Erfgoed

In de serie 'De groentetuin' volgen we de tegenslagen en bescheiden succesjes van moestuinbeginneling Alma Huisken. Aflevering 13.

Subruncivi. Zo noemden de Romeinen hun onverharde paden die bedoeld waren om gewassen van het veld te halen. Ze lagen vaak op privé-terrein en kenden een vaste minimumbreedte van 8 voet, oftewel 2,4 meter: ruim genoeg voor een man, vrouw of slaaf met kar. In mijn tuin zou zo'n subruncivum een heel groentebed beslaan. Dat overigens volstaat met oude gewassen, waaronder soorten uit pre-Romeinse tijden.

Uien, doperwten, aardappels. Bieten, bloemkool, bonen. Het zijn meubelstukken in moestuinen overal te lande, al eeuwenlang geteeld. Maar tussen het gewone meubilair zwerft af en toe ook zeldzaam antiek, geërfd van onze voorouders: bijna vergeten gewassen. De teelt van zulke relikwieën leidt tot een interessante discrepantie tussen het aanbod uit volks- en moestuinen en dat uit groentewinkels of supermarkten. Zo worden tuinders erflaters! Een mooi voorbeeld komt van overzee: allang afgedankt door het reguliere circuit overleefden in Schotland en Ierland prachtige oude aardappelsoorten als Shetland Black (ca. 1900) en Fortyfold (uit 1836!) omdat liefhebberende tuinders de gewassen van weleer gaande hielden.

Hetzelfde lijkt hier te gebeuren met louter 'in de regio' bekende rassen als Parel, Rode Pipo, Zeeuwse Blanke en Pimpernel: in een bewolkte bui vrees je dat ze binnenkort voorgoed worden weggedrukt door supermarktpiepers. Tenzij dergelijke schitterende rassen een sanctuarium vinden op akkertjes van 8 voet in het vierkant -zoals in mijn tuin.

Als zelfbenoemd nieuw beschermster van ons cultureel-culinair erfgoed verkoos ook ik Parels te poten, tussen gewonere piepers als Eersteling en Irene. En voor het hoekje peulvruchten (dagelijkse kost voor de Romeinen) bestelde ik behalve Blauwschokkers -de beroemde paarse kapucijners- ook de minder algemene rozijnerwten. Ernaast, in een zinken teil gevuld met lekkere modder, groeit waterkers, ook al een groente uit de Oudheid. Pertinent weerde ik de ordinaire prinsessenboon, ten faveure van de bescheiden was- of boterboon, die zich zelden toont aan een groot publiek. Ze oogt bleekgeel en smaakt boterzacht. De teelt van het gewas had nog wel enige voeten in de aarde: om de bonen te stutten construeerde ik met touw en bamboe enige wigwams van 2.40 meter hoogte, prikte vier zaden rond elke stok, maar verzuimde te lezen of het hier een klimmende stokboon of een laagblijvende stamboon betrof. Laten we het erop houden dat het kniehoge groen leuk stond, aan de voet van de kale gevaartes. De bonen smaakten er niet minder om en de loofvrije bamboetorens verrichtten later nuttige diensten als droogrek voor sjalotten.

Achter de bonen kwamen kardoenen, stokoude en ooit erg geliefde voorlopers van de artisjok. De distels zouden allang als Griekse reien in de tuin moeten staan, maar eind juni vertoeven ze nauwelijks een voet hoog in zelfgeconstrueerde couveuses van omgekeerde cherrytomaten-bakjes. Veelbelovender is het gesteld met de voor mij nieuwe, maar oude, malse slasoort 'Twellose gele' -die flink uit de kluiten schiet- en met de topinamboers. Deze oorspronkelijk Indiaanse aardperen zijn innig verwant aan zonnebloemen en voelen zich kennelijk thuis aan de tuinzoom: dagelijks lijken stelen en loof vijfcentimeter te groeien en ik verheug me al op hun felgele kronen, later deze zomer.

Met een eveneens juichend gele bloem -maar dan vele maten kleiner- tooit zich een van onze nederige vruchtgroentes: de augurk, een Aziaat van 10.000 jaar oud. Het bloemkelkje brengt groene cilinders voort, bekleed met fijne stekels. Laag bij de grond schept de plant een enorme verwarring, want in een oerwoud van bladeren verbergt hij listig zijn vruchten. Als een verstrooide eekhoorn zocht ik ernaar, plukte beteuterd drie augurkjes niet groter dan een babypink, en bleef ziende blind voor de groene knotsen in het lover. Pas toen ik 'knap' onder de klomp hoorde, bleek ik een zure bom-in-aanleg te hebben gekliefd. Met dille, knoflook en uitjes van eigen teelt legde ik de resterende exemplaren in, zette het voorraadje weg om te rijpen, maar bewonderde het af en toe ook, dat groene, frisse erfgoed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden