Arnhem. „Dit was de kamer van Alex”, vertelt Erik Schilp. Alex van Hooff is de huidige directeur van het dierenpark. En nu is dit de directiekamer van het Nationaal Historisch Museum (NHM). Niet dat algemeen directeur Schilp en zijn collega-directeur Valentijn Bijvanck hier vaak zijn. „Misschien één keer per maand. De rest van de tijd zitten we overal in het land. Een nieuw museum optuigen doe je niet vanachter je bureau.”

De plek is in ieder geval strategisch goed gekozen. Nog geen kilometer verderop ligt het Nationaal Openluchtmuseum, waarnaast het nieuwe museum moet verrijzen. Als het aan Schilp en Bijvanck had gelegen, was niet gekozen voor een plek in deze bosachtige omgeving, maar voor 5Â kilometer verderop, naast de John Frostbrug in het centrum van Arnhem. Daar kon het NHM naar hun mening sneller en goedkoper worden gerealiseerd. Bovendien lopen mensen op die plek eerder naar binnen dan in een afgelegen bos. Maar na een paar tumultueuze maanden stak de Tweede Kamer daar een stokje voor. Het oorspronkelijke plan wordt uitgevoerd en dat betekent dat het NHM de buurman wordt van het Openluchtmuseum (NOM).

En daar gaat u nu ook voluit voor aan de slag?

Erik Schilp: „Ja, we gaan nu niet weer een heel nieuwe discussie beginnen over de locatie. Al blijft het jammer dat we niet iedereen hebben kunnen overtuigen van de voordelen van die plek aan het water. Er loopt nu een onderzoek naar wat haalbaar is op de locatie naast het NOM. Als inderdaad blijkt dat bouwen in het bos duurder is, zal dat mogelijk consequenties hebben voor de omvang van het museum. Dat moeten we afwachten. Maar de plek staat vast.”

Bent u nog wel geloofwaardig als algemeen directeur of heeft u overwogen om te stoppen?

Met stemverheffing: „Natuurlijk, absoluut. Ik heb er slapeloze nachten van gehad en de neiging gehad om ermee te kappen. Ik heb dat ook serieus overwogen en daar met Valentijn over gepraat. Maar het gaat niet om óns. Dit is een nationaal project en dat kan niet zonder compromissen. Om dan in een driftige bui te zeggen: we stoppen ermee, daarmee breng je nog meer schade toe. Bovendien denk ik nog steeds dat wij tweeën bij uitstek geschikt zijn om dit museum neer te zetten, door onze ervaring, achtergrond en leeftijd. We vullen elkaar ook goed aan.”

Maar bent u nog geloofwaardig?

„Natuurlijk ga je je afvragen of we slecht werk hebben geleverd. Ik denk dat er omstandigheden mee hebben gespeeld waar wij geen grip op hadden. De zaak is gekanteld toen twee oud-burgemeesters van Arnhem een ingezonden brief stuurden naar de media. (Daarin wezen Drijber en Scholten op het risico dat Arnhem wel eens helemaal geschrapt zou kunnen worden als vestigingslocatie, red.) Partijpolitieke overwegingen hebben ook een rol gespeeld. Ons functioneren is daar niet zozeer debet aan geweest.”

U heeft geen fouten gemaakt?

„Natuurlijk hadden we dingen beter kunnen doen. We hebben de nodige kritiek gekregen, maar veel daarvan is niet terecht. Je kunt er twee stapeltjes van maken: terechte kritiek en op de man gespeelde opmerkingen. We zijn postmoderne yuppen genoemd. Maar doet het er iets toe dat ik graag kleding draag van bekende modeontwerpers? Ik heb van mijn ouders geleerd dat je mensen niet mag beoordelen op hun uiterlijk. Heel veel van wat er over ons is gezegd, is niet waar. Zo is gesuggereerd dat we het slecht konden vinden met de directie van het Openluchtmuseum. Ook is voorgespiegeld dat we de chronologie helemaal zouden willen loslaten in het museum.”

Heeft u zich geschoffeerd gevoeld?

„Ik voel me niet zo snel geschoffeerd. Daar komt bij dat Kamerleden ook een toneelstukje opvoeren. Ik doorzie dat wel. Maar wat me wel is opgevallen, is dat verruwing regel is geworden. Dat er een hoffelijkheidsprijs in het leven is geroepen voor Kamerleden, zegt in dit opzicht ook wel iets. Ik zeg zelden iets lelijks over iemand in het openbaar. Ik voer liever discussies op basis van inhoud.”

Later tijdens het gesprek geeft Schilp toe dat hij zich ook wel eens wat minder vleiend heeft uitgelaten over zijn politieke ’tegenstanders’. Zo betitelde hij in het blad Land of Water van het Zuiderzeemuseum, waar hij eerder directeur was, Jan Marijnissen (SP) en Maxime Verhagen (CDA), de geestelijke ’vaders’ van het NHM, als ’neonationalistisch’ en hun geesteskind als een ’gedrocht’.

„Het klopt dat ik aanvankelijk tegen de stichting van een Nationaal Historisch Museum was, omdat toen nog sprake was van een museum onder directe invloed van de politiek. Maar ik moet er wel bij zeggen dat ik die opmerken over Verhagen en Marijnissen heb gemaakt in een column, en daarin mag je je toch wat meer permitteren.”

Zonder namen te noemen wil Schilp wel kwijt dat er inmiddels gesprekken zijn gevoerd met een aantal betrokkenen om de lucht te klaren. „Dan merk je dat zo’n proces ook een heel eigen dynamiek kan krijgen.”

Maar nu over het stapeltje met terechte kritiek.

„Ik wil vooropstellen dat we niets hadden kunnen doen dat tot een andere ontknoping zou hebben geleid. Maar ik heb wel een paar dingen verkeerd getaxeerd. Een aantal cruciale gesprekken heb ik overgelaten aan anderen, waardoor het leek of ik geen interesse had. Maar dat deed ik vanwege de gevoeligheden die er lagen. Achteraf zeg ik: ik had mijn intuïtie moeten volgen en eerder mensen moeten aanspreken. Dan waren kwesties niet zo hoog opgelopen. Ook had ik eerder moeten gaan praten met Kamerleden. Ik ging er vanuit dat de minister de Kamer informeert en dat het niet gebruikelijk is om zelf ook uitleg te geven. Ik ben dat pas gaan doen toen er echt een probleem was. Nou praat ik al de hele dag met mensen, maar ik moet dat dus nog meer gaan doen. Het is unfair om te zeggen dat ik ook te veel op minister Plasterk heb geleund. Je leunt niet op de minister, maar op zijn departement. Maar het past niet om daar verder iets over te zeggen.”

Heeft u er ook een weerzin tegen het politieke bedrijf aan overgehouden?

„Juist in deze onzekere tijden is het belangrijker dan ooit om het politieke systeem te blijven steunen. Er is van alles aan de hand in dit land, en dan doel ik uiteraard ook op de opmars van nationalistische bewegingen. Juist nu moeten we het geloof in het politieke systeem versterken. Ik heb de afgelopen maanden ook veel respect gekregen voor sommige politici, die heel zuiver opereren, zoals bijvoorbeeld Van der Vlies (SGP).

„Ik ben door deze affaire wel anders naar het politieke bedrijf gaan kijken. De kloof tussen de cultuur van de politiek en het bedrijfsleven is toch wel erg groot. Ik heb jarenlang zelf bedrijven gehad en dan word je erop afgerekend als je niet tijdig je plannen aanpast bij voortschrijdend inzicht. Dat gaat in de politiek, waar het toch vooral gaat over principes, precies andersom. Dan ben je opeens een draaier en dat kost stemmen. Ik denk dat die kloof ook niet te overbruggen is. Al met al ben ik genuanceerder gaan kijken naar hoe politici moeten opereren.”

Waarom wilde u directeur worden van het NHM?

„Toen ik nog directeur was bij het Zuiderzeemuseum ben ik gepolst voor deze baan. Ik heb toen nee gezegd, omdat ik vond dat ik daar nog maar te kort zat. Een half jaar later belde Valentijn me op, met wie ik destijds al veel contact had, omdat hij bij het Zeeuws Museum met een soortgelijke operatie bezig was als ik bij mijn museum. Hij was ook gevraagd voor het NHM, maar wilde daar alleen over nadenken als ik mee zou gaan als algemeen directeur. Ik heb daarmee ingestemd, maar we hadden niet verwacht dat we zouden worden benoemd.”

Wat heeft u zelf met geschiedenis? Volgens Jan Marijnissen haalt u uw neus ervoor op, gelet op het voornemen de canon in het museum los te laten en in plaats daarvan de geschiedenis in te delen in themawerelden als ’arm en rijk’ en ’oorlog en vrede’.

„Dat valt ook in de categorie van opmerkingen die niet waar zijn. Op de middelbare school had ik een heel goede geschiedenisleraar. Daar begint het natuurlijk altijd mee, wil je kinderen enthousiast maken voor iets. Maar mijn liefde voor geschiedenis is al op de basisschool begonnen. We hadden thuis een kleine Winkler Prins en vooral de hoofdstukken over de Tachtigjarige Oorlog boeiden me mateloos. Ik heb die in de vijfde en zesde klas helemaal overgeschreven in schriftjes, inclusief de verwijzingen, zodat ik die hele geschiedenis compleet had. Dat was mijn manier om die kennis op te zuigen. Met de Franse Revolutie had ik overigens veel minder, dat hoofdstuk sloeg ik zelfs over, want daar stond zo’n bloederig plaatje bij van de moord op Marat in zijn bad.”

Kinderen zijn straks ook de belangrijkste doelgroep van het NHM. Maar de manier waarop de huidige generatie kennis vergaart of geïnteresseerd kan worden voor geschiedenis, is niet te vergelijken met hoe hij dat als jongetje deed, ruim dertig jaar geleden, meent Schilp. „Kinderen nemen nu veel flexibeler kennis op en het heeft geen zin om hen door een museum vol jaartallen te leiden. Wat overigens niet wil zeggen dat we de chronologie willen loslaten. Ook dat is niet waar. Maar het museum zal sterk leunen op digitale media en games, omdat dat de middelen zijn om veel jongeren te bereiken. Mijn moeder heeft op latere leeftijd nog een computer gekocht en met de nodige inspanning geleerd daarmee om te gaan. Jongeren zijn ermee opgegroeid. Mijn petekind van 4 jaar weet zonder uitleg een Wii te bedienen.”

Komt de canontoren van architect Francine Houben er nog?

„Nee, dat lijkt me niet meer aan de orde. We hebben ook nog geen idee welke omvang het gebouw krijgt, dat hangt af van het onderzoek dat nu loopt. Er komt een Europese aanbesteding voor het ontwerp, zodat we de beste architect krijgen. Francine Houben moet daar ook beslist aan meedoen.”

Hoewel de discussies over de locatie veel tijd hebben gevraagd, is er wat betreft de invulling van het museum de afgelopen maanden al het nodige in gang gezet. Er is onder meer een begin gemaakt met de opzet van een portrettengalerij met afbeeldingen van personen die een inspiratiebron vormen voor de huidige generatie Nederlanders. Iedereen kan op de site ’www.jijmaaktgeschiedenis.nu’ zijn of haar keuze voordragen, waaruit een team van oudere en jongere historici een keuze zal maken. Het verhaal achter de keuze zal soms belangrijker zijn dan de gekozen persoon, verwacht Schilp. De galerij krijgt te zijner tijd een fysieke plek in het museum, maar zal daarvoor online te bekijken zijn. De eerste resultaten worden in oktober gepresenteerd tijdens de Nacht van de Geschiedenis.

Op meer fronten wordt hard gewerkt. „We praten met heel veel mensen, want wij hebben de wijsheid niet in pacht.” Persoonlijk lijkt het Schilp erg moeilijk om te bepalen hoe straks de Holocaust in beeld wordt gebracht. „Van de moord op Pim Fortuyn bestaan tal van beelden, die we allemaal hebben gezien. Toch denk ik dat de gruwelijkheid van die moord in één beeld te vatten moet zijn. Maar hoe doe je dat met de moord op miljoenen mensen? We zijn gaan kijken in het Duits Historisch Museum, waar je met zo’n veelheid aan beelden wordt geconfronteerd, dat het geen effect meer heeft. Natuurlijk moet ook het verhaal worden verteld, maar het beeld is ook heel belangrijk voor dit museum. En het moet een genuanceerd verhaal zijn, waarin alle kanten worden belicht. Naast het leed in de concentratiekampen, de gevechten en de bombardementen moet ook het filmpje over het kaalscheren van moffenmeiden worden getoond. Ik zag een film over een jonge Duitse soldaat, haast een kind nog, die na de oorlog terug moet lopen naar Duitsland. De angst en verwarring op zijn gezicht, ook dat hoort bij het verhaal over de oorlog. Kortom, hoe laat je al die soorten verdriet zien, die onlosmakelijk zijn verbonden met deze oorlog die zo bepalend is geweest en nog steeds is in onze geschiedenis?”

Schilp’s ouders behoorden tot de generatie landverhuizers die na de oorlog wegging uit Nederland.

„Mijn vader heeft door de oorlog weinig op school gezeten. Hij dacht het beter te krijgen in Australië.” Maar toen hun oudste zoon, Erik, was geboren, besloten zijn ouders terug te gaan, in de verwachting dat de Nederlandse samenleving minder hard was dan die in Australië.

Schilp: „Dat viel erg tegen. Het Nederland van de jaren zestig was niet meer dat van de jaren vijftig. Mijn vader wilde meteen terug, maar mijn moeder vond dat we moesten blijven.”

Hoe was uw jeugd?

„Een heel gewoon gezin dat eerder naar de dierentuin of de Flevohof ging, waar je koeien kon melken en brood bakken, dan naar het Rijksmuseum of de opera. Maar mijn ouders trokken er wel veel op uit met mij en mijn broertje. Mijn vader werkte eerst als timmerman, later werd hij vertegenwoordiger voor bedrijven die kunststofleidingsystemen maken.”

Wat opvalt is de grote diversiteit aan banen, waaronder fotomodel, die u inmiddels heeft gehad, voor een deel in het buitenland. Bent u snel ergens op uitgekeken of een echte carrièreplanner?

„Er heeft wel altijd een culturele component in mijn banen gezeten. Ik heb in de filmindustrie gezeten, theaterproducties gemaakt, een museum geleid, maar ook een eigen restaurant gehad in Barcelona. Ik heb toen eerst maanden in de keuken meegeholpen, mede om te kunnen ontdekken hoe je een evenwicht kunt vinden tussen de kosten en de prijs van een bord eten. Dat restaurant zat in een oude fabriek, waar je ook kon dansen. Het werd echt een hotspot, waar ook de Nederlandse voetballers van Barcelona kwamen. Toen ik jonger was heb ik ook nog een tijdje als fotomodel gewerkt, spijkerbroeken met meer scheur dan broek. Ik ben ambitieus en heel nieuwsgierig. Als de uitdaging eraf is, ben ik weg als zich iets nieuws aandient. Ik word er blij van om iets nieuws in gang te zetten, mensen te enthousiasmeren. Ik kan uit niets iets maken. Maar ik ga wel altijd eerst kennis vergaren bij anderen. Dat maakt me ook geschikt om samen met Valentijn, die meer de diepte in gaat dan ik, het NHM op te zetten.”

Maar als ik u zo hoor, is de kans groot dat u de opening van het NHM, die nog jaren op zich kan laten wachten, niet meemaakt.

„Het is natuurlijk wel fantastisch om een heel nieuw museum te mogen neerzetten in een mooi gebouw. Dat wil ik toch echt wel afmaken.”

Dat voortdurende zoeken naar nieuwe uitdagingen en een nieuwe horizon. Verklaart dat ook uw beslissing om u op uw achttiende te laten dopen tot katholiek?

„Ik zat op een katholieke school, mijn moeder komt uit een groot katholiek gezin, mijn vader uit een rood nest. Maar ze hebben mij zelf de keus gelaten of ik me wilde laten dopen. Die behoefte kreeg ik toen ik als student in aanraking kwam met de orde van de Benedictijnen in de Abdij van Egmond. Dat is een heel open, gastvrije en intellectuele orde, waar ik me prettig bij voelde. Ik zie het geloof als iets persoonlijks. Ik ben geen voorstander van abortus en euthanasie, maar mijn politieke mening is dat dit bij wet mogelijk moet zijn. Ik ben niet kerkelijk, maar ik bezoek wel met enige regelmaat een dienst, vaak als ik in het buitenland ben. Toen ik onlangs bij de kunstbiënnale van Venetië was en daar hoorde dat de moeder van een vriend ernstig ziek was, ben ik een kaarsje gaan branden.

„Wat me aanspreekt in het katholieke geloof is de spiritualiteit en de cultuur van vergeving die daar veel sterker in dan in andere kerkelijke stromingen. Het geloof helpt me ook om te gaan met gevoelens van woede en onmacht over vreselijke dingen die gebeuren in de wereld. Anderen doen aan yoga, ik zit liever een uur in de kerk naar mooie muziek te luisteren. Alle negatieve energie die van buiten komt kan ik zo kwijtraken door me op te sluiten in mezelf. Die mystieke kant heeft me altijd geboeid. Er wordt vaak schamper gedaan over het geloof, maar iets dat zoveel mensen troost en zekerheid biedt, daar moet toch wel wat in zitten.

„Eén van de mooiste momenten van de mis vind ik altijd als je elkaar de vrede wenst. Wildvreemden kijk je dan in de ogen, en er is een verbondenheid.”

Wie is in deze context uw voorbeeld en inspiratiebron?

„Dag Hammerskjöld, die vooral bekend is geworden als secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Ik haal veel inspiratie uit zijn dagboek dat na zijn dood verscheen. Daarin staan persoonlijke gedachten en uitspraken die tegelijkertijd vaak spirituele waarheden blijken te zijn. Ik herken daar heel veel in.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden