Column

Er zijn zoveel grotere problemen voor ons voetbal dan kunstgras

Henk Hoijtink.Beeld Maartje Geels

Eind november 2014, het kunstgras lag weer eens onder vuur, belde ik Jan Smit. Hij was nog volop voorzitter van Heracles, de eerste club die in de eredivisie op kunstgras speelde. Feyenoord wilde voorstellen het spul uit de eredivisie te bannen. Smit kon zich er niet druk om maken. Hij had van de tegenstanders van kunstgras nog nooit een zinnig argument gehoord, zei hij.

Jan Smit wordt voorzitter van de raad van commissarissen van de KNVB. De reacties: zo komen we nooit van dat kunstgras af. Of, van de andere kant bekeken: op zijn hoge post moet hij er in het belang van ons voetbal wel mee breken. Allebei een beetje vreemd: Smit krijgt een controlerende, in beginsel niet uitvoerende functie. Maar zo gaat dat: kunstgras is zoiets om lekker tegenaan te schoppen, iets om de aandacht mee af te leiden ook.

Ik ging met Smit wat argumenten contra af. Mede door het kunstgras zouden we in Europa achterop raken. We raken maar door één ding achterop, zei Smit: geld en niets anders. Als goede buitenlanders hier 10.000 euro meer kunnen verdienen dan elders, dan komen ze, al moeten ze op beton spelen, zei hij. Met de aardse wijsheid, waarmee hij nu bij de KNVB orde op zaken moet stellen, vatte Smit samen dat kunstgras het grootste probleem van ons voetbal niet kan zijn.

Ik ben geen voorstander van kunstgras, geen tegenstander ook. Wie wekelijks voetbal op kunstgras ziet, op jeugdvelden en dergelijke, kan in alle eerlijkheid niet volhouden dat hij een volstrekt ander spel ziet, zoals tegenstanders beweren. Ajax verloor ook niet door het kunstgras van Heracles. Ajacieden grepen niet in, een gekend Ajax-kwaaltje, ook op levend gras.

Mentale lenigheid

Het Algemeen Dagblad plaatste deze week wat ongelukkige cijfers bij een verhaal over het ‘vermaledijde nepgras’. De winstpercentages van Ajax en PSV lagen in de voorbije jaren op kunstgras hoger dan op echt gras. Van een bepalend effect op de titelstrijd, zoals soms gevoeld of gevreesd, is dus geen sprake geweest.

Je kunt volhouden dat we een mal figuur slaan, omdat niemand anders het heeft. Smit zei dat ze er in Rusland op spelen, in Denemarken, Zwitserland en Noorwegen - drie landen, de laatste, waaraan we ons inderdaad beter kunnen spiegelen dan aan de onbereikbare grootheden. Je zou ook eens kunnen zeggen, een kwartslag anders denkend, dat kunstgras en vooral het een paar keer per seizoen instellen erop een mentale lenigheid vereisen die daar waar we nu zijn verzeild van pas zou kunnen komen.

Kijk naar Ajax, kijk naar PSV. Wat is er veel om de aandacht mee af te leiden. Na PSV-trainer Phillip Cocu krijgt nu Ajax-directeur Marc Overmars de volle laag. Hij zou betere spelers hebben moeten kopen, en eerder ook. Beseffen de criticasters, de fans ook, dat ze zich in feite tegen Johan Cruijff keren? Mij lijkt het (spelers)beleid van Ajax onverminderd het beleid van Cruijff, uitgevoerd door zijn discipelen, met alle onvermijdelijke beperkingen - dat wel - van een Nederlandse club op de transfermarkt.

Het leidt allemaal af van de kern: dat voetbal, serieus voetbal niet gespeeld kan worden zonder een geraamte, zonder allereerst stevigheid in het hart van het middenveld, zodat niet iedereen er zomaar doorheen kan lopen. Dat kan nu bij PSV, dat kon al langer bij Ajax, waar binnen- en veel buitenwacht (verblind ook door de Europa League-uitschieter van vorig seizoen) niet wilden inzien dat daar de achilleshiel lag.

O ja, er zijn zoveel grotere problemen voor ons voetbal dan kunstgras - en sinds Jan Smit dat al fijntjes duidelijk maakte, zijn ze alleen maar groter geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden