Er zijn nu 34 profclubs, op de schaal van Kesler nog altijd twee te veel

Ik ben er geweest, op De Langeleegte. Als verslaggever van het Noordhollands Dagblad moet ik er beginjaren negentig AZ en Telstar hebben zien spelen. Van die wedstrijdjes in de eerste divisie staat me niets meer bij - en nee, van De Langeleegte ook niet.

Laat om het heengaan van Veendam rouwende romantici het niet horen. Voor hen is met de club vooral een voetbalmonument verloren gegaan: dat stadion, symbool voor de kelders van het voetbal. Kil, afgelegen, naargeestig - het zit allemaal in die naam, de allitererende melancholie van zelfkastijding. Je moest er geweest zijn: aan het einde van de A7 de donkerte in, waar niets meer is en daarom het bankroet al zo lang tastbaar was.

Deze week verschenen er foto's te over van De Langeleegte. Niets bijzonders. Zo ziet het stadion van Helmond Sport er ook uit, en dat van Oss, om niet te zeggen dat driekwart van de stadions in de eerste divisie er zo uitziet. Van de mystiek in de naam is trouwens weinig over. Enkele jaren geleden, toen Veendam het water weer eens aan de lippen stond, heeft het stadion de naam van een lokale sponsor gekregen. Zo klinisch was de doodsstrijd, zo ver weg al de romantiek.

Veendam is de negende club die in de geschiedenis van het profvoetbal volgens dat geijkte patroon failliet is gegaan, en in de afgelopen drie jaar de vierde. Je zou zeggen dat de stal aardig wordt opgeruimd ¿ in 2009 begon de marginale competitie van de eerste divisie nog met het surrealistische aantal van twintig clubs. Maar er klinken ook andere geluiden. De eisen van de KNVB zijn misschien toch iets te streng, suggereert de een. Een ander mijmert over een waarborgfonds om failliet verklaarde clubs de competitie te kunnen laten afmaken.

Je moet het in deze internationale crisistijden maar kunnen en durven opperen: een potje om armzalige voetbalclubjes zichzelf nog even te kunnen laten voortslepen, voor een non-probleem ook nog eens. De zo gevoelde oneerlijkheid zou ermee voorkomen moeten worden dat, zoals nu, clubs de tegen failliete clubs gewonnen punten kwijtraken. Er zijn nu zestien clubs over in de eerste divisie. De club die tegen de overige vijftien de meeste punten heeft behaald, is straks kampioen. Wat daar oneerlijk aan is, ontgaat me.

Daarbij is er ook in breder perspectief niets aan de hand. De eerste divisie is nauwelijks van belang ¿ ook niet, zoals wel eens gezwollen klinkt, als een van de kraamkamers van het Nederlandse voetbal. Ex-international Ruud van Nistelrooij heeft erin gespeeld, bij FC Den Bosch, en Oranje's reserve-aanvoerder Kevin Strootman, bij Sparta. Zo zijn er nog wel een paar, maar het zijn spelers die er met hun kwaliteiten en vooral toewijding altijd wel waren gekomen. Daar kan een opleiding in de eerste divisie, als die er al is voor de paar centen die daarvoor overschieten, toch weinig aan hebben bijgedragen.

De eerste divisie kan een lokale functie hebben, hooguit een regionale. Zolang ze niet meer uitgeven dan het weinige dat er binnenkomt, zitten ze niemand in de weg, in Helmond, in Oss, in Velsen. Als het om begrijpelijke redenen niet meer toe kan, moet de poort worden gesloten - zoals in Veendam, Apeldoorn (AGOVV), Roosendaal (RBC) en Haarlem, langer geleden in Vlissingen, Wageningen, Amersfoort, Vlaardingen en Delft (Xerxes/DHC) en straks mogelijk in Emmen en Sittard.

De vorige KNVB-directeur Henk Kesler schaalde bijna drie jaar geleden in dat er nu 32 profclubs zouden zijn. Het leek hem ook wel verstandig, zo'n aantal. Meer dan genoeg, zou je inderdaad zeggen, voor zo'n klein landje.

Onder Keslers bewind werd een strenger licentiesysteem ingevoerd dat er naast de schoonmaak in de eerste divisie toe leidde dat de eredivisieclubs eind vorig jaar voor het eerst sinds 2008 zwarte cijfers konden schrijven. En dan zou het nu minder streng moeten, omdat ze in Veendam geen zogenaamd betaald voetbal meer mogen spelen en het in Emmen eigenlijk ook niet meer kan? Nee, laat Zeist de teugels strak houden: de successen zijn aantoonbaar en het werk is nog niet af.

Er zijn nu 34 profclubs. Op de schaal van Kesler nog twee te gaan - en als het er een of twee meer worden, kan het ook geen ramp zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden