ER ZIT GOUD IN GROENE BELEGGINGEN

Een Friese ondernemer werkt in Costa Rica aan een alternatief voor de vernietiging van het regenwoud. Hij verbouwt teakbomen en kapt en zaagt vervolgens zelf. Maar er heerst twijfel over de vraag of zo'n commercieel beleggingsproject wel zo milieuvriendelijk is. En verdient het derde wereldland er ook wel wat aan of vloeit alles naar de ondernemer en Ohra?

EELTSJE HETTINGA

Voorlopig zijn er andere, hardere feiten aan de orde, al was het alleen maar omdat er jaarlijks vijftien miljoen hectare regenwoud verdwijnt, terwijl een Nederlands verbod op de import van tropisch hardhout niet haalbaar blijkt. Huizinga vreest dat het over twintig jaar met het ongerept tropisch oerwoud is gedaan. Indonesië en Maleisië geven nu al kapvergunningen af voor het weghalen van zogenaamd gecertificeerd hout uit maagdelijk oerwoud.

Het zou bij deze selectieve kap om een vorm van duurzaam beheer gaan. “Belachelijk. Ook al haal je per hectare maar één boom weg, dan neemt deze in zijn val vele andere bomen mee. Al met al verlies je, inclusief de aanleg van wegen voor het vervoer, een halve hectare grond.” Pessimistische blik: “Het is nog een kwestie van tijd dat ook Costa Rica toestemming zal geven voor selectieve kap in tropisch regenwoud.”

Het Middenamerikaanse land verwierf de afgelopen jaren aanzien met een actieve groene politiek. Investeringen in duurzame houtproduktie werden gestimuleerd met een reeks van fiscaal aantrekkelijke maatregelen. President José Maria Figueres presenteerde vorig jaar een ambitieus vierjarenprogramma voor de aanplant van 105 000 hectare bos. Of dat lukt, is twijfelachtig. Het land wordt geplaagd door een economische recessie.

De hoop is gevestigd op buitenlandse investeerders, maar die zijn door de sterk gedevalueerde Costaricaanse colon en een torenhoge inflatie voorzichtig. Van het herbebossingsprogramma is inmiddels een jaar voorbij. Veel nieuw bos is er niet bijgekomen. Daarentegen bleef het gemiddelde van 15 000 hectare tropisch regenwoud dat elk jaar verdwijnt, op peil.

“De ontbossing door illegale houtkap gaat onverminderd door. In die zin onderscheiden wij ons niet van andere derde wereldlanden”, zegt Alvate Leon van de milieu-organisatie AECO in de hoofdstad San José. “De groene politiek van Figueres heeft een januskop. Costa Rica maakt internationaal goede sier met zijn vele nationale parken. Maar het zijn doekjes voor het bloeden. Van bescherming van het regenwoud is nauwelijks sprake, domweg omdat er door extensieve veeteelt en illegale houtkap bijna geen oorspronkelijk bos meer is.”

In een zware terreinwagen leidt Huizinga zijn bezoekers rond over zijn 3 500 hectare grote hacienda Altamir. De Costaricaanse zon brandt. Vijfendertig graden. De plantage, met rivieren, moerassen, tropisch regenwoud en eindeloze rijen teakbomen, is even groot als Walcheren. Zestig jaar geleden bestond het gebied nog uit maagdelijk regenwoud. Boeren kapten de bomen, gebruikten de grond voor het weiden van 'hamburgervee' en verlieten het gebied toen de bodem uitgeput bleek.

Huizinga, eerder actief als teakplanter in Sri Lanka, maar daar weggejaagd door de guerrilla van de Tamil-tijgers, kocht acht jaar geleden, op zoek naar een geschikt land en klimaat voor het telen van teak, dertien hectare grond in het Costaricaanse dorpje Altamira. De plantage bestaat nu uit de deelprojecten Teakwood I tot en met VIII.

Over twee jaar heeft de eerste uitdunning in Teakwood I plaats. Was het aanvankelijk de bedoeling het hout op stam te verkopen, nu wordt de opbrengst van de eerste kap verwerkt in een houtzagerij bij de plantage. De daarvoor benodigde machines komen uit Nederland. Voor de afzet van de teakprodukten als kasten, bureaus en andere meubels gokt de ondernemer voor 80 procent op de Amerikaanse markt. Ze zullen er worden verkocht onder de officieel gedeponeerde naam Ecomadera.

De toekenning van het Smartwoodlabel door het gezaghebbende milieucontrolebureau Rainforest Alliance in New York komt Huizinga dan ook niet slecht uit. “Een mooie opsteker.” Het Amerikaanse keurmerk garandeert dat de teelt van Flor y Fauna milieuvriendelijk is, werkgelegenheid voor de plaatselijke bevolking oplevert en een alternatief vormt voor de kap van tropisch regenwoud.

Groen beleggen is in. Huizinga's bedrijf Flor y Fauna ging een paar jaar geleden in zee met verzekeringsmaatschappij Ohra, die zich heeft ingekocht in de deelprojecten Teakwood VI tot en met VII. Verder zijn in Costa Rica nog tien Nederlandse teakhoutondernemingen actief, waarvan een aantal driftig bezig is met het kopiëren van de succesformule van de Friese teakpionier.

Het is een van de redenen waarom Huizinga geen klikkende camera's op zijn terrein wil. “Er zijn opnamen van de plantage gemaakt, die nu de folders van een concurrent opsieren. Net als Flor y Fauna heeft dat bedrijf een Friese vlag voor de poort wapperen. Ook dat zal wel bij de kopie horen. Succes vindt valse navolging. Daarom ook zijn wij gestopt met het geven van voorlichting aan bezoekers.” Huizinga wil geen namen noemen. Het enige dat hij kwijt wil, is dat hij geen contact meer heeft met 'deze lieden'.

Groen wordt morgen goud. Onder dat motto harkte alleen Ohra al 90 miljoen Nederlands beleggingsgeld bijeen. De rendementen die Flor y Fauna en Ohra beloven, zijn niet mis. “Reken bij 15 procent op 120 000 gulden en bij 19 procent op 200 000 gulden”, schrijft Ohra in het blad Vast & Zeker. Daarvoor geldt een minimale inleg van 5 000 gulden en een jaarlijks te betalen premie van 550 gulden gedurende negentien jaar.

Ohra begon twee jaar geleden als eerste met een combinatie van levensverzekering en beleggingen in teakhout. Een garantiesom moet ervoor zorgen dat beleggers in ieder geval geld krijgen, ook al loopt het project averij op. Zoals vorig jaar, toen een deel van de aanplant van een Ohra-plantage door hevige regenval werd verwoest. De beleggers leden daardoor 0,25 procent verlies.

Intussen kreeg het initiatief van Ohra navolging: de markt werd overspoeld door fondsen voor teakplantages in Brazilië en Ghana of zelfs in Portugese walnootbomen. De particuliere belegger lijkt vooral gevoelig voor het veel gebruikte argument dat het om een vorm van milieubewust investeren gaat. Nederlandse teakplanters stellen dat het geld niet alleen wordt gebruikt voor het herbebossen van gebieden waar het tropisch regenwoud wordt bedreigd, maar ook voor het scheppen van werkgelegenheid in de derde wereld.

Jan Bauer, sectorspecialist milieu bij de Nederlandse ambassade in San José, fronst de wenkbrauwen als de relatie tussen natuurbescherming en werkgelegenheid wordt gelegd. “De term natuurbescherming is niet terecht. Er wordt niets beschermd, alleen maar aangeplant. Veel plantages hebben het karakter van een monocultuur. Er is weinig diversiteit.”

Hij maakt een uitzondering voor Flor y Fauna, waar naast het beheer van 500 hectare regenwoud wordt geëxperimenteerd met allerlei inheemse houtsoorten om het ontstaan van monocultuur te voorkomen. Bauer: “Al wordt dat natuurlijk ook gedaan om zich in te dekken tegen eventuele risico's, mocht het misgaan met de teelt van teak.”

Plantages kunnen volgens Bauer een belangrijke rol spelen bij de houtvoorziening in de wereld. Of dat allemaal teakplantages moeten zijn, is nu nog niet te zeggen. Door een selectiever gebruik van hout zal de wereldmarktprijs in de toekomst stijgen. Op die visie zijn ook de voorspelde mega-rendementen van Ohra gebaseerd.

“Mijn bezwaar tegen de plantages is, dat het overgrote deel van de opbrengsten naar Nederland terugvloeit. Onduidelijk is wat er in de vorm van werkgelegenheid naar Costa Rica gaat. Daar komt bij dat de lonen van de werknemers op de plantages, niet zelden gastarbeiders uit het arme Nicaragua, laag zijn. Om het uitbuiten van een land als Costa Rica te voorkomen, zouden de plantages een andere opzet moeten krijgen. In de vorm van joint-ventures kan er meer en beter worden samengewerkt met Costaricaanse bedrijven.”

Het is stil en broeierig heet als wij terugrijden naar Altamira, het destijds door Huizinga gekochte dorp met zestig huizen voor plantage-arbeiders, een school en een door Flor y Fauna opgezette kliniek. Biologe Jitty Coers (50) is op haar kantoor bezig met de voorbereidingen van het verwachte bezoek van zeven studenten bodemkartering uit Wageningen. Samen met haar man heeft ze de dagelijkse leiding van de plantage.

“Toen wij hier twee jaar geleden kwamen, was het nogal primitief. Slechte telefoonverbindingen en allerlei problemen met water en stroom. Alles is nu wat comfortabeler.” Naast haar werk als biologe is Coers een manusje van alles. Zo regelt ze onder meer de uitbesteding van werk aan enkele onderaannemers. “Op die manier hoeven wij minder te controleren. Voordien had je soms het gevoel dat je politie-agentje stond te spelen. Ook Ebe had de ervaring dat te veel werknemers te veel lagen te slapen.”

Van de 320 werknemers is bijna de helft in vaste dienst van Flor y Fauna. Het maandsalaris bedraagt 800 gulden bruto per werknemer. Staat dat inkomen nog in verhouding tot de mega-winsten van Flor y Faune en Ohra? Ebe Huizinga: “Wij betalen een hoger salaris dan het wettelijk minimumloon in Costa Rica. Wij zijn helemaal niet verplicht om de lonen op Nederlands peil te brengen.”

De houtboer zegt niet voor zijn collega's te kunnen spreken, maar de aantijging dat de Nederlandse houtplanters een vorm van neo-kolonialisme bedrijven, doet de anders zo kalme ondernemer even uit zijn slof schieten. “Niks geen neo-kolonialisme. Afgezien van de toekomstige omzet en winst, gaat van elke hier geïnvesteerde gulden 80 procent naar de lokale bevolking.”

“Wat wij doen, is een vorm van ontwikkelingssamenwerking. Wij exporteren kennis en bedrijven naar de derde wereld. Vandaag of morgen zegt Pronk: 'Weg met al dat geiten-wollen-sokken-volk dat aan ontwikkelingssamenwerking doet, wij laten het werk over aan de vrije markt, wij willen nu wel eens echt rendement zien'. Let maar op: de kopstukken uit het bedrijfsleven zijn de ontwikkelingssamenwerkers van morgen.”

Volgens Peter Brennan, redacteur van het weekblad Tico Times in San José en correspondent voor de Washington Post, die een lange serie artikelen wijdde aan de handel en wandel van teakplantages in Costa Rica, is er veel kaf onder het koren. Vooral als het gaat om het werven van beleggers. Zo is het Amerikaanse bedrijf Bosque Puerto Carillo onlangs door haar aandeelhouders aangeklaagd wegens fraude.

Over Flor y Fauna weet Brennan te melden dat het Latin American Foresty Institute in opdracht van het World Wildlife Fund (WWF) onderzoek heeft gedaan naar de opgegeven prognoses over de houtopbrengsten en de beleggersrendementen. “De houtopbrengst per hectare ligt ruim de helft lager. Geen 40 tot 48 kuub per jaar, zoals Flor y Fauna beweert, maar hooguit 16 kuub. In het rapport wordt de belegger gewaarschuwd dat hij niet meer dan 17 tot 40 procent van de opgegeven winstprognose terug moet verwachten.” Brennan onderschrijft de stelling in het rapport dat de steunverklaring van Wereld Natuur Fonds Nederland aan Flor y Fauna “economisch, technisch en ethisch dubieus is”.

Huizinga zegt niet meer wakker te liggen van alles wat er zoal over hem en Flor y Fauna is beweerd. “Ik lees allang geen kranten meer. Het liefst bouwde ik een muur om de plantage, zonder mij verder met de buitenwereld te bemoeien. Ik geloof in wat ik doe. Naar de belegger toe is alles juridisch dichtgespijkerd.” Grijnzend: “Als het Ebe in de bol slaat, of als hij er met het geld vandoor mocht willen gaan, dan heeft de stichting de mogelijkheid om mij direct te ontslaan en een ander te benoemen.”

Huizinga acht het overigens niet onwaarschijnlijk dat zich in de toekomst in de wereld van de houtplantages malversaties zullen voordoen. “Het is heel verleidelijk. Al het beleggersgeld wordt vooraf gebeurd. Dus wat is er mooier voor wie kwaad wil? Maar het zou een slechte zaak zijn als het gebeurt. Houtplantages hebben een kans nodig om zichzelf te bewijzen als een alternatief voor de vernietiging van het tropisch regenwoud.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden