'Er zijn ergere dingen dan een blessure'

INTERVIEW Tienkamper Sintnicolaas put ook optimisme uit tegenslagen

Ondanks toegenomen kracht voelt Eelco Sintnicolaas zich tussen zijn collega-gladiatoren van de tienkamp klein en rank. Toch is hij ervan overtuigd dat zijn leervermogen, techniek en optimisme hem volgend jaar in Rio een olympische medaille kunnen opleveren.

Dit seizoen vormt de beoogde blauwdruk van die al jaren geleden voorgenomen missie. Met dit weekeinde op het ideale meerkamptoernooi van Götzis een aanval op zijn Nederlandse record, vier weken later een tienkamp in Ratingen en in augustus de wereldkampioenschappen in Peking. Met Götzis, de EK in Amsterdam en de Olympische Spelen wordt volgend jaar eenzelfde ritme verwacht.

"De basis voor Rio is gelegd, we hebben het zoals wij het voor volgend jaar willen hebben. Het is nog een kwestie van fijnslijpen. Meestal deed ik aan het eind van het seizoen nog een tienkamp in Talance, nu wil ik eerder klaar zijn. Een langere periode nemen voor blessures en pijntjes die er dan zijn. Om net als dit jaar een goede winter zonder problemen in te kunnen gaan.

"In mijn ogen is dit programma ideaal, maar of ik er aan het einde van dit jaar nog zo over denk, weet ik natuurlijk niet. Volgend jaar vallen de EK in Amsterdam gelijk met Ratingen nu en de Olympische Spelen met de WK van augustus. Ik wil ervaren hoe dat bevalt. Moet ik het zo wel of niet doen met straks een EK in eigen land? In 2012 was er ook een EK voor de Spelen, toen ben ik niet gegaan."

In die vorige olympische aanloop liepen de verwachtingen te snel te hoog op, en werd het beoogde glorieuze optreden in Londen een dieptepunt. In Götzis vestigde Sintnicolaas als ouverture zijn huidige Nederlandse record van 8506 punten; op het olympische podium sprokkelde hij een paar maanden later met slechts 8034 punten een elfde plaats bijeen.

De revanche kwam een jaar later met de Europese titel indoor op de zevenkamp. Op de tienkamp besteeg de nummer twee van de EK 2010 echter nimmer meer het erepodium. Vorig jaar was er een sterk optreden in Zürich, maar met handhaven van zijn eigen niveau werd hij gepasseerd door drie concurrenten.

Heeft de teleurstelling van Londen lang doorgewerkt?

"Nee, helemaal niet. Het motiveert om alles op alles te zetten om in Rio een medaille te winnen. Ik heb altijd gezegd dat het daar moet gebeuren, dan ben ik 29. Londen zou een opwarmertje zijn. Maar toen ik in 2010 tweede van Europa werd en een grote stap maakte, denk je: als ik zo door stap ... Maar daarvoor is het de tienkamp, daarin kan net zoveel goed als fout gaan."

In de tienkamp vecht je voor medailles, het is tegelijkertijd een gevecht tegen blessures. Op een of andere manier kan jij bij tegenslagen heel snel schakelen.

"Je wint geen medailles als je niet op het randje traint. Soms doe je daar per ongeluk een stap overheen. Het is altijd balanceren. Het dilemma: moet ik stoppen of juist nog een extra loopje doen. Gelukkig neem je daarin jaren ervaring mee, ook van je coach. Maar een ongeluk hoort er bij.

"Uiteindelijk zijn veel dingen relatief in het leven. Ik geniet ervan dat ik dit kan doen, en ik doe het zo goed mogelijk. Sommige dingen zie je niet van tevoren aankomen. Als je met klachten doorgaat en je scheurt iets af, dan kun je dat jezelf kwalijk nemen. Gebeurt het als niets erop wijst dat er iets fout kan gaan, dan heeft het geen zin daarmee te blijven zitten.

"Ik heb weleens gezegd dat bij tegenslag mijn brein overschakelt op de herstelmodus. Ik heb ook gezegd dat het heel mooi is om een paar dagen na een spierscheuring te ervaren dat je superhard vooruitgaat. Van strompelen ga je lopen, van lopen dribbelen. Die progressie boek je niet in een trainingsweek, daarin zijn het minimale verschillen. Hoe stom het ook klinkt, er zijn periodes waarin het leuk is om zo'n progressie te ervaren. Je raakt geblesseerd, je kunt niet lopen of staan, en je vraagt je af: gaat het ooit over? Als je dan na drie dagen weer wandelt, kun je je al niet meer voorstellen dat het zo'n pijn deed."

Ben jij wel in de put te krijgen?

"Vast wel, al is dat niet vaak gebeurd. Ik zie overal wel de positieve dingen van in. Ik heb een oom die zeer gehandicapt is, verstandelijk en lichamelijk. Ik ben opgevoed met het motto: wees blij met wat je kunt doen. Mark Jacobs, die met de junioren meetrainde, kreeg een paar jaar terug acute leukemie. Er zijn zoveel dingen waardoor je kunt relativeren. Waardoor je niet te veel in de put kunt zitten als er een keer een spier scheurt. Dat is enorm vervelend, maar er zijn dingen die belangrijker zijn."

Is optimisme je grootste kracht?

"Dat weet ik niet. Misschien mijn leervermogen. Na Londen hebben we veel veranderd, dat pakte ik snel op. Ik ben flexibel, snel gewend aan een nieuwe situatie. Ik heb mijn techniek goed aangeleerd en ben coördinatief sterk, dus ik heb alle onderdelen redelijk onder de knie. Dan is het een kwestie van kracht en snelheid erbij gooien en alles samen laten komen. Dan moet het een keer de ideale meerkamp worden."

Hoeveel tijd heb je nodig voor een tienkamp?

Tijdens de WK atletiek (22-30 augustus in Peking) starten de tienkampers om 9.00 uur en kunnen zij rond 21.00 uur douchen. Dat zijn voor een titeltoernooi twee schappelijke werkdagen, mits de Aziaten zich aan het tijdschema houden. Tijdens de Olympische Spelen van 1988 in Seoul maakten de tienkampers rond middernacht hun afsluitende ereronde.

Het kan anders. Vaak worden de beste scores behaald in het Oostenrijkse Götzis, waar vandaag om 11.00 uur wordt afgetrapt en om 18.00 uur de avondmaaltijd wacht. "Het tijdschema is goed, coaches zijn bereikbaar, het publiek staat er bovenop en er is muziek", aldus Sintnicolaas.

Vorige maand had Sintnicolaas haast. In Montpellier raffelde hij alle tien onderdelen - 100 meter, verspringen, kogelstoten, hoogspringen, 400 meter, 110 meter horden, discuswerpen, polsstokhoogspringen, speerwerpen en 1500 meter - in een uur af. "Mijn afwisselendste training ooit."

Sintnicolaas verwacht niet dat in een tijd waarin alles korter en sneller moet, dit de toekomst van de tienkamp is. "Soms is langer zelfs mooier. Een Tour de France duurt ook lang, niemand klaagt. Of cricket."

"Een tienkamp in één dag zou kunnen. Maar in een toernooi is dat lastig plannen omdat wij overal tussendoor moeten. Er is een lange middagpauze omdat kaarten voor de ochtend en avond worden verkocht. Op de eerste dag wordt de 400 meter meestal aan het eind van de avond gepland. Dan hebben we zes uur om te slapen. Dat is niet ideaal, voor ons niet en voor het publiek niet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden