Er zijn te veel ganzen om te schieten

Het staat nergens letterlijk omschreven, toch betekent het Ganzenakkoord de dood

Begin december 2012 was het er opeens: het Ganzenakkoord. Zes natuurorganisaties en boeren verenigd in de LTO sloten met de provincies een overeenkomst die de overlast van ganzen structureel moet terugdringen. Maar daarna was het weer stil. Misschien wel omdat de tekst van het akkoord zo verhullend is, dat geen natuurbeschermer in de gaten heeft hoe omvangrijk de operatie zal worden.

De natuurorganisaties en boeren willen met het akkoord voorkomen dat de overheid eenzijdig de ganzenoverlast aanpakt. Dat er te veel ganzen zijn en dat die schade aanrichten, daarover zijn alle partijen het eens. Jaarlijks strijken meer dan twee miljoen winterganzen neer op Nederlandse akkers en in natuurgebieden. In dertig jaar tijd is dat aantal verachtvoudigd. Soorten als de kolgans, brandgans en rietgans broeden in de zomer in de Siberische delta's, en zoeken in de winter mildere gebieden op met altijd open water, en waar het voedsel niet bedekt is met sneeuw en ijs. Nederland blijkt ideaal.

Daarnaast kent Nederland nog 700.000 zomerganzen, die hier feitelijk het hele jaar zijn. Het gaat dan voornamelijk om grauwe ganzen, Canadese ganzen, Nijlganzen en boerenganzen, aangevuld met winterganzen die het hier zo naar hun zin hebben dat zij er niet aan dénken helemaal terug te vliegen naar een oord als Nova Zembla.

Hoewel Nederland een functie heeft als overwinteringsgebied, en in dit kader ook internationale verplichtingen kent, wordt de schade die de dieren aanrichten te groot. Ze vreten het jonge gras van de boeren op en plukken de natuur kaal. Het bedrag aan vergoedingen aan boeren loopt sterk op. Als er niets gebeurt, moet er in 2018 38 miljoen euro uitgekeerd worden.

Zelfs organisaties als Vogelbescherming en Natuurmonumenten vinden dat een eigen akkoord over terugdringen van de overlast beter is dan een opgelegde maatregel van de overheid. Het doden van een flink aantal zomerganzen is weliswaar een behoorlijk offer, maar in ruil daarvoor kunnen de miljoenen winterganzen met rust gelaten worden. Directeur Fred Wouters van de Vogelbescherming sprak in mei 2011 in Trouw nog van een 'duivels dilemma'. Hij verwachtte toen een afschot van 100.000 zomerganzen.

Nu het akkoord er ligt, blijken de cijfers compleet anders, en dat komt vooral door nieuwe tellingen waaruit blijkt dat het probleem veel groter is dan aangenomen. Maar dat staat weer niet in de tekst vermeld. Wel is te lezen dat 'om een goed evenwicht te vinden tussen de omvang van de ganzenpopulaties en de risico's, de schade in vijf jaar moet zijn teruggedrongen tot het niveau van 2005'. Daarnaast moet 'de populatie standganzen planmatig gereduceerd worden tot een acceptabel niveau' en 'de populaties exoten en gedomesticeerde ganzen planmatig worden weggenomen'.

Maar wat betekent dit nu precies? Welke ganzen worden gedood, en hoeveel eigenlijk? Het akkoord maakt onderscheid tussen 'trekganzen' die in de winter compleet met rust worden gelaten, 'standganzen' die eigenlijk trekganzen zijn maar in Nederland blijven hangen, en 'exoten' die zich hier definitief gevestigd hebben. Ook de gedomesticeerde boeren- of soepgans hoort daartoe.

Het Interprovinciaal Overleg (IPO), waarin alle provincies zijn vertegenwoordigd die sinds kort verantwoordelijk zijn voor het ganzenbeheer, schrijft na vragen van Trouw in een toelichting dat er in Nederland momenteel 500.000 standganzen zijn en circa 200.000 exoten. In principe geldt voor exoten een 0-stand-doelstelling, aldus het IPO, dat wil zeggen dat deze allemaal moeten worden gedood. Voor standganzen is geen aantalsdoelstelling, aldus de toelichting, maar een acceptabel schadeniveau afgesproken. 'Dit laat zich waarschijnlijk vertalen naar een populatieomvang van maximaal 150.000 standganzen (een reductie van ongeveer 350.000 ganzen)'. Bij elkaar moeten er de komende jaren dus 550.000 ganzen worden gedood.

Wie gaat dat doen, en hóe gebeurt dat? Terug naar de tekst van het Ganzenakkoord. Komend jaar blijken regionale werkgroepen te worden geïnstalleerd waarin alle ondertekenaars van het akkoord zijn vertegenwoordigd. Naast de provincies die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de doding, schuiven dus ook natuurorganisaties als Vogelbescherming en Natuurmonumenten aan. Deze groepen bepalen uiteindelijk waar overlast is of dreigt, en hoeveel ganzen er gedood moeten worden. Die aantallen moeten weer corresponderen met de landelijke 'streefcijfers'.

Ze houden zich niet zelf bezig met het wegvangen en doden van de ganzen. Dat wordt uitbesteed aan jagers en 'wildbeheereenheden', die weer vaak uit jagers bestaan. Die kunnen met afschot wel iets uitrichten, maar het lukt hun nooit om meer dan een half miljoen exemplaren te doden. Dat zien inmiddels ook de partijen van het Ganzenakkoord in. Waren zij voorheen tegenstander van vergassing van ganzen, uit de huidige tekst blijkt een ommezwaai. 'Het gebruik van CO2 als bedwelmingsmiddel wordt als onmisbaar instrument gezien.'

De partijen beloven zich gezamenlijk in te spannen om gebruik van CO2 in Europees en nationaal verband goedgekeurd te krijgen. Want dat is nog wel een punt. Op dit moment is CO2 als verdelgingsmiddel namelijk niet toegestaan. Alleen voor de omgeving van Schiphol geldt een ontheffing, omdat ganzen daar in de motoren van vliegtuigen terecht kunnen komen. Voor landelijk gebruik moet het middel worden opgenomen in de Europese toelatingslijst van middelen die weer zijn opgenomen in de Wet Gewassenbescherming en Biociden (WGB). De aangesloten natuurclubs hebben toegezegd niet in beroep te gaan tegen vergunningen of ontheffingen, zodat de toestemming in de loop van dit jaar nog wordt verwacht. In het voorjaar van 2014, precies volgens schema, kan dan met de grootschalige vergassing van ganzen worden begonnen.

Dat wordt nog een hele klus, want ganzen kunnen alleen voor vergassing bijeen worden gedreven in de rui-periode, waarin ze niet kunnen vliegen. Dat is gedurende één maand, rond juni. Het bedrijf Duke Faunabeheer, dat tot nu toe de beperkte verdelging rond Schiphol verzorgt, zal daarom het aantal mobiele CO2-eenheden fors moeten uitbreiden. Vanaf februari aanstaande mogen de eerste ganzen al wel 'gecoördineerd' geschóten worden. Want die methode is nu al toegestaan.

Eind deze maand komen de natuurorganisaties, LTO en de provincies weer bij elkaar om het Ganzen-akkoord praktisch uit te werken. Naast de afspraken over het afschot en de vergassing liggen twee belangrijke vragen op tafel. Hoe kunnen de enorme aantallen gedode ganzen als voedsel gebruikt worden? Komen ze in de schappen van de supermarkt, of kunnen ze verwerkt worden tot kroketten? Maar misschien nog belangrijker: hoe kan het Nederlandse landschap voor ganzen iets ónaantrekkelijker worden gemaakt, zodat zij een stukje doorvliegen, en elders kunnen blijven leven?

GAK betekent voor ganzen de dood
De tekst van het Ganzenakkoord valt op door vaag en verhullend taalgebruik, en dat is verklaarbaar omdat de overlast moet worden aangepakt met behulp van een groot aantal partijen van verschillend 'pluimage'. Enkele voorbeelden uit het Ganzenakkoord:

De regionale werkgroepen die het doden van ganzen moeten voorbereiden en begeleiden worden Ganzenafstemmingskaders genoemd, gekscherend ook welafgekort als GAK's.

Het doden van uiteindelijk 350.000 standganzen heet 'planmatig reduceren'.

Het doden van alle exoten en gedomesticeerde soorten (200.000 exemplaren) heet 'planmatig wegnemen'. Of: 'Hier geldt een nulstand'.

'Vergassen is noodzakelijk' wordt vertaald als 'CO2 als bedwelmingsmiddel is een onmisbaar instrument'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden