Er zit muziek in een knie

Ik heb een nieuwe knie. Links. Ruim een maand nu. Daar zit niks muzikaals in zult u zeggen, maar het zal u verbazen. Al was het alleen maar vanwege het feit dat mijn oude, totaal versleten exemplaar, van zich liet horen als hij te lang in dezelfde houding gedwongen werd. En in de bevoorrechte baan die ik heb, kwam dat nogal eens voor. Een beetje symfonie van Bruckner of Mahler duurt al gauw ruim een uur, om over een gemiddelde akte van een Wagner-opera maar te zwijgen.

Op dat soort momenten gilde mijn knie het onhoorbaar uit: 'Ga staan! Strek mij!' In sommige concertzalen en operatheaters kun je het met een beetje improvisatie best nog lang volhouden door je been onder de stoel van degene die voor je zit te wurmen. Maar in andere was dat schier onmogelijk en heb ik een componist best vaak vervloekt dat zijn inspiratie niet eerder opgedroogd was. Met deze nieuwe knie is dat probleem opgelost. Ik ben klaar voor alles. Laat die dertig uur die Stockhausens operacyclus 'Licht' duurt, en die in 2019 integraal in het Holland Festival wordt opgevoerd, maar komen. En ook dat Amsterdamse Mahler Feest in 2020, dat zal worden geopend door de New York Philharmonic met zijn kersverse chef Jaap van Zweden, wordt een eitje. Kniegewijs dan.

Zit er verder muziek in zo'n nieuwe knie? In eerste instantie weinig. Je hobbelt die eerste weken op twee krukken van de fysiotherapeut naar de plek waar de pijnstillers liggen, en weer terug. En je luistert een keertje extra naar Buxtehude's troostende meesterwerk 'Membra Jesu nostri', en dan vooral naar het tweede deel 'Ad genua', dat de knieën bezingt. In het begin van die revalidatieperiode, mijn knie was tweeëneenhalve week oud, stond een groot interview met Daniele Gatti gepland, de nieuwe chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Natuurlijk wilde ik dat interview zelf doen. Mijn collega van sport zou een gesprek met de nieuwe bondscoach ook niet zomaar uit handen geven. Met wat extra pijnstilling stapte ik in een taxi. De Marokkaanse taxichauffeur, een vrolijke dertiger, was heel bezorgd en behulpzaam. Eenmaal rijdend kwam de onvermijdelijke vraag: 'Wat heeft u, meneer?' Hij luisterde geïnteresseerd, waarna hij vroeg waarom ik bij de artiesteningang van het Concertgebouw moest zijn. Weer uitleg, waarna de ontboezeming volgde dat hij ook van klassieke muziek hield. Van Arabische klassieke muziek. 'Kent u die?' Ik wist van de Egyptische diva Oum Kalthoum en haar Libanese collega Fairouz, en vertelde hem dat.

Begeesterd enthousiasme viel mij ten deel en direct schalde de donkere stem van Oum Kalthoum luid door de taxi. Eén zo'n liedje, vertelde de chauffeur enthousiast, kan wel twee uur duren en als publiek ga je daar, al dan niet meezingend, helemaal in op. 's Mans geestdrift was aanstekelijk. Bij het Concertgebouw hielp hij me voorbeeldig uit de taxi. Glimmend van trots vertelde hij dat hij net vader was geworden. Zijn jongetje was tweeëneenhalve week oud. 'Net zo oud als mijn knie dus', zei ik hem al even glimmend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden