column

Er wordt ‘met leraren gepraat’, en daar wordt vervolgens verdomd weinig mee gedaan

Beeld Maartje Geels

Menigeen denkt dat het einde al is gekomen, maar het verplichte lerarenregister leidt sinds de ontbinding van de Onderwijscoöperatie – de organisatie die de wet moest uitvoeren – nog een stil en kritiek bestaan.

Om te komen tot een waardig vervolg heeft minister Slob D66-senator Alexander Rinnooy Kan op verkenning gestuurd. De afgelopen maanden ging hij in gesprek met allerlei lerarenorganisaties en eind september presenteerde Rinnooy Kan zijn eerste voorstel voor dit vervolg aan een groep leraren en via een livestream.

Het was een tegenvaller. Sinds het actieplan Leerkracht uit 2007 van zijn hand geldt Rinnooy Kan als een soort heilige van het onderwijs, maar wat we die avond te zien kregen, was welbeschouwd niet meer dan wat verlopen borrelpraat. Het leek alsof Rinnooy Kan al bijna twaalf jaar niet meer om had gekeken naar het onderwijs, hij recyclede zijn stokoude actieplan nog maar eens, en over de toekomst, tja: professionaliseren was volgens hem de grootste verbindende factor tussen leraren, en ach, met elkaar samenwerken was toch gewoon ‘leuk’, leraren moest maar eens zelf organisaties gaan oprichten, een beetje snel het liefst, en op welhaast alchemistische wijze moest het dan allemaal leiden tot een lerarenregister.

Wind van voren

Van de aanwezige leraren kreeg hij meteen de wind van voren, die zagen liever dat hij het hele registeridee liet varen. Ook zelf deed ik een duit in dat zakje: samen met collega uit het primair onderwijs Jan van de Ven publiceerde ik een uitgebreide, inhoudelijke en kritische reactie op zijn voorstellen (voor de liefhebber te vinden op www.beroepseer.nl). De kern van onze repliek was dat een lerarenregister niet hoort te gaan over bekwaamheidsonderhoud – wat ook nog eens een gruwelijk woord is –en dat nascholing niet per se de verbindende factor tussen leraren is. En zo waren er vast wel meer leraren die nog voor de krappe reactietermijn (zes dagen!) van zich lieten horen.

Ik heb me in deze krant al eerder laten ontvallen dat de inspraak van leraren door ‘Den Haag’ vaak wordt misbruikt om beleid te legitimeren. Er is dan ‘met leraren gepraat’, maar daar wordt verdomd weinig mee gedaan. Nou, vorige week konden we ook zien hoeveel Rinnooy Kan gedaan had met al onze input toen zijn definitieve verkenning naar de Kamer werd gestuurd. Het woord ‘bekwaamheidsonderhoud’ staat nog steeds in de tekst, een nieuwe beroepsorganisatie draait nog steeds om het register; de warboel van ideetjes is gepubliceerd als een armada aan politieke luchtballonnetjes.

Ik vind het grootste probleem nog niet eens dat het geen ‘ongemakkelijk’ advies is voor de minister – terwijl het dat natuurlijk gewoon had moeten zijn – maar vooral dat we als leraren weer eens uren tijd kwijt zijn geweest aan het praten, bediscussiëren, becommentariëren voor wederom – excusez le mot – de kat z’n kut.

Bij zijn aantreden zei minister Slob dat hij naast leraren zou gaan staan. Ik nam daarbij aan dat hij naar ons toe zou bewegen, maar nu inmiddels begrijp ik dat de beweging vooral van onze kant moet komen. Daar kan hij zo nog lang op wachten.

René Kneyber deelt zijn ervaringen als wiskundeleraar op het vmbo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden