Analyse

Er zijn geen nieuwe banen voor de middenklasse

Beeld Trouw: SS | Bron: CPB

Heel langzaam slinkt de middenklasse. Het zijn vooral banen in de dienstverlening die vervallen. En de technologie gaat snel.

De middenklasse lijkt wel een bedreigde diersoort. Banen voor die groep verdwijnen in hoog tempo. De bankmedewerker met een mbo-opleiding, de technisch controleur in de fabriek, de medewerker telefonie bij KPN die na de havo geen diploma meer heeft gehaald: ze vliegen eruit en er zijn geen nieuwe banen voor ze. Het is een waar slagveld in de middenklasse. En ze betalen ook nog eens te veel belasting over hun inkomen van ongeveer 2500 euro bruto per maand. Ze hebben het vertrouwen verloren en stemmen niet meer, of het moet SP of PVV zijn. Kortom: een grote ramp hangt ons boven het hoofd.

Zo verliep althans afgelopen maand hier en daar de discussie over dit onderwerp. Hoogleraren, het CDA, vakbond De Unie: iedereen stortte zich op die geplaagde groep, vaak niet gehinderd door enige feitenkennis. Want hoe zit het eigenlijk met die middenklasse in Nederland? Heeft die het echt zo zwaar of zijn de waarnemingen in Amerika zonder enige vertaling de oceaan overgewaaid?

Geen massale verarming
De reuring over de middenklasse komt namelijk uit de VS. Over de Amerikaanse arbeidsmarkt verschenen enkele opvallende publicaties de afgelopen tijd. Niet alleen staat de middenklasse nu al onder grote druk, in de nabije toekomst wordt de helft van die banen geautomatiseerd, luidt de voorspelling. Robots en computers nemen het over.

Het is verleidelijk mee te gaan in grote vergezichten, maar wie in Nederland naar buiten kijkt, ziet nog geen menigte naar het Museumplein oprukken met spandoeken. Van een massale verarming van de gemiddelde Nederlander of een slagveld is nog bijzonder weinig te zien.

Toch is ook niet vol te houden dat er niets aan de hand is. De banen in het midden staan inderdaad al langere tijd onder druk. Dat is een sluipend, voortschrijdend proces dat niet gepaard gaat met boze werknemers en geweld tegen machines zoals bij eerdere omwentelingen. Pas sinds kort zijn er voor Nederland en Europa overtuigende cijfers waarmee de verandering in beeld te brengen is.

Langere termijn
Onderzoek van de arbeidsmarkt is nu eenmaal razend ingewikkeld, vertellen Anna Salomons, onderzoeker bij het Economisch Instituut van de Universiteit Utrecht, en Bas ter Weel, onderdirecteur van het Centraal Planbureau (CPB) en hoogleraar economie aan de Universiteit Maastricht. Het is bijzonder lastig opleidingen en loonniveau internationaal te vergelijken. Consistente data over de langere termijn zijn lang niet altijd voorhanden, anders dan in de VS.

 
Niet alleen staat de Amerikaanse middenklasse nu al onder grote druk, in de nabije toekomst wordt de helft van die banen geautomatiseerd
Beeld Trouw: SS | Bron: CPB

Het maakt daarnaast veel uit met welke blik je naar de cijfers kijkt, constateert Salomons. "Economen hebben heel lang gedacht dat de technologie steeds meer banen voor hoger opgeleiden creëert en dat lager opgeleid werk verdwijnt. De vraag was steeds: hoe moeten we daarmee omgaan? Een relatief nieuwe manier van denken is: kijk wat mensen in hun werk doen, niet alleen naar het opleidingsniveau. Welke taken zijn te automatiseren en welke niet?"

Dan blijkt dat die te automatiseren taken ook op gemiddeld opgeleid niveau liggen: archivering, administratie, procesbeheersing in de industrie. "Juist hoogopgeleide, maar ook laagopgeleide taken zijn moeilijk te automatiseren. Neem babysitten of schoonmaken. Een robotstofzuiger is nog heel duur en loopt al vast op het eerste obstakel dat op de vloer ligt."

Verschuiving
Vergelijkend onderzoek in zestien landen van de Europese Unie van onder andere Salomons, recent gepubliceerd in het gezaghebbende American Economic Review, laat nu voor het eerst overtuigend zien dat sinds de jaren negentig technologie de meeste invloed heeft gehad op het gemiddeld opgeleide werk. Het aandeel van gemiddeld opgeleide taken is inderdaad gedaald, dat van lager en hoger opgeleiden gestegen. Anders dan de wilde verhalen willen doen geloven, leidt die ontwikkeling echter op de lange termijn niet tot massale baandestructie. "Wel tot verschuiving. Sommige werkgelegenheid groeit minder hard. Maar er komen ook nieuwe banen bij. De aanpassing op de arbeidsmarkt kan wel moeilijk zijn. Banenverlies door robots kan in eerste instantie pijnlijk uitpakken voor bepaalde groepen."

Die pijn wordt nu extra voelbaar omdat de werkloosheid in de meeste Europese landen, en ook in Nederland, nog altijd stijgt. Ging het tot 2008 nog om langzamere groei van de middelste banen, de recessie is er de laatste jaren de oorzaak van dat er in die groep ook werkgelegenheid verdwijnt, blijkt uit nog lopend Europees onderzoek van Salomons.

Dat verklaart deels de huidige ophef, denkt Bas ter Weel, onderdirecteur van het CPB. Ter Weel heeft geprobeerd met onder meer het onderzoek van Salomons de feiten voor Nederland toegankelijk op een rijtje te zetten. "De werkgelegenheid in het midden is ook in Nederland afgenomen, maar wel in geringe mate. Je moet goed kijken hoe je het midden definieert. Doorgaans gaat het dan om banen op het niveau van mbo 1 tot mbo 4. Dat is een heel grote groep: in Nederland vier miljoen mensen. De taken die vervallen zitten vooral in mbo 2 en 3, met name in de dienstverlening. Economische, juridische en administratieve richtingen."

 
Juist hoogopgeleide, maar ook laagopgeleide taken zijn moeilijk te automatiseren
Een robot zoekt en sorteert medicijnen in een apotheek in Nijmegen en legt deze klaar. Beeld anp

Zestigers of dertigers?
De oorzaak is technologie, maar ook het verdwijnen van taken naar het buitenland. De zogeheten 'fragmentatie van het productieproces' is mogelijk door ICT, maar ook gestimuleerd door vrijere wereldhandel en de groei van de opkomende economieën. "Overal zie je die trend", zegt Ter Weel. "Maar het gaat langzaam, sluipend." Voor Nederland geldt dat helemaal. De taal kan daarin een rol spelen, denkt Ter Weel. "Voor de VS en Groot-Brittannië geldt dat je papierwerk ook kunt uitbesteden aan India. Voor Nederland zijn die mogelijkheden beperkt. Wij kunnen ze naar Suriname sturen, maar dat levert op dit moment misschien niet zo heel veel op."

Dat nu is vastgesteld dat het aandeel van taken in het midden afneemt, is nog maar het begin, stelt Ter Weel. Daarna komt de vraag: wat betekent dat voor het beleid? "Wie zijn de mensen die langs de kant komen te staan? Zijn dat uitgebluste zestigers of dertigers die nog een heel leven voor zich hebben? Dat weten we niet." Zelfs de kwestie of de vraag naar die opgeleiden op het niveau van mbo 2 en 3 echt langdurig afneemt, is nog niet met zekerheid te beantwoorden. Daarvoor zou namelijk het gemiddelde loonniveau van die groep moeten zakken. Dat wil het CPB onderzoeken, maar het stuit daarbij op moeilijk te combineren statistieken.

"Nederland is het enige land dat met een arbeidsmarktenquête werkt waarin men niet vraagt naar loon", constateert Ter Weel spijtig. Dat gaat zo om mensen niet af te schrikken aan de enquêtes mee te doen. Het CPB is daarom nu bezig arbeidsmarktgegevens te koppelen aan administratieve cijfers van de Belastingdienst. "Dat heeft nogal wat voeten in de aarde om tot een reeks te komen waarmee je over de tijd de ontwikkelingen kunt duiden."

Groeiende kloof
Voor hoger opgeleiden lijkt het verband al wel duidelijker. Hun aandeel in de beroepsbevolking is toegenomen, tegelijk zijn hun lonen gestegen. Dat blijkt uit onderzoeken naar het rendement van onderwijs. De opbrengst van een extra jaar opleiding stijgt nog steeds. De ongelijkheid tussen de hoger opgeleiden en de rest is daardoor toegenomen. Dat betekent dat de vraag naar die groep harder is gegroeid dan het aanbod, concludeert het CPB, en die trend is nog niet ten einde.

De groeiende kloof is van belang voor het beleid. Mocht de vraag naar de gemiddeld opgeleiden relatief blijven dalen, wat moet je dan met de schoolverlaters van mbo 2 en 3? "De mensen met mbo 4 maken een goede kans de sprong naar boven te maken, naar het hbo. Maar of dat voor 2 en 3 ook geldt, is de vraag. Dat is een grote groep en kan een probleem worden."

 
De opbrengst van een extra jaar opleiding stijgt nog steeds. De ongelijkheid tussen de hoger opgeleiden en de rest is daardoor toegenomen

Hoe gaat het verder?
Hoewel voor futurologen een leuke denkoefening, is de huidige trend niet zomaar te extrapoleren naar de toekomst. "Het is voor wetenschappers geen zinvolle benadering", constateert onderzoeker Anna Salomons, "omdat er op de lange termijn van alles verandert zoals het arbeidsaanbod en de scholingsgraad van werkenden. Dat zijn geen statische gegevens."

Toch verandert de technologie snel. "Kortgeleden dachten we dat het werk van een chauffeur niet te automatiseren zou zijn. Nu rijden de eerste zelfbestuurde auto's rond. De oog-handcoördinatie lijkt nog wel moeilijk te automatiseren. Dat wordt nu getest met een voetbalrobot."

Laagopgeleid werk zoals schoonmaken is ook lastig. "Een schoonmaakrobot moet eerst de omgeving in kaart brengen, mensen zien heel snel waar zooi ligt. In de gezondheidszorg gaat de ontwikkeling snel. Er zijn bijvoorbeeld operatie-robots en interactieve toepassingen. De vraag is hoe de burgers ertegenover staan. Uit onderzoek in Europa blijkt dat 30 procent van de mensen nooit een robot aan het bed zou willen. Het idee van een legertje robots in huis wordt nog niet als positief ervaren. De ontwikkeling hangt dus niet alleen af van wat kan, maar ook wat acceptabel is. Je ziet wel dat als een toepassing er eenmaal is, de houding van mensen tegenover de nieuwigheid ook verandert."

Volgens CPB'er Bas ter Weel is het ook een kwestie van kosten en baten. "Als een machine iets efficiënter kan dan een mens, dan kan de mens iets anders gaan doen. Dat proces is van alle tijden. Zie de film 'Modern Times' met Charlie Chaplin. Het zou een wonderlijke conclusie zijn dat er nu opeens geen nieuwe banen voor terug zouden komen."

De geschiedenis leert dat mens en machine samen optrekken, constateert Ter Weel. "Een voorbeeld voor laagopgeleiden: de ober is niet verdwenen, maar kan met behulp van een handcomputer de mensen op een terrasje beter bedienen. Voor het midden: de administratie vervalt niet, maar de mens doet meer de speciale gevallen zodat de computer kan 'number crunchen'. En voor een hoogopgeleide radioloog geldt dat die niet wordt vervangen, maar dat computers helpen bij het opsporen van ziektes."

 
Kortgeleden dachten we dat het werk van een chauffeur niet te automatiseren zou zijn. Nu rijden de eerste zelfbestuurde auto's rond
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden