'Er wordt veel te weinig naar het individu gekeken'

Martin Verkerk keert terug in de tennissport. Als coach, een functie die hij als speler nooit ambieerde. „Ik wil voor het Nederlandse tennis het beste gaan betekenen.”

In het eerste half jaar na zijn afscheid in december 2008 staat het hoofd van Martin Verkerk helemaal niet naar tennis. Als hij al terugdenkt aan zijn carrière overheersen vooral de tegenslagen van de laatste drie jaar: de blessures, de ziekte van Pfeiffer en de mentale problemen. Mijmerend over zijn toekomst denkt Verkerk (31) aan iets in de horeca, of aan iets in de autobranche, samen met zijn broer. „Met tennis had ik het helemaal gehad. Ik wilde eruit.”

Maar ook bij Verkerk kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Na het geven van een aantal lessen merkt hij dat hij het leuk vindt om zijn ervaring en kennis over te brengen op anderen. In die periode komen ook de positieve aspecten van zijn loopbaan naar boven. De titels in Milaan en Amersfoort, de veertiende plaats op de wereldranglijst, maar bovenal natuurlijk de finale op Roland Garros, in 2003. „Steeds meer kwam het gevoel dat ik een mooie, weliswaar korte carrière heb gehad.”

Na een jaar in de luwte pakt Verkerk de draad in het tennissport weer op. Op Tennispark Buitenveldert in Amsterdam werkt hij aan de voorbereidingen van zijn nieuwe carrière. Per 1 april mag hij zich directeur toptennis van de Laurense Tennis Academy noemen. „Ik moet mij op het gebied van coaching en training natuurlijk nog helemaal bewijzen. Eén ding heb ik altijd voor. Als je het zelf niet hebt meegemaakt, kan je het niet vertellen. Je kunt niet zeggen hoe een grandslamfinale voelt, als je er niet hebt gestaan.”

„Ik heb natuurlijk ook fouten gemaakt op weg naar de top. Ik weet dus ook wat je niet moet doen, omdat ik zelf een paar keer mijn hoofd heb gestoten. Ik weet nog goed dat ik na mijn schouderoperatie een half jaar moest fietsen. Daar ben ik niet de jongen naar geweest om dat dan ook te doen. Ik heb dus de ervaring en kennis in huis om alle aspecten van het tennis op de jeugd over te brengen.”

Een van de redenen waarom Verkerk zich op het pad van de coaching begeeft – iets dat hij in zijn actieve loopbaan nooit ambieerde – is de geringe doorstroom van Nederlandse talenten. „De feiten liggen er. De jongens die in het verleden zijn opgekomen hebben allemaal hun eigen weg gekozen. Dat het de laatste jaren in Nederland verkeerd is aangepakt, dat hoef ik niet te vertellen, dat weet iedereen. Zonder namen te noemen, maar het is gewoon zo.”

„Ik ben niet tegen de bond. Ik vind Rohan Goetkze (technisch directeur bij de tennisbond, red.) een van de beste trainers die er is. Ik heb veel respect voor hem, maar in het verleden is het niet goed aangepakt. Ik hoop dat als onze plannen van de grond komen er een juiste combinatie komt met de bond. Ik wil nergens tegen aan schoppen, maar het moet anders.”

„Ik vind dat er te veel begeleid en getraind wordt in de grote massa. Er wordt veel te weinig naar het individu gekeken. De elite moet je individueel aanpakken. Als een kind goed is, ging het altijd naar de bond. Een kind mag niet kiezen. Als iemand van veertien jaar zegt dat hij mij goed vindt, moet je hem naar mij sturen. Een kind moet het leuk blijven vinden. Er moet vertrouwen zijn in de omgeving. Dat is in het verleden vaak fout gegaan. De gemaakte keuzes waren niet altijd de keuzes van de kinderen.”

„Er is volop talent in Nederland en we horen vijf mannen en drie vrouwen in de tophonderd hebben. Ik wil voor het Nederlandse tennis het beste gaan betekenen. Als mensen in mij de juiste figuur zien om de top te halen, dan zijn ze welkom. Ik kan voor kinderen de goede combinatie vinden van lol en serieus werken. Een jeugdspeler naar de top begeleiden is iets anders dan het coachen van een topper. Als je mij op Federer of Nadal zet, blijven ze echt wel nummer één en twee van de wereld.”

Verkerk wordt nog dagelijks, op welke manier dan ook, herinnerd aan die zo verrassende finale op Roland Garros. Een van de activiteiten van zijn evenementenbureau Martin Verkerk Tennis & Events is een busreis, uiteraard met de hoofdpersoon, naar Roland Garros. „Ik heb mijn hele leven kaarten voor wanneer ik wil en twee kaarten voor de finale. Dat is toch fantastisch. Zit ik daar straks op mijn zestigste op de tribune als oud-finalist. Ik ben misschien niet de grootste tennisser, ik heb er wel gestaan. De finale van een grandslam, dat is best groot. Ik ben benieuwd wanneer de volgende Nederlander er staat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden