Erevoorzitter bij Barça, niet serieus genomen bij Ajax

Daar stond hij plotseling, met een heus vlinderdasje om de nek. Verdwaald, zou je zeggen, in wat nu toch echt het allerlaatste item van het ’Sportjournaal’ over schaatsen moest zijn.

Johan Cruijff.

Wanneer hadden we hem voor het laatst gezien? Dat moet, twee jaar geleden, bij de slagboom van de Arena zijn geweest. Toen hij Ajax voor eens en voor altijd ging redden en toch na een paar weken alweer gevlogen was.

Toen hadden we het wel gehad met hem. Kritiek – dan weer onnavolgbaar, dan weer cryptisch, dan weer voorspelbaar – op van alles en nog wat en als puntje bij paaltje kwam, in de laatste vijftien jaar zelf nooit meer wat gedaan. Niet meer serieus te nemen. Dat voelde oneerbiedig en ongemakkelijk. Wat was hij majestueus geweest als voetballer en razend interessant als coach. Maar als orakel had hij het er later wel naar gemaakt.

Zou hij daar zelf dan toch iets van hebben gevoeld? Zou hij daarom dan maar even de wijk hebben genomen naar het schaatswereldje, naar een gala voor de schaatsers van het jaar –een feestje van zijn lijfkrant, de enige die hem nog onvoorwaardelijk als een verheven ziener presenteert en behandelt?

Johan Cruijff zei dat hij Sven Kramer erg goed vindt. Nou ja, dat weten we dan.

Voorheen mocht hij graag zeggen dat de jeugdopleiding van Ajax erg slecht is, die kweekvijver die de afgelopen jaren een slordige 80 miljoen euro opleverde. Eigenlijk begon Cruijff altijd over de organisatie van Ajax die niet deugde. Het klonk interessant, maar het was larie: het ging niet goed met Ajax omdat er een stoet aan Ajax onwaardige voetballers werd gekocht. (Nu Ajax zowaar weer eens kampioen zou kunnen worden, is de organisatie niet ingrijpend anders.)

Hoe zíjn organisatie er uit moest zien zei Cruijff nooit, in dan weer wollige en dan weer aforistische redeneringen. Via u-bochten en andere chicanes van zijn logica kwam hij steevast uit bij de jeugdopleiding. De slagboom was nog niet voor hem geopend of daar lag zijn plan: zo’n beetje alle jeugdtrainers eruit en alles zou goed komen. Dat vond Marco van Basten (moest nog trainer worden, nu ook alweer weg) wat te gortig, en weg was Cruijff. Meer woorden zijn niet vuil te maken aan wat een klucht was en niet de intrede van een heilige twee-eenheid, al werd zulks toen werkelijk gesuggereerd dan wel gehoopt.

Nu moeten er toch een paar jeugdtrainers weg bij Ajax, onder wie oud-speler Arnold Mühren. Cruijffs lijfkrant schrijft dat de reorganisatie bij diens plannen aansluit, maar daar geloof ik niets van. De trainers passen niet in een modernisering op Ajax’ jeugdcomplex. De vorderingen moeten er, om kort te gaan, met technologieën van de nieuwe tijd worden vastgelegd. Hoe de basale babyboomer Cruijff het ook had willen doen, zó niet.

Toen hij nog een razend interessante coach was, haalde Cruijff de toen al 34-jarige Arnold Mühren naar Ajax. Een visionaire zet: op zijn oude dag won Mühren nog de Europa Cup II met Ajax en de Europese titel met Oranje. Mühren kon voetballen zoals Cruijff het wilde: simpel, met inzicht en een fijne balbehandeling. Mühren, 58 jaar nu, zal weinig met computers hebben en gerust een dag zonder mailbox kunnen. Maar zou in de gedachten van Cruijff iemand bij Ajax een talent beter kunnen leren hoe een bal te trappen en het spel te zíen?

Gisteren werd Cruijff benoemd tot erevoorzitter van Barcelona. Dat kan toch alleen hij, erevoorzitter worden zonder voorzitter te zijn geweest. Maar het ’ontslag’ van Arnold Mühren toont dat hij buiten Catalonië zelfs bij Ajax niet meer serieus wordt genomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden