interview

Erik Akerboom: Ik zie een politiekorps dat kraakt

Korpschef Erik Akerboom.Beeld anp

Erik Akerboom, de nieuwe korpschef van de Nationale Politie, gaat zijn 65.000 medewerkers veel meer ruimte geven. Na de reorganisatie van de afgelopen jaren waarin 26 korpsen werden opgeheven, stuurt het hoofdbureau in Den Haag de politie centraal aan. Akerboom vindt deze nieuwe structuur 'te rigide'.

Hij komt thuis. Zo voelt hij dat tenminste. Erik Akerboom maakte de afgelopen jaren een uitstapje naar het ministerie van defensie, waar hij als secretaris-generaal een grote reorganisatie leidde waarbij 10.000 banen verloren gingen. Daarvoor was hij de opvolger van Tjibbe Joustra als Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en veiligheid. Maar nu is hij er weer, terug in de club waar hij als 21-jarige officier begon.

Gepokt en gemazeld zogezegd, om in de hoogste functie als korpschef een toch wat gekneusde organisatie in het zadel helpen. De Nederlandse politie is afgelopen drie jaar onder leiding van Akerbooms voorganger Gerard Bouman omgevormd van 26 korpsen tot één nationale organisatie. Dat deed pijn. Op zijn bureau treft Akerboom de verweerschriften van 7000 medewerkers, die het niet met hun overplaatsing of functieverandering eens zijn. Maar tijdens die verbouwing stond de wereld niet stil. Met de opkomende terreurdreiging en de grote aantallen vluchtelingen kreeg de politie nieuwe taken.

Veel politiemensen zijn erg enthousiast met uw komst, maar ze benijden u niet. Moeten we u eigenlijk wel feliciteren?
"Zeker! Het is een eervolle functie, maar ik zeg er eerlijkheidshalve bij: ook een hele zware. Ik weet waar ik aan begin. Het is een megaklus."

Het gerucht gaat dat u niet spontaan heeft gesolliciteerd.
"Nee, er is een appèl op mij gedaan. Ik werkte nog maar drie jaar bij defensie. Ik heb natuurlijk wel met een schuin oog meegekeken naar wat er bij de politie gebeurde, en toen ik van verschillende kanten verzoeken kreeg om weer over te stappen, zag ik dat ik buiten de politie ervaring heb opgedaan die ik als korpschef heel goed kan gebruiken."

Uw voorganger Bouman zei bij zijn afscheid dat de verbouwing bij de politie er zo'n beetje opzit, en zijn opvolger slechts de plinten hoeft af te lakken. Ik neem aan dat uw ambitie groter is.
"Die uitspraak van Bouman is een understatement. Ik zou liever zeggen: de verbouwing is nog in volle gang. Het omvormen van een grote organisatie doe je niet in een paar jaar. Ik zie een politiekorps dat kraakt en dat baart mij zorgen."

Beeld anp

Waar doet het pijn?
"Natuurlijk eerst de reorganisatie zelf. Dat is ook logisch. Maar je kunt als politie niet de deuren een tijdje sluiten totdat de zaak is opgelost. Het werk gaat door, en hoe. Afgelopen jaren is de politie geconfronteerd met twee ontwikkelingen die een enorm beroep op ons doen: de terroristische dreiging én de toestroom van vluchtelingen. Juist in onzekere tijden is de politie het anker. De politie kreeg hiermee te maken in een periode van financiële tekorten. Die krapte verdraagt zich niet met de werklast. "

Ik hoor het al: u wilt meer geld?
"Er wordt nu onderzoek naar gedaan, want een vraag naar extra budget moet goed onderbouwd zijn. Op de uitkomsten loop ik niet vooruit. Maar ik vraag me af of de politie zonder extra geld kan blijven doen wat ze nu doet. Om over innoveren nog maar niet te spreken."

Er wacht een 'megaklus', maar wat gaat u als eerste aanpakken?
"Ik ga niet met een haakse bocht vanaf volgende week de reorganisatie terugdraaien, maar ik wil wel meer ruimte voor de politiemedewerkers in het land. De afgelopen jaren zijn door de omvorming van de organisatie veel taken gecentraliseerd. Dat was ook nodig om één korps te worden, en dat als zodanig in te richten. Om de IT-systemen aan te sluiten, de inkoop te regelen, in zijn algemeenheid: om efficiënter te worden en de verkokering binnen al die verschillende korpsen achter ons te laten. Nu moeten we op zoek naar een nieuwe balans. De politie bestaat uit gemotiveerde dienders, die niet alles voorgeschreven willen krijgen, maar op straat hun eigen keuzes moeten maken. Dat is de essentie van het politievak."

U bedoelt dat de politie na drie jaar centraliseren weer decentraal gaat?
"Nee, de politie blijft één gebouw. Maar in het land is vraag naar meer lokale flexibiliteit. Een simpel voorbeeld. Nu krijgen alle grote steden, middelgrote gemeenten en buitengebieden hetzelfde aantal en type voertuigen. Op de ene plek zijn er nu te veel auto's, op de andere te weinig, en op een derde locatie willen ze juist motoren, óf fietsen. Je moet als leidinggevende ter plekke werk op maat kunnen leveren. Dat kan niet vanuit Den Haag. We moeten daarin minder rigide zijn. Hetzelfde geldt voor de inzet van wijkagenten, of andere accenten die in het politiewerk worden gelegd. Laat de regionale eenheden dat zelf regelen. Zoek meer toenadering tot de burgemeesters. Wel natuurlijk binnen de kaders die we landelijk hebben afgesproken."

Dus strenge kaders, en daarbinnen veel vrijheid. Dat klinkt als Maria Montessori.
"Ik noem het liever 'vernieuwend werken'. Ik was laatst op het politiebureau in Boxtel, waar ze volgens dit principe werken. Chefs laten heel veel taken over aan hun medewerkers, die daardoor gemotiveerd en enthousiast op zoek zijn naar oplossingen. Ik hoef alleen maar het voorbeeld van de roofvogels te noemen die worden getraind om drones uit de lucht te grijpen, en iedereen weet wat ik bedoel. Daar moet het om gaan. Als leidinggevende moet je zulke experimenten alleen maar water geven. Dan groeien ze vanzelf, zodat ze onderdeel van de grote organisatie worden. Dat is een voortdurende reorganisatie van onderen af. Het is ook de enige manier om als politie aansluiting te houden bij de snel veranderde samenleving. Dat kan niet vanuit een centrale kolos. En let op: als we die aansluiting niet langer hebben, worden we als politie irrelevant."

In 1985 schreef u als student aan de Nederlandse Politie Academie de scriptie 'Struisvogelpolitie(k)'. Is die nog actueel?
"Absoluut. Ik schreef dat de politiek en het bestuur, en de uitvoerende politie, twee gescheiden werelden lijken, maar dat zij niet zonder elkaar kunnen. Ze moeten zich veel meer met elkaar bemoeien."

Horen we hier een nieuwe Eric Nordholt, de eigenzinnige Amsterdamse korpschef die in de jaren negentig de politiek de oren waste?
"Nee, ik ben volstrekt mezelf. Voor alles is een plaats en een tijd, en ik denk dat de politie niet achteraf de politiek moet bekritiseren, maar in het voortraject veel meer moet meedenken, invloed uitoefenen op te nemen beslissingen. "Als politie pakken we de brokken op, dat is ons werk, maar hoe groot die zijn kunnen we vaak zelf bepalen."

Beeld anp xtra

ACP: uitspraken geen verrassing
Voor Gerrit van de Kamp, voorzitter van politievakbond ACP, zijn de uitspraken van korpschef Erik Akerboom geen verrassing. "Zijn opvattingen komen overeen met wat de vakbonden en zelfs politiemensen al eerder hebben gezegd: bepaalde onderdelen van de reorganisatie moeten flink gewijzigd worden. Het is terecht dat Akerboom dat erkent.

"Logisch ook, want daarvoor is hij aangesteld. Eind vorig jaar heeft minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) het zogenoemde 'Plan voor de herijking van de realisatie Nationale politie' neergelegd in de Tweede Kamer, waarmee een politieke lijn is uitgezet. Met Akerboom hebben ze iemand gevonden die bij dat nieuwe beleid past.

"Akerboom heeft een realistisch beeld van de situatie, de reorganisatie van de politie is te lang verkocht als een succesverhaal. De nieuwe korpschef benoemt eindelijk dat er dingen anders moeten. Zijn uitspraken leiden tot het opnieuw onder de loep leggen hoe de politie in elkaar steekt. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden moeten meer verspreid worden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden