Er zijn er twee jarig...

Twee lange banen bordeaux-rode stof hangen er tegen de achterwand van de Anton Philipszaal in Den Haag. Er op de aanduiding dat het Residentie Orkest negentig jaar bestaat. Je kijkt een gans concert lang tegen die lappen aan. Een ontsiering die er nog wel bij kan, want de zaal is een voorbeeld van een lelijk interieur.

Op 20 november wordt het negende decennium gevierd: een concert met het oog op de toekomst want er klinken twee wereldpremières, van Mauricio Kagel (in opdracht gemaakt) en van Hans Koolmees (winnend werk uit een compositie-wedstrijd). Ook het derde onderdeel is onalledaags: de Prometheus-symfonie van Skrjabin mèt het lichtspel erbij dat de Russische componist rond 1910 voor ogen stond.

Die 20-ste november 1904 als officiële begindatum schijnt een beetje omstreden. In het eerste van een serie artikelen in het orkestblad RondomRO (september) wordt uit de doeken gedaan dat een nieuw Haags orkest onder de naam 'Residentie-Orkest' zich al op 7 februari 1903 manifesteerde. “De wensch was hier de vader van de gedachte”, schreef een krant destijds. Dit was niet 'het' maar 'een' Residentie-Orkest, noteerde een ander blad. Toch lukte het Henri Viotta om zijn eenmalig initiatief tot een vaste onderneming uit te bouwen. Op 20 november leidde dat tot het eerste concert van een echt seizoen.

Het is handiger om 1904 aan te houden, anders was “het lustrumjaar samengevallen met het 75-jarig bestaan van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, hetgeen voor beider publiciteit niet erg gunstig was geweest”, zo laat het jubileumartikel weten. Inderdaad: er zijn er twee jarig, hoera, hoera, maar het verjaardagsfeest van de Rotterdammers was vorig seizoen eigenlijk ook een beetje dubieus. “Wanneer het eerste concert precies gegeven is, is niet met zekerheid te achterhalen. Het betrof een geheel Beethoven-programma, gespeeld voor een stampvolle zaal in het Nutsgebouw,” schrijft Jan Kosten in het eerste deel van 'Kroniek van vijfenzeventig jaar Rotterdams Philharmonisch Orkest', een sober uitgegeven boekwerk over de eerste veertig jaar, met veel illustraties.

Op grond van bijeen gescharrelde gegevens (in mei 1940 ging het orkestarchief door het bombardement in vlammen op) plaatst Kosten dat begin tussen 1 januari en 10 juni 1919. De vraag luidt dus: wat geldt voor een orkestjubileum: het eerste concert, dus het klinkend resultaat, of de eerste repetitie, of de oprichtingsdatum; deze was voor Rotterdam 10 juni 1918. Bij gebrek aan exacte gegevens voor de klinkende start, spreidde het RPhO daarom het feest door het hele seizoen heen.

Het is interessant uit welke verschillende prikkels de nu belangrijkste symfonische ensembles in ons land ontstonden. In 1888 kwam het Amsterdams Concertgebouw met een daaraan verbonden orkest tot stand op wens van vooraanstaande burgers. In Den Haag was een dirigent de drijvende kracht achter de oprichting, Viotta, directeur van het conservatorium. Hij werd de eerste chef (tot 1917). In Rotterdam nam een violist het initiatief, Jules Zagwijn. Hij was het zat om zijn vakopleiding en zijn talent nog langer te laten schofferen in “de moorddadige sleur van bioscoop- en variété-orkestjes, waarin je den lust en zelfs de techniek heelemaal verleert op den duur. Moppen en krolsche muziek voor vibreerende violen, dàt verlangen de exploitanten en 't publiek. En dat daarbij dan zóó veel goede musici moeten zitten, wier leven verpest wordt.”

Dat uitgangspunt, een orkest dat musici zelf opzetten, werd later gebruikt als argument om geen staatssubsidie te verstrekken: het was ongevraagd opgericht! Deel 1 (het tweede deel moet nog verschijnen) bevat meer van zulke saillante feiten uit de Nederlandse cultuurgeschiedenis. Met de 'Historie en kroniek van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest' uit 1988 erbij en het vorig jaar verschenen 'Muziek in de schaduw van het Derde Rijk', ontstaat zo een gedocumenteerd en gedetailleerd verslag van de geweldige ontwikkeling van de symfonische cultuur in Nederland. Een eeuwfeestboek van het Residentie Orkest ontbreekt daar nog aan: we tellen geduldig tot 2004. Misschien is er dan ook wat aan het ongezellige interieur van de Philipszaal gedaan en aan de wat holle akoestiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden