Ergens tussen aap en mens

Morgen viert Suriname de bevrijding van de slavernij en vandaag herdenkt men er de slachtoffers. Werken de denkbeelden van toen nog door in de verhouding tussen blank en zwart? En zou een monument in Nederland iets oplossen? Gaat men in 'de kitsch van het lijden' wel nauwkeurig met historische gegevens om? Opname uit de tv-serie 'Roots' uit de jaren zeventig.

'De verhouding tussen de Surinamers en Nederlanders is mede bepaald door de slavernij'', zegt Yvonne Caprino. ,,Zonder dat hij het weet, behandelt de Surinamer zijn onderdaan of knecht vaak zoals de Surinamer vroeger werd behandeld door de koloniaal.'' Caprino is projectleider van de Stichting Projekten Protestants Christelijk Onderwijs Suriname. Ze woont in Suriname, maar gaat voor haar werk nogal eens naar Nederland. Daar moet ze de Nederlandse instanties die haar steunen bij het onderwijs in Suriname, de 'Surinaamse mentaliteit' uitleggen.

Op 1 juli 1863 schafte Nederland de slavernij af, waarmee de Surinaamse en Antilliaanse slaven bevrijd werden. Die bevrijding wordt jaarlijks op 1 juli gevierd. Op 30 juni worden de slachtoffers herdacht. Ook na ruim honderddertig jaar is slavernij nog een belangrijk thema. Steeds meer mensen willen een monument ter herdenking van de slachtoffers en een openbare schuldbekentenis van de Nederlandse overheid en de kerken. Wat de laatste betreft: ondanks hun 'goede werken' stemden veel zendelingen en missionarissen stilzwijgend in met de onderdrukking van de slaven. De eis om schuld te bekennen wordt misschien wel het sterkst verwoord door dominee Polanen van de gezamenlijke migrantenkerken. Hij dringt aan op een schuldbelijdenis van de kerk en op een nationaal excuus van bijvoorbeeld minister-president Kok. Met die schuldbekentenis zou Kok in de voetsporen treden van de Amerikaanse president Clinton, die in Afrika zijn spijt betuigde voor de Amerikaanse betrokkenheid bij de slavernij.

Reden voor een herdenking van de slavernij is niet alleen de erkenning van de onderdrukking in de tijd van de kolonisatie. Caprino ziet een 'doorwerking' van de slavernij tot in deze tijd en Tony Kofi, ex-minister van Ghana, noemt zich een slachtoffer van 'het concept slavernij'. De opvattingen over 'de zwarte' hebben volgens Kofi tijdens de kolonisatie de negatieve vorm gekregen die nog steeds van invloed is op het hedendaagse racisme. De onderdanige rol die de zwarte werd toebedeeld, werd verdedigd door hem op te vatten als een onvolgroeid mens, als een wezen dat zich ergens tussen aap en mens bevindt. Dat zijn volgens Kofi beelden die na de kolonisatie van generatie op generatie overgedragen zijn.

Het denken in racistische categorieën komt niet alleen voor in het contact tussen blanken en zwarten, maar ook binnen de Creools-Surinaamse gemeenschap. Daarin wordt volgens Gert Oostindie, hoogleraar caraïbistiek, onderscheid gemaakt tussen de blanke en de minder blanke. Het probleem van de doorwerking van de slavernij wordt nog prangender door de grote migratiestromen van de afstammelingen van de slaven. Een volk dat eerst met geweld verplaatst is van Afrika naar Suriname, ziet nu een groot deel van zijn mensen naar Nederland trekken. Een ontmoeting van de nakomelingen van de slaven met nakomelingen - al is het maar in denkbeelden - van slavenhouders.

Ondanks de goede bedoelingen van de Nederlandse overheid, vindt volgens Kofi in Nederland een nieuwe kolonisatie plaats. Hij voegt aan zijn Engelse betoog een Nederlands woord toe - 'deskundige' - om het probleem aan te duiden: ,,De Nederlandse overheid stapt bij een probleem met een 'andere culturele groep' naar een deskundige. Bijvoorbeeld een godsdienst-wetenschapper of een cultureel antropoloog.'' Probleem is volgens Kofi niet alleen dat die deskundigen te weinig deskundig zijn, maar vooral ook dat zij elke uitdaging voor de betrokken groep wegnemen.

Verantwoordelijkheid maakt plaats voor een nieuwe vorm van slavernij. Elke vorm van eigen initiatief - bijvoorbeeld het Zwart Beraad, een Amsterdamse black powerbeweging - wordt volgens hem gehekeld door de Nederlander. Daar moet wel aan toegevoegd worden dat het Zwart Beraad ook in eigen kring niet onomstreden is.

De belangstelling voor het lijden van de voorouders staat de aandacht voor vormen van moderne slavernij, zoals kinderarbeid en vrouwenhandel, soms in de weg. Hoewel de Surinaamse cultuur geen klaagcultuur is, onderkent Oostindie het gevaar van een te sterke preoccupatie met het lijden van de voorouders. Dat zorgt niet alleen voor het verwaarlozen van slavernij in deze tijd, maar kan ook een werkelijk begrip van het verleden tegengaan. De publicist Ian Buruma betoogde onlangs in Trouw dat lijden een nieuwe manier lijkt te zijn voor het vormen van een identiteit. De Afro-Amerikaanse gemeenschap verwatert door contacten met andere culturen. Een manier om die culturele identiteit te verdedigen, is een identificatie met het lijden van de voorouders, in dit geval de slaaf. In deze kitsch van het lijden wordt volgens Buruma niet altijd even nauwkeurig omgegaan met historische gegevens. Het sentiment wint het van de kennis.

Agnes Ritfeld, collega van Caprino, herkent die tendens, maar heeft er meer begrip voor dan Buruma: ,,Zo'n monument is voor de Surinamer in Nederland waarschijnlijk belangrijker dan voor de Surinamer in Suriname. De identiteit van Surinamer wordt in Nederland beïnvloed door andere culturen. Daardoor gaat hij op zoek naar symbolen die zijn eigen identiteit een vorm geven. De behoefte aan een monument is ook een behoefte aan zo'n symbool.''

Caprino meent dat aandacht voor de slavernij belangrijk is, maar dat het niet moet blijven bij een herdenking: ,,We moeten weten wat het betekent om van daaruit verder te gaan.'' Een monument is geen panacee dat de problemen voor de Surinaams-Creoolse mensen en andere nakomelingen van slaven wegneemt. ,,Met de komst van een monument'', zegt Oostindie, ,,los je de problemen niet op. Het is de acceptatie van een bepaalde bevolkingsgroep en een impliciete schuldbekentenis. Meer niet. Daardoor word je niet bevrijd uit de sociale structuren van onderdrukking.''

Kofi meent dat het monument niet de vorm moet krijgen van een symbool, maar van bijvoorbeeld een museum: ,,Je betaalt een kunstenaar duizenden guldens om een monument te maken. Daarna loop je eraan voorbij en denk je so what?''

Een stap verder dan een monument is een schuldbelijdenis. Een expliciete schuldbelijdenis van de Nederlandse kerk en de overheid is voor Oostindie problematisch. ,,Zo'n monument is ook een impliciete schuldbekentenis. Een uiting dat het niet had moeten gebeuren. Een meer directe verontschuldiging is problematisch. Dan kom je al snel op de vraag of een generatie die nu leeft wel verantwoordelijk gehouden kan worden voor daden van een andere generatie.''

Ritfeld deelt zijn mening: ,,De mensen die nu leven kun je niet verantwoordelijk houden voor de slavernij in Suriname. Dat is zo lang geleden. Er staan generaties tussen de slavenhouder en hun afstammelingen die nu een schuldbekentenis zouden moeten afleggen. Voor gelovigen geldt dat vergeving een zaak van God is: als Hij mensen die in de tijd van de slavernij verkeerd gehandeld hebben vergeeft, moeten wij hem volgen.''

,,Ik geloof niet'', voegt Caprino toe, ,,dat je alleen door een schuldbekentenis uit te spreken het verleden kunt uitschakelen. Dat kan niet.''

Oostindie: ,,Er zijn ook andere manieren waarop iets gedaan kan worden aan die slavernij. Ik denk aan het verlenen van studiebeurzen voor Antillianen en Surinamers. En niet aan anderen. De wereld van de wetenschap wordt te veel bevolkt door witte professoren zoals ik.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden