'Ergens zijn waar het ertoe doet'

Khalifa Natour is een Israëlische Palestijn, en een bekend acteur in Israël en de Palestijnse gebieden. Hij praat over zijn rollen die hij overal wil spelen, 'Kennelijk heb ik ook die rebbe in me.'

In het toneelstuk 'Odysseus op flessen' speelt Khalifa Natour de Palestijnse leraar die een vlot bouwt van plastic flessen om Russische literatuur naar Gaza te brengen. De Israëliërs onderscheppen het vlot, de leraar belandt in de gevangenis. "Niemand heeft daar Russische literatuur nodig", bijt de Israëlische ondervrager hem toe. "Geloof me", antwoordt de leraar, "de Gazanen dorsten naar Russische literatuur." Zijn vereenzelviging met die leraar is voor Natour vanzelfsprekend. Al lang geleden heeft hij het gevestigde repertoire ingeruild voor stukken die er in zijn gevoel toe doen.

Bij de ingang van restaurant Fattoush, vlakbij de haven van Haifa, staat een bord: 'Welkom, alle maten, alle kleuren, alle leeftijden, alle culturen, alle sekses, alle religies, alle types, alle geloven, alle mensen zijn hier veilig'.

Kom naar Fattoush, had Natour voorgesteld. Rondom klinken Hebreeuws en Arabisch door elkaar - een haast virtuele wereld, want de koppen in de krantenbak naast het bord schreeuwen de taal van de nieuwe intifada en steekpartijen. Daags na het interview pleegt een Israëlische Arabier in Tel Aviv een aanslag, waarvan premier Netanjahu meteen die hele groepering (20 procent van de bevolking) zo goed als de schuld gaf. Op de binnenpagina's woedt de polemiek over het schrappen van een Joods-Palestijnse liefdesroman van de leeslijst voor middelbare scholieren. Het zou hen op foute gedachten kunnen brengen.

Khalifa Natour is acteur, zoveel is duidelijk. Maar is hij een Palestijnse acteur die in de top van het Israëlische theater heeft gespeeld? Of een Israëlische acteur die heeft geholpen Palestijnse theaters op te richten? Of een Israëlisch-Palestijnse acteur die naar eigen zeggen zijn werk achterna reist - of dat nu in Haifa (Israël), Parijs, Ramallah (Palestina), Londen of op de door Israël bezette Golan (Syrië) is.

"Ik had eens een jaar niet gewerkt, toen ik een telefoontje kreeg uit Ramallah: 'We beginnen hier een theater en werken aan het openingsstuk.' Dan ben ik daar", vertelt hij. "Een jaar lang hebben we gerepeteerd. Ik ben zes jaar gebleven. De tweede intifada brak uit, Israël viel binnen. Wat doe je dan? Shakespeare spelen terwijl er doden vallen en je de repetities onderbreekt omdat iedereen naar buiten kijkt als er weer een begrafenisstoet voorbij trekt? We besloten zelf een stuk te schrijven over wat zich buiten afspeelde, en dat gemengd met een bestaand toneelstuk over bloedwraak, waarin het moorden maar niet ophoudt.

Een jaar lang heb ik heen en weer gereisd tussen Haifa en Majd el-Sjams, een druzendorp op de Golan. Je voelt dan dat je ergens bent waar het ertoe doet. Er gebeurt iets met de gemeenschap. We hebben de 'Koopman van Venetië' gedaan. Sommige leerlingen van toen zijn nu mijn studenten op de universiteit hier in Haifa. Ik heb Beckett met ze gedaan, en doceer nu de uitspraak van het klassieke Arabisch.

Ik kom uit Kalansua in de Driehoek (een gebied van Arabische dorpjes boven Tel Aviv, red.) maar mensen vragen me altijd waar ik vandaan kom, omdat ik anders spreek. Er zijn hier zo veel dialecten, en ik heb een beetje van iedereen geleend, van Ramallah, van de Driehoek, van de Golan. Ik houd van literair Arabisch. Ik acteer in verschillende talen. Ik wil niet mijn hele leven in mijn dialect doorbrengen."

Zegt dat iets over uw dubbele identiteit? In het buitenland weten ze wat een Palestijn is en wat een Israëliër is. Maar een Israëlische Palestijn, wat is dat voor een wezen?

"Het is een Palestijnse Arabier die al heel lang in de staat Israël leeft met alle bijbehorende overheidszaken, een Israëlisch identiteitsbewijs, sociale verzekeringen, en onderwijs. En dat laatste houdt in dat je veel leert over de Holocaust, maar niet over de eigen Palestijnse geschiedenis of schrijvers als Mahmoud Darwish. Alles wat over de Palestijnse identiteit gaat leer je niet, alsof wij hier als buitenaardse wezens zijn gearriveerd. Het is een soort bezetting die nu al sinds 1948 voortduurt en waar haast niemand het over heeft. Behalve misschien Avigdor Lieberman (rechtse Israëlische politicus, red.) die ons nu eens naar de maan wil sturen, dan weer naar Nablus (op de Palestijnse Westoever), en misschien wel naar Micronesië.

Die Israëlische overheersing heeft mijn identiteit als Palestijn aangetast. Ik was populair op school, lid van de padvinders, we hesen daar de Israëlische vlag. We begrepen niet dat het ook anders kon. Pas later toen ik opgroeide,

begonnen de protesten, onder meer tegen alle landonteigeningen. Mijn oudere broer werd eens met een bebloed hoofd opgepakt. Samen met mijn vader ging ik hem zoeken en ik herinner me nog dat ik zei; pappa, ze zullen hem heus niet meteen vrijlaten. Langzaam begin je te begrijpen hoe het systeem werkt. Dat niet de slimste of beste mensen de belangrijke baantjes krijgen, maar dat er de 'goeie Arabier' is - die meewerkt met het systeem en dus de banen en de macht krijgt, die zonder vergunning zijn huis kan bouwen - en de 'slechte Arabier', die niet bereid is tot zo'n soort onderwerping. Zo ziet die bezetting eruit. Misschien dat het anders wordt als er vrede komt, misschien dat het over honderd jaar nog steeds oorlog is..."

Bent u voor of tegen de tweestatenoplossing?

"Ik ben altijd voor twee staten geweest, een Palestijnse naast een Israëlische. Maar de laatste tijd is dat aan het veranderen, al weet ik van binnen dat een één-staat-oplossing onmogelijk is. Zelfs al zouden de Palestijnen ermee instemmen dat in die ene staat de komende honderd jaar een Jood de premier is, dan nog zal het niet werken. Juist omdat ik de Joden van nabij ken, met ze werk, met ze leef. Ik weet hoe de Israëliërs, de Joden, hier hun eigen gemeenschap hebben opgebouwd, hun eigen taal, hun onderwijs. Dat hebben de Palestijnen ook nodig, laat ze hun samenleving opbouwen, hun eigen nationale instellingen, dwing ze niet om alleen over de Holocaust te leren en niet over Darwish, laat ze hun eigen onderwijs bepalen. Misschien dat we dan over zeventig jaar kunnen samenleven."

Wil dat zeggen dat u er eigenlijk vrede mee heeft dat u, een Israëlische Palestijn, als minderheid in het overwegend Joodse Israël blijft leven?

"Ik blijf heen en weer trekken. Mijn jeugd was in Kalansua, maar ik ging ook met mijn moeder mee naar de markt in Tulkarem en naar Nablus (beide op de westelijke Jordaanoever) waar ze een winkel had. Mijn moeder komt uit een dorpje uit die buurt, haar familie woont daar nog altijd. Ik heb als kind al handeltjes gedreven met speelgoed dat ik uit Nablus meenam en in Kalansua verkocht! Mijn identiteit als Palestijn is niet een kwestie van ideologie. Het is mijn leven - als kind in Kalansua en Nablus, en als volwassene die zes jaar in Ramallah woonde. Ik heb ook niet ervoor gekozen Palestijn te zijn."

En als u had kunnen kiezen?

"Dan had ik iets interessants gekozen, misschien wel Nepalees. Maar misschien toch weer Palestijn. Die Palestijnse geuren... die wezenlijke dingen van het bestaan...

We hebben te veel van het Israëlische onderwijs in ons opgenomen. Ze hebben ons geleerd om Palestina een beetje te haten, bang te zijn het woord te noemen. Als je vroeger het woord 'Palestina' in de mond nam, bogen zich tien mensen naar je tafeltje om te horen wat je zei en om het aan de overheid door te vertellen. Dat is gelukkig niet meer het geval.

In de Arabische dorpen overheerste de afschrikking. Als een schoolhoofd in een dorp ook maar iets over Palestina zou onderwijzen, wist hij dat hij er voorgoed uit zou vliegen. Hij wist dat hij zijn aanstelling had gekregen omdat hij dat niet zou doen. Dat was niet overal zo. In Haifa, de stad, was meer bewustzijn. Thuis hadden we een Palestijns gedicht aan de muur. En mijn broer had een fotootje van Arafat. Stiekem. Zo was het onderwijs.

Onderwijs is het middel bij uitstek om een volk te onderdrukken. Als ik ooit een boek ga schrijven is dat 'Het handboek voor de beginnende onderdrukker', en het eerste advies luidt: zorg ervoor het onderwijs te bepalen."

U speelde in 'Odysseus op flessen' een leraar die een vlot van plastic flessen bouwt om Russische literatuur naar Gaza te brengen. Hij wordt onderschept en opgepakt. En dan zegt zijn onder- vrager van de Sjien Beet: 'Ze hebben daar geen boeken nodig.'

"En ik antwoord: 'Juist boeken hebben ze nodig.' Misschien nog wel meer dan voedsel. Boeken verschillen niet zo veel van voedsel. Ook mensen die niet te eten hebben, hunkeren naar boeken."

Waarom juist Russische literatuur?

"De leraar zegt 'omdat ik er van houd'. Maar het is eigenlijk een dubbele metafoor, want het zijn boeken die Russische schrijvers in Rusland niet mochten uitgeven. Boeken zijn op veel plaatsen in de wereld niet gewenst. Rusland, dat zo rijk is aan goede literatuur, verbood die boeken, en Israël, dat toch het volk van het Boek heet te zijn, verbiedt boeken. Als die leraar Gaza had bereikt, hadden ze misschien ook daar die boeken verboden.

Ik was 18 of 19 toen ik in Egypte was en er boeken kocht. Bij de Israëlische grens werden ze ingenomen. Ik zei nog 'maar dit boek is van Nizar Qabbani, die schrijft poëzie over vrouwen'. En die grensbeambte zegt: 'Ik weet wie Nizar Qabbani is'. Ze hebben al mijn boeken afgepakt - zelfs boeken die hier te krijgen zijn!"

Die vereenzelviging met de leraar die niet kan accepteren dat er een plek is waar ze die prachtige literatuur niet kunnen lezen, is voor u vanzelfsprekend?

"Ja, ook op een ander niveau. Ook ik kan als Palestijn met mijn Israëlische papieren niet naar Gaza. Het mag niet van de Israëliërs. Maar ik ben met mijn Israëlische papieren ook niet welkom in een Palestijns dorp op de Westoever om ze daar bijvoorbeeld acteerles te geven. Ramallah kan, omdat het leven, de mentaliteit daar anders is. Ook ik leef in zekere zin in een getto. Die identificatie met de leraar berust op het gegeven dat je als mens - niet alleen als Palestijn, ook als goedwillende Israëliër - wordt verhinderd om iets van jezelf te geven. Het gaat me niet om de confrontatie met de soldaat bij de controlepost. Het is geen politieke zaak. Onze menselijke waarde, het recht iets te kunnen bijdragen wordt ons ontnomen. Ook ik loop tegen die muren op en wil ze doorbreken."

In de film 'Tikkun' speelt u nu een ultra-orthodoxe jood. Is de identificatie dan anders?

"Het was al de tweede keer dat ik de regisseur vroeg wat ze in hemelsnaam van me willen. De eerste keer was voor de film 'The Band's Visit'. 'Ben ik die verlegen man, die niet in staat is zijn symfonie af te schrijven en altijd beleefd blijft terwijl iedereen over hem heenvalt?' Die regisseur zei me dat ik kennelijk geen benul had hoe ik overkom.

Diezelfde vraag stelde ik bij 'Tikkun', want die regisseur bleef maar aandringen, terwijl ik al nee had gezegd. Ik wilde zeker geen baard laten staan in de huidige situatie. Ze zouden me er meteen van verdenken dat ik van IS ben. Ik heb uiteindelijk alleen pijpekrullen laten groeien en een snor. In restaurants staarden ze me aan. Maar die regisseur zei me dat ik geen idee had hoeveel ik van die rol in me had. Kennelijk als ik diep bij mezelf naar binnen ga, heb ik ook die rebbe in me. Als je maar genoeg afstand neemt van het stereotype en de mens ontdekt, kun je je daarmee identificeren. Dan maakt het niet uit of het een vrome rebbe is of een sjeik. Dat geldt voor alle mensen - Israëliërs, Palestijnen, wie ook. Hoe meer ik me in die ander verdiep hoe meer ik over mezelf leer."

Wie is Khalifa Natour?

Khalifa Natour werd in 1965 geboren in Kalansua, een Arabisch dorp in Israël. Hij was het dertiende kind, van de veertien. Als kind gaf hij al voorstellingen in het dorp.

Hij leerde acteren aan de hogeschool voor theater in Tel Aviv, en speelde bij vooraanstaande Israëlische theatergezelschappen. Natour was betrokken bij het oprichten van het Palestijnse theater in Ramallah en Jeruzalem. In Parijs speelde hij enige tijd onder leiding van regisseur Peter Brook in diens Théâtre des Bouffes.

Hij is meerdere malen onderscheiden voor zijn rollen zowel op het toneel als in films.

ezelf leer'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden