Eric van der Westen vindt inspiratie in Afrika en bij Charles Mingus

Eric van der Westen is de verantwoorde aanpak van Wynton Marsalis spuugzat. Op zoek naar vernieuwing kwam hij uit bij de jaren vijftig. Vier componisten uit de improvisatie-hoek en vier klassieke componisten vroeg hij zich door Charles Mingus te laten inspireren. Met zijn 12-koppige band brengt hij het resultaat deze weken tot klinken.

Het zat Eric van der Westen niet mee, afgelopen weekend, op de slotavond van November Music. Met zijn 12-koppige Quadrant Extended bracht hij er het programma 'Me, myself and I, looking at the music of Charles Mingus'. De musici, onder wie negen blazers, hadden moeite met de akoestiek. En het publiek, dat eerder door het Belgische kamerensemble Champ d'Action was vergast op stukken van ondere andere Bach en Ysaije, was te overvoerd om goed te reageren op het Mingus-programma.

Een paar dagen later in zijn kantoor in Tilburg vertelt Van der Westen dat hij niettemin tevreden is over het resultaat tot dusver. ,,De avond voor het concert in Den Bosch speelden we in Rotterdam. Daar ging het fantastisch. Alles klopte. Gisteravond speelden we in Amsterdam in het Bim-huis. Daar hebben we we cd-opnamen gemaakt. Ik heb gemerkt dat je die het beste kan maken tegen de helft van de tournee, na de eerste concerten. Dan zit de scherpte er nog in.''

'Me, myself and I, looking at the music of Charles Mingus' komt na een periode dat de bassist/orkestleider zich intensief bezighield met Afrikaanse muziek. Een periode waaraan, voegt Van der Westen daar direct aan toe, nog lang geen eind is gekomen. Toch komt het Mingus-project niet uit de lucht vallen. Mingus heeft voor Van der Westen alles met Afrikaanse muziek te maken.

,,Vroeger, toen ik mijn octet leidde, probeerde ik al het belang van Mingus' muziek en de energie die ik uit zijn muziek haal - waardoor die mij zo blijf boeien - te duiden. Ook in de jaren dat ik met Afrikaanse muziek bezig was, bleef Mingus' muziek een belangrijk referentiepunt.''

Dat hij zich op Afrikaanse muziek richtte, kwam door zijn groeiende teleurstelling in het overheersende traditionalisme in de jazz. ,,Ik werd schijtziek van de verantwoorde Wynton Marsalis-aanpak en de één-twee-drie-hoedje-van-papier-muziek, zoals Jasper van 't Hof dat noemt. Ook mijn eigen bijdragen daaraan in diverse groepen, waren zeer onbevredigend. Ik wilde weer op onderzoek uit, zoals ik destijds met jazzmuziek begonnen was. Een zoektocht naar wat mij nu eigenlijk boeit in muziek. Wat is mijn drijfveer? Waar haal ik mijn inspiratie vandaan? Wat is de muzikale kern die mij bezighoudt en constant doet zoeken naar nieuwe kleine veranderingen in mijn eigen spel en mijn dagelijks leven? Je bent niet alleen musicus, maar ook iemand die boodschappen doet en z'n huur moet betalen.''

In Afrika merkte de bassist hoe mensen daar vanuit hun achtergrond tegen cultuur en het westen aankeken, en hoe die zienswijze zijn eigen kijk op de westerse cultuur veranderde. ,,Ik ben veel in Afrika geweest en heb daar goed kunnen zien hoe arrogant de westerse maatschappij is. Als musicus heb ik daar consequenties aan verbonden. Met die nieuwe opvattingen en levenservaringen ben ik als gaan kijken naar de muziek die ik in mijn verleden heb bewonderd. En als je dan merkt, dat wat je toen aantrok in muziek, nog steeds overeind staat, is dat een zuiver gegeven.''

Eén van de musici, wiens belang recht overeind bleef, was Charles Mingus. ,,Wat zijn muziek mij leert, is hoe je in alle vrijheid zowel traditioneel kunt zijn als vernieuwend. De muziek van de echt grote jazzmusici - Mingus, Monk, Coltrane, Parker - is zo authentiek, dat ze blijft inspireren. Dat mis ik in de muziek die nu gemaakt wordt. Het werkelijk creëren met de huidige jazz-taal is niet meer die van de jaren vijftig. Maar de manier waarop veel hedendaagse musici daar mee omgaan, ontbeert de creativiteit om er iets eigens mee te doen.''

Met zijn Afrikaanse ervaringen, die recentelijk leiden tot twee bijzondere cd's, en met zijn huidige Mingus-project, probeert de Tilburgse bassist daar wat aan te veranderen. Het was niet zijn bedoeling om Mingus-composities in een nieuw jasje te steken. Hij vroeg acht componisten (vier uit de gecomponeerde en vier uit de geimproviseerde hoek) om zich door een specifiek werk van Mingus te laten inspireren tot het maken van een eigen compositie.

De jazzcomponisten - Martin Fondse, Jacques Palinckx, Paul Termos en Van der Westen - hadden daar geen moeite mee. De 'klassieke' componisten - David Dramm, Roderik de Man, Chiel Meijering en Andries van Rossum - hadden, zo merkte de initiatiefnemer, evenwel problemen met de rol van improvisatie.

,,Ik had niet verwacht dat de verschillen tussen de gecomponeerde muziekscene en de geïmproviseerde muziekscene zó groot zijn. De manier waarop tegen improvisatie aangekeken wordt vanuit de eigentijdse klassieke hoek is wezenlijk anders dan hoe wij daar op ons erf mee omgaan. Ik heb in enkele stukken echt in moeten grijpen om plekken aan te wijzen waarin kon worden geïmproviseerd. Het is jammer dat zij zich voornamelijk hebben verdiept in het compositorische gedeelte.''

Het extreemste voorbeeld was Andries van Rossum met 'Reverberating Mingus'. ,,Daaraan'', zegt Van der Westen, ,,heb ik niets kunnen veranderen. Dat liet dat stuk niet toe. Van Rossum laat de musici overigens wel een kleurvrijheid. We mogen onze noten buigen, maar erop improviseren, kunnen we niet.'' 'Reverberating Mingus' is een stuk voor gettoblaster en orkest, gebaseerd op Mingus' 'Remember Rockefeller at Attica'. ,,Daartegen heeft Van Rossum een Ives-achtige kleurstelling gezet. Dat werkt goed, maar doordat het orkest vast zit aan de muziek die uit de gettoblaster klinkt, is het onmogelijk daarop te improviseren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden