Review

ERICH MARIA REMARQUE, NOG STEEDS KOMT VAN HET WESTELIJK FRONT GEEN NIEUWS

De zomerserie 'VERZONKEN LIEFDES' is gewijd aan auteurs of boeken die buiten de actualiteit een profiel verdienen. In de komende weken zijn bijdragen te verwachten over: Kostas Tachtsis (door Tom van Deel); Gerard de Nerval (door Liesbeth Korthals Altes); Eça de Queiroz (door Ilse Logie); Eduard Mörike (door C.O. Jellema); Flann O'Brian (door Peter de Boer). Eerdere verhalen gingen over J.M. Coetzee en John Berryman. Aanvankelijk verscheen 'Van het westelijk front geen nieuws' als feuilleton in de Vossische Zeitung. De lezers leefden intensief mee met de belevenissen van Paul Büumer en zijn regiment. Voor Hans Ester gold dat evenzeer toen hij zijn eerste exemplaar kocht: “Twee jaar lang was Remarque mijn lievelingsschrijver”. Aflevering drie in de serie 'Verzonken Liefdes'. Erich Maria Remarque, 'Van het westelijk front geen nieuws', vertaald door Ronald Jonkers, Uitgeverij Erven J. Bijleveld, Utrecht 1994, 207 blz., Fl. 29,90. Erich Maria Remarque, 'Im Westen nichts Neues', met documenten en een nawoord door Tilman Westphalen, uitgeverij Kiepenheuer & Witsch, Keulen, 374 blz., DM 14,80. 'Der Fall Remarque. Im Westen nichts Neues. Eine Dokumentation', onder redactie van Bürbel Schrader, Reclam-Verlag, Leipzig, 415 blz., DM 16,- (dit boek bevat vooral documenten over het verbod van de film en het in het Duits vertaalde draaiboek van de film). 'Erich Maria Remarque. Ein militanter Pazifist. Texte und Interviews 1929 - 1966', geredigeerd en van een voorwoord voorzien door Thomas Schneider', uitgeverij Kiepenheuer & Witsch, Keulen, 160 blz., DM 14,80.

In zijn recensie in Die Literatur van juni 1929 verweet Rudolf G. Binding de schrijver: “Alleen datgene wat de oorlog werkelijk bepaalde, in Uw ogen volgens Uw uitspraak eigenlijk inhield, dat heeft U niet gezien en niet beleefd. Dat heeft U achteraf - goedgelovig, lichtzinnig? nou ja, wat doet het er ook toe - en van buitenaf aan de oorlog opgedrongen, er als gevoel in gestopt.” Wanneer deze 'ontheiliging' ontdekt zal zijn - Binding geeft de roman twee jaar - dan “zal geen mens meer over dit boek spreken.” Curieus genoeg viel ook de linkse denker Carl von Ossietzky in Die Weltbühne van 12 april 1934 de roman en zijn schrijver aan: “Remarque is niet uit Duitsland gevlucht maar hij is uit de tijd gevlucht. Hij heeft de verplichting geïgnoreerd die in zijn werk en in zijn succes lag. Dat is het serieuze bezwaar tegen Remarque. Dat is het werkelijke geval Remarque. Het boek is thans al vergeten.”

Nederlanders denken vaak dat Remarque's roman het enige Duitse boek over de ellende van de Eerste Wereldoorlog is. De waarheid gebiedt te zeggen dat de literatuur over deze oorlog zeer uitgebreid is, reikend van de gloriërende verslagen van Duitse officieren tot romans van Arnold Zweig, Leonhard Frank, Ludwig Renn, Fritz von Unruh, de thans hoogbejaarde Ernst Jünger en vele anderen. Het kenmerkende aan de roman van Remarque was de soberheid waarmee de ervaringen in de loopgraven waren weergegeven. Remarque laat zijn ik-persoon voortdurend over zijn belevenissen nadenken, maar Paul Büumer interpreteert zijn ervaringen niet vanuit een geloof of een ideologie, hetgeen bij socialistische, christelijke of anders geöriënteerde schrijvers wel het geval was. 'Van het westelijk front geen nieuws' is in de eerste plaats een verslag zonder interpretatie vanuit een vastgelegd mens- en maatschappijbeeld.

Juist het ontbreken van een antwoord op de wezenlijke vragen naar de sociale oorzaken van deze oorlog leidde bij recensenten, mede-schrijvers en politici tot irritatie. Daarbij zal zonder twijfel ook het feit een belangrijke rol hebben gespeeld dat 'Im Westen nichts Neues' allereerst als vervolgverhaal in de geziene Vossische Zeitung in Berlijn verscheen. De publicatie als vervolgverhaal verklaart voor een deel de intensieve betrokkenheid van het lezerspubliek bij het wel en wee van Paul Büumer en zijn regiment. De lezer moest immers een dag wachten voordat de volgende aflevering van de roman werd gepubliceerd. Wat kon er in de tussentijd niet alles misgaan met deze slecht bewapende soldaten die tegen een overmacht van Fransen en Engelsen moesten vechten!

Tijdens de voorafdruk als vervolgverhaal riep 'Im Westen nichts Neues' al de nodige reacties in schriftelijke vorm op. In de Vossische Zeitung van 16 december 1928 werden brieven van lezers afgedrukt die de waarheid en volledigheid van de weergave der oorlogservaringen bevestigden. De recensenten in dag- en weekbladen oordeelden òf positief, òf redelijk positief, òf verdoemend negatief. Onder de eerste categorie bevinden zich schrijvers als Bruno Frank en Carl Zuckmayer. Het mooiste compliment kreeg Remarque in Die Weltbühne uit de pen van Axel Eggebrecht. Hij herinnert zijn lezers aan het feit dat het Duitse legercommuniqué gedurende de laatste jaren van de oorlog minstens honderdmaal aan gelovigen en ongelovigen liet weten: “Van het westelijk front geen nieuws.” Eggebrecht beschouwt de roman als de “rehabilitatie van een hele generatie.” Minder positief oordeelde het tijdschrift Die rote Fahne van 4 maart 1929. De roman wordt weliswaar geprezen op grond van zijn boeiende stijl, maar afgewezen omdat hij de schuld van de Eerste Wereldoorlog niet bij de burgerlijke en kapitalistische maatschappelijke orde legt. In het Deutsches Adelsblatt tapte een zekere graaf Von Schlieffen uit een geheel ander vaatje. Hij verweet Remarque de ontluisterende en negatieve beschrijvingen van het leven aan het front: “Mooie en verheffende belevenissen ontbreken totaal.”

Wat de graaf schreef was echter kinderspel vergeleken met het oordeel van Hans Zöberlein in het Nazi-blad Völkischer Beobachter van 14 juni 1929. Zöberlein ziet de roman als één lange geschiedsvervalsing. Hij waarschuwt Remarque en enkele andere schrijvers: “De soldaat voor wie jullie samen een hoop stront als monument hebt opgericht, is in werkelijkheid onbekend. Die soldaat hoort bij jullie! Uit 'Van het westelijk front geen nieuws' stinkt de ontbindingslucht van karakters die al lang gestikt zijn. Wie de Duitse frontsoldaat niet kent die moet onze vijanden van toen en nu maar eens naar hem vragen. En hij zal horen: die Duitse frontsoldaat is ons bekend. De hele wereld trilt nog van de overmacht van zijn verschijning!” Hier lijkt de reactie van Kaspar Hauser in Die Weltbühne van 11 juni 1929 direkt bij aan te sluiten, maar deze door Kurt Tucholsky geschreven tekst is in werkelijkheid een uitermate scherpe satire op de argumenten van Remarque's tegenstanders.

Erich Maria Remarque was al in 1929 een Europese beroemdheid geworden. Zijn roman werd in vele talen vertaald. De eerste vertaling was de Nederlandse, door Annie Salomons, verschenen bij de Erven J. Bijleveld. In de ogen van zijn vijanden maakte zijn populariteit buiten de Duitse grenzen het voor Remarque alleen maar erger. Daar kwam nog de strategie van uitgeverij Ullstein bij, die niet in het voordeel van de schrijver is geweest. Ullstein wilde 'Im Westen nichts Neues' namelijk op de markt brengen als een oorlogsverslag van een soldaat die alles aan aan den lijve had ondervonden. Bovendien werd gesuggereerd dat Remarque het boek in vier tot zes weken tijdens de avonduren had geschreven.

Hier was heel wat op af te dingen. De ontstaanstijd heeft jaren in beslag genomen en begon in feite met de notities die de jonge Remarque tijdens de oorlog in Vlaanderen maakte. Remarque is enige maanden lang soldaat aan het front in Vlaanderen geweest, maar zijn oorlogservaringen zijn qua lengte en intensiteit niet te vergelijken met de belevenissen van Paul Büumer. Voor de benodigde informatie over de loopgravenoorlog in Frankrijk moest Remarque teruggrijpen op verslagen van kameraden. Ook werd hij bij het schrijven van zijn roman beïnvloed door boeken die al over de Eerste Wereldoorlog verschenen waren, zoals het nog altijd omstreden 'In Stahlgewittern' van Ernst Jünger.

Toen de tegenstanders van Remarque eenmaal door hadden dat hier van een zekere mythevorming sprake was, begonnen zij er zelf lustig op los te mythiseren. De schrijver werd opeens tot een man van boven de vijftig gebombardeerd. Geruchten staken de kop op dat Remarque in werkelijkheid Kramer heette (deze mythe werkt nog altijd in encyclopedieën en literatuurgeschiedenissen door). De waarheid over Remarque bleek er soms uit te bestaan dat hij Jood, dan weer dat hij in het echt Fransman was. Deze dingen zogen de critici uit hun duim. Anders lag het met de schrijversactiviteiten van Remarque voordat hij zijn roman publiceerde. Remarque publiceerde na 1918 over onderwerpen - zoals het mixen van drankjes - die in de verste verte niets met de verscheurdheid van de Eerste Wereldoorlog te maken hadden. Tussen de democratische, pacifistische geest van zijn roman en zijn leven bespeurden zijn vijanden een ontoelaatbare kloof. Ze verweten hem een soort dandy te zijn.

Wat de nationaal-socialisten van Remarque vonden, lieten ze meteen na de publicatie van zijn roman in alle duidelijkheid blijken. De controverse rond de roman kreeg nog een spannend vervolg in het jaar daarop. Op vrijdag 5 december 1930 werd in de Berlijnse Mozartzaal voor het eerst de film 'All quiet on the Western front' van de Amerikaanse regisseur Lewis Milestone vertoond. Dat was de gouden kans voor de nazi's om hun macht te demonstreren. Met stinkbommen en een heel leger witte muizen probeerden zij de vertoning in het honderd te laten lopen. De Völkischer Beobachter van de volgende dag liet weliswaar uitkomen dat “Dr. Goebbels vanaf zijn plaats de mensen tot bedaren (probeerde) te brengen, maar dat hij vooral tegen de smaad protesteerde die het Duitse Berlijn met deze vertoning werd aangedaan.” Twee dagen later hield Goebbels op het Wittenbergplein in Berlijn een rede waarin hij tegen de film 'Im Westen nichts Neues' protesteerde. Volgens Goebbels was het een schande dat een film “die de beste soldaat aller tijden, de Duitse frontsoldaat, door het slijk haalde, kon worden vertoond.”

De actie der Nazi's had succes: de film werd verboden. Niet alleen in Duitsland maar ook in Oostenrijk. Weliswaar hadden de Oostenrijkse nationaal-socialisten in 1930 slechts 3 procent van de stemmen gekregen, maar zij wisten zich bij hun actie tegen de film van de steun van de rechts-nationalisten te verzekeren, groeperingen waarin aristocraten en officieren waren vertegenwoordigd. Ook hier ging het niet in eerste instantie om de film maar om een demonstratie van de macht van de straat. Dit wordt nog eens onderstreept door de opheffing van het verbod op 'Van het westelijk front geen nieuws' aan het eind van 1931. Alfred Hugenberg, de voorzitter van de UFA, die Goebbels het hardst had gesteund, liet de film in de UFA-bioscopen draaien. Remarque zelf zou de grond al spoedig na 1929 te heet onder de voeten worden. Na de overname van de macht door Hitler in januari 1933 was de weg terug definitief versperd. De schrijver emigreerde en vestigde zich na de Tweede Wereldoorlog in het Zwitserse Ticino. Twee jaar lang was Erich Maria Remarque mijn lievelingsschrijver. Op 29 december 1962 kocht ik in Bielefeld de Ullstein-pocket van 'Im Westen nichts Neues'. Het mooiste gedeelte van de roman vond ik toen de episode waarin Kropp, Leer en Paul Büumer bij drie Franse meisjes op nachtelijk bezoek gaan en in ruil voor broden en sigaren met hen mogen slapen. Gelukkig las ik in Tessa de Loo's 'De Tweeling' dat ik blijkbaar niet de enige was die juist dit avontuur onthield. Na 'Im Westen nichts Neues' heb ik me als een waanzinnige op het werk van Remarque gestort: 'Drei Kameraden', 'Zeit zu Leben, Zeit zu sterben', 'Arc de Triomphe', 'Liebe Deinen Nüchsten', 'Der Weg zurück', 'Die Nacht von Lissabon'. Ik las door totdat ik het gevoel had een schrijver trouw te zijn die ik op sentimentaliteiten en herhalingen had betrapt en die ik daarom niet meer door dik en dun kon beschermen. Met 'Die Nacht von Lissabon' was het hoofdstuk Remarque ten einde. Ik was ver verwijderd geraakt van zijn eersteling.

Nu de Erven Bijleveld in Utrecht de klassieke oorlogsroman opnieuw hebben laten vertalen en alles bij elkaar opgeteld de vijfentwintigste editie van 'Van het westelijk front geen nieuws' het licht hebben laten zien, kreeg ik de kans om op mijn schreden terug te keren, terug naar Paul Büumer. Voor deze herkansing ben ik dankbaar. Door de dagboekvorm die de roman heeft, komt Paul Büumer de lezer zeer na. Omdat precieze details met betrekking tot het deel van Frankrijk waar Büumer en de zijnen zich bevinden en tot de tijd waarin het speelt (behalve de seizoenen) ontbreken, is er geen ontsnappen mogelijk naar werkelijkheden buiten die van het vertelde. De bijzonderheden van alledag, zoals de beste plek om je behoefte te doen, de vraag hoe kom je aan het eten, het verlangen naar wraak op de onderofficieren die je gekoeieneerd hebben, dat is met vele andere kleine dingen de werkelijkheid die op dat moment voor de frontsoldaten van belang is. Ook de angsten zijn op een zo direkt mogelijke manier aanwezig. Door de fragmentarisering van het leven in de loopgraven wordt dan het grote probleem van Paul Büumer en de zijnen voelbaar - hoe is ooit de terugkeer mogelijk naar de normaliteit van het leven thuis: “We zijn aangetast door feiten, we calculeren als een koopman en zijn nuchter als een slager. We zijn niet langer onbezorgd - we zijn afschuwelijk onverschillig. We zouden in het landschap van onze jeugd kunnen rondstappen, maar zouden we er ook leven? We zijn eenzaam als kinderen en ervaren als oude mensen, we zijn grof en somber en oppervlakkig - ik denk dat we verloren zijn.” Met Paul Büumer's klacht dat het niet meer zal lukken om de tedere krachten van de herinnering op te roepen, is een waarheid uitgesproken die de gevolgen van iedere oorlog raakt. Daarom zal dit boek helaas ook in de eenentwintigste eeuw gelezen moeten worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden