‘Er zijn twee China’s: een boven de grond, het andere is een ondergrondse vuilnisbelt’

De beweging van 1989 staat bekend als studentenopstand voor politieke vrijheid. Maar het protest was veel breder. Schrijver Liao Yiwu vestigt de aandacht op de gewone man die de hardste klappen van de overheid opving.

China stond al weken op zijn kop toen de twintigjarige fabrieksarbeider Yu Zhijian uit de provincie Henan naar Peking vertrok. Het was eind mei 1989, in Peking hielden studenten het Plein van de Hemelse Vrede al een maand bezet. Yu wilde erbij zijn, en wist in zijn woonplaats Liuyang een klein kapitaal op te halen bij mensen die hem steunden. Hij mocht zelfs gratis met de bus mee – zo begaan was de chauffeur met de protesten. 

Vrijwel iedereen stond achter de protesten die de studenten in Peking waren begonnen, ook in het Chinese achterland. In talloze steden gingen mensen de straat op. Het ging niet alleen om democratisering; lokaal liepen de drijfveren om te demonstreren uiteen. In Hohhot, de hoofdstad van Binnen-Mongolië, lag bijvoorbeeld de nadruk op inflatiecontrole, terwijl de inwoners van Chengdu protesteerden tegen grootschalige corruptie binnen de Communistische Partij.

‘Elite’

Terugblikkend gaat de aandacht niettemin meestal uit naar de studentenleiders op het Plein van de Hemelse Vrede, daar waar op 4 juni het verzet met tanks werd neergeslagen. De ‘Tiananmen Elite’ noemt schrijver Liao Yiwu deze studenten. Nadat het Volksleger het plein schoonveegde, voerden zij de most-wanted-lijst aan. Voor de ogen van de geschrokken wereld kregen sommigen een paar jaar celstraf, anderen wisten te ontkomen. Nu wonen de meesten in Hongkong, Taiwan of de Verenigde Staten.

Liao behoort inmiddels ook een beetje tot die elite, want hij wist in 2011 uiteindelijk naar Duitsland te vluchten. Als anarchist deed hij in eerste instantie niet mee aan politieke demonstraties. Maar toen het nieuws uit Peking over het neerslaan van de demonstraties naar buiten kwam, schreef hij ‘Massacre’, een kritisch gedicht dat hem tot dissident maakte. Omdat hij wist dat niemand het zou afdrukken, verspreidde hij het samen met een vriend op cassettebandjes. “Bij mijn arrestatie vormden de in beslag genomen bandjes een kleine berg”, grapt hij. “Volgens de agenten was de vier jaar die ik voor deze actie kreeg een lichte straf.”

In zijn boek ‘Bullets and Opium’ vraagt Liao nu aandacht voor het ‘tuig’, zoals de Communistische Partij hen noemde: de gewone jongens die de studentenleiders in zekere zin uit de wind hielden. “Studenten hebben de kennis om hun verhaal op te schrijven”, zegt de schrijver aan de telefoon vanuit Berlijn. “Maar deze mensen kunnen hun verhaal niet zelf vertellen. Hun tragedies zijn soms veel zwaarder, en het is belangrijk om daarover te vertellen.”

‘Tuig’

Liao tekende onder andere het verhaal van fabrieksarbeider Yu Zhijian op. Om de revolte effectief neer te slaan, rukte de Communistische Partij iedere besmette wortel uit de grond. Veel incidenten vonden ná 4 juni plaats, toen goed zichtbaar werd wat het leger op en rond het Plein van de Hemelse Vrede had aangericht. Yu werd veroordeeld tot levenslang. Zijn misdaad? Hij had eieren naar het portret van Mao gegooid. Een jongen die een tank in brand stak, kreeg een voorwaardelijke doodstraf en de kreupele man die met zijn stok inbeukte op een tank, verdween dertien jaar achter de tralies.

Het simpele ‘tuig’ verrichtte zware arbeid in de gevangenis. Na hun vrijlating bleven ze berooid achter, in een nieuwe werkelijkheid waar de revolutie tot een andere wereld behoorde. Onder invloed van goedkope drank willen ze nog wel eens naar revolutionaire ideeën terugkeren.

Voor zijn vertrek uit China sprak Liao met deze mensen in obscure hotels in achterafsteegjes – altijd op de vlucht voor de veiligheidsdiensten die nieuw verzet geen centimeter ruimte geven. 

Maar de voedingsbodem voor dit soort verzet lijkt toch vrijwel verdwenen, ook onder de arbeidersklasse waar Liao over schrijft. Volgens Liao is de economische welvaart van nu de opium die de actiebereidheid dooft. “De tijd voor politieke hervormingen is voorbij. Er zijn twee China’s: een boven de grond, met wolkenkrabbers en high tech. Het andere is een ondergrondse vuilnisbelt, waar mensen alle hoop verloren zijn.” 

Die twee werelden – van ‘tuig’ en elite – ontmoeten elkaar niet meer, zoals in 1989 nog gebeurde. “Ik zie geen hoop meer”, zegt Liao. “De kloof tussen arm en rijk is te extreem.”

Lees ook:

China is het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede vergeten

Op 4 juni dertig jaar geleden sloeg het communistische regime in China demonstraties voor meer vrijheid op het Plein van de Hemelse Vrede keihard neer. Jong China weet maar weinig over ‘het incident’. 

‘Ik dacht toen niet: dit is een iconisch beeld’

Vijf fotografen legden de tankman vast op 5 juni 1989. Een anonieme man, met twee boodschappentassen in zijn handen, ging voor een tank staan die het Tiananmenplein wilde verlaten. De hele scène duurde enkele minuten. De Brit Stuart Franklin fotografeerde het vanaf zijn balkon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden