Erasmus / Rotterdam eert zijn zoon

In de nacht van dinsdag op woensdag trok een stoet door Rotterdam. Precies 470 jaar na zijn sterfdag krijgt humanist Desiderius Erasmus de eer die hem toekomt.

Druk overleg, dinsdagavond voor de deur van de Rotterdamse Laurenskerk. De middeleeuwse muziekgroep wil weten wanneer de trompetspeler stopt, zodat zij kunnen beginnen. De acrobatiekgroep oefent in de hal en een nar probeert de eerste bezoekers aan het lachen te krijgen.

Binnen maakt het bestuur van Stichting Erasmushuis Rotterdam zich op voor de eerste Nacht van Erasmus. Het moet het begin zijn van een nieuwe traditie.

Als alle 350 stoelen zijn bezet, mag burgemeester Ivo Opstelten de avond openen. „Het is vandaag exact 470 jaar geleden dat Erasmus stierf. Sommige tradities laten lang op zich wachten.” De zaal knikt instemmend. „Laten we vanavond vieren dat Erasmus’ leven en werk ons zo dierbaar zijn.” Er wordt hard geklapt.

Gré Ploeg, directeur van de Stichting Erasmushuis, is blij dat deze ’traditie’ eindelijk van de grond is gekomen. „Het is toch raar dat er al die jaren niets werd georganiseerd op de verjaardag of sterfdag van zo’n grote Rotterdammer? We hebben al zo weinig authentieks in deze stad, laten we dit in elk geval koesteren.”

Ploeg kreeg drie jaar geleden van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam de vraag wat een Erasmushuis voor de stad zou kunnen betekenen. „Eerst keek ik daar alleen naar vanuit een toeristisch oogpunt. Dit wordt een trekpleister, dacht ik, zoiets als het Rembrandthuis in Amsterdam. Ik zag de souvenirs al voor me: golfballen met Erasmus’ afbeelding erop, chocolaatjes in de vorm van zijn hoofd, dat soort dingen.”

Toen las Ploeg Erasmus’ werk. Dat was, zegt hij, een ’verbijsterende ontdekking’. „Die man heeft geschreven over verdraagzaamheid, dialoog, respect voor andere culturen. Hij wilde verinnerlijking van het geloof, geen uiterlijke kenmerken. Nou, het kan bijna niet actueler.”

De Nacht van Erasmus en het binnenkort te openen Erasmushuis moeten de stad afhelpen van haar ’mono-imago’. Rotterdam is méér dan alleen havenstad en nieuwe-achitectuurstad. Ploeg: „We zijn niet pas op 5 mei 1945 begonnen. Dat besef groeit, de interesse voor onze geschiedenis groeit. Daar past Erasmus in. Hij is onze trots. Deze stad heeft tradities nodig.”

Dat de filosoof maar tot zijn vierde jaar in Rotterdam heeft gewoond en er misschien niet eens geboren is, doet er voor de aanwezige Rotterdammers niet toe. Hij koos er zelf voor op latere leeftijd Roterodamus aan zijn naam toe te voegen, zegt Opstelten in zijn rede. Daarmee verbond Erasmus zich voor altijd aan deze stad.

Adrie van der Laan, directeur van het Erasmus Center for Early Modern Studies: „Onze gemeentebibliotheek heeft de grootste Erasmuscollectie van de wereld. Voor Erasmus was thuis waar zijn boeken waren.”

Historicus Bram van Veld is enthousiast over de Nacht. „Mensen moeten inzien dat het van groot belang is terug te kijken. Straks groeit er een hele generatie op die nog nooit van Erasmus gehoord heeft. Laten we redden wat er te redden valt.”

Maar: „Kijk eens rond, dit is geen doorsnee van de bevolking. Juist die mensen die je zou willen bereiken, bereik je niet. Erasmus is nog veel te ontoegankelijk.”

Dat ziet Willem Donker, laatste spreker van de avond, anders. Zijn uitgeverij werkt aan de vertaling van de volledige correspondentie van en aan Erasmus. Van de tweeëntwintig geplande delen zijn er nu drie voltooid. Donker: „Het is geen taaie stof. In de brieven vertelt Erasmus hoe hij van z’n paard dondert en een hernia krijgt, of hoe heet de herbergen zijn. Hij geeft een mooi inzicht in de alledaagse werkelijkheid van zijn tijd.”

Onze tijd zou wel een Erasmus kunnen gebruiken, vindt de uitgever. „Hij was een groot voorstander van een scheiding tussen kerk en staat. Erasmus is de man die de islam gemist heeft, met hem erbij had die religie er heel anders uitgezien.”

Donker overhandigt het derde deel van de reeks aan de burgemeester. Dan volgen de aanwezigen een als hellebaardier verklede gids naar buiten. De wandeltocht gaat over het maanverlichte Grotekerkplein en door de steeg waar de wieg van Erasmus stond.

Iris van Santen, een van de weinige jonge bezoekers: „Ik kwam hier uit nieuwsgierigheid. Dat hij die brug niet had gebouwd wist ik ook wel, maar wat hij wel deed heb ik vanavond pas gehoord.”

Bij het standbeeld van Erasmus naast de Laurenskerk komt de stoet tot stilstand. Burgemeester Opstelten houdt een korte speech over de actualiteit van Erasmus’ gedachtegoed. „Zijn persoon moet niet zozeer centraal staan, als wel de waarden waar hij voor stond: vrijheid, verdraagzaamheid, de rede. Het is niet voor niets dat hij in deze tijd weer opduikt. Hij heeft ons alles te vertellen wat belangrijk is voor de westerse beschaving.”

De kerkklok wordt geluid, de bezoekers vallen stil. Het is twaalf uur. Erasmus overleed, zo wil de overlevering, tijdens de twaalfde slag van de kerkklok, in de nacht van 11 op 12 juli.

Er wordt een krans gelegd en langzaam druipen de bezoekers af.

Stichting Erasmushuis kan zich opmaken voor het volgende evenement, de viering van de geboortedag van Erasmus in oktober.

Directeur Gré Ploeg: „Erasmus heeft ons zoveel nagelaten. We hebben genoeg materiaal om nog duizend jaar herdenking mee te vullen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden