Review

'Er stonden goede punten in Hitlers programma'

Over het proces van Neurenberg (tussen 14 november 1945 en 1 oktober 1946), waar recht gesproken werd over tweeëntwintig politieke, militaire en economische leiders van nazi-Duitsland, is al heel wat gepubliceerd. Maar de periode tussen de arrestatie van de verdachten en het proces, de tijdspanne waarin de aanklacht concrete vorm aannam, bleef onderbestudeerd. Die lacune is nu aangevuld door Richard Overy, een Brits hoogleraar eigentijdse geschiedenis.

In het eerste deel van 'De verhoren' wordt de boeiende en leerzame wordingsgeschiedenis van het proces geanalyseerd. Het tweede deel, een beperkte selectie uit de verhoren, is minder interessant. Volgens Overy gaat het om uniek 'mondeling bewijsmateriaal', getuigenissen 'van een complete leidende klasse van een land, slechts weken na haar val'. Maar daar valt heel wat op af te dingen. Veel kopstukken van de 'Hitler-bende', zoals Churchill ze noemde, waren aan de geallieerden ontkomen. Gevlucht of ondergedoken, de hand aan zichzelf geslagen, ontsnapt aan de aandacht omdat de geallieerden geen weet hadden van hun rol in het nazi-regime.

Daarenboven moeten de 'getuigenissen' met de nodige omzichtigheid benaderd worden. De verdachten werden immers ondervraagd in functie van hun proces, hun verklaringen zijn grotendeels pro domo. Daar komt nog bij dat de verhoren op een drafje afgenomen werden door ondervragers die de Duitse taal niet machtig waren.

De geallieerden wisten bijzonder weinig af van de interne werking van het Derde Rijk en waren het ook niet eens over de behandeling van de Duitse oorlogsmisdadigers. Een proces lag niet voor de hand. Zolang Hitler in leven was, vreesden ze dat hij de show zou stelen. En om nieuwe misdaden te bestraffen waren nieuwe wetten nodig, maar rechtspreken op basis van achteraf geformuleerde wetten is meer dan discutabel.

Daarom pleitten Winston Churchill en anderen voor summiere executie van 50 tot 100 nazi-partijleiders. De VS en de Sovjet-Unie waren tegen zo'n 'legale' lynchpartij, wilden een regulier proces. De knoop werd pas in augustus 1945 doorgehakt.

De geallieerden hadden geen gemeenschappelijke lijst van oorlogsmisdadigers, ze waren het niet eens over de aanklachten en hadden niet goed nagedacht over het verzamelen van bewijsmateriaal. Men was er de hele tijd vanuit gegaan dat de 'nazi's' schuldig waren en sowieso terechtgesteld zouden worden. Maar voor een formeel proces is de mogelijkheid van onschuld natuurlijk essentieel. Daartegenover stond de voor velen ondraaglijke gedachte dat één of meerdere Duitse oorlogsmisdadigers vrijgesproken zou worden.

Op de definitieve lijst van oorlogsmisdadigers stonden verscheidene compromisfiguren. De afwezige kopstukken waren vervangen door 'mindere goden': veldmaarschalk Wilhelm Keitel voor Hitler, Ernst Kaltenbrunner voor Heinrich Himmler en het terreurapparaat, Hans Fritzsche voor Goebbels en de propagandamachine. Onder politieke druk waren er ook personen toegevoegd waartegen geen sterke zaak bestond. Rudolf Hess bijvoorbeeld, Hitlers plaatsvervanger tot hij in mei 1941 naar Schotland vloog, waarschijnlijk om op eigen houtje met de Britten over vrede te onderhandelen.

Hess, die de rest van de oorlog in Britse gevangenschap doorbracht, was een politiek lichtgewicht en niet verantwoordelijk voor misdaden gepleegd na mei 1941. Maar hij werd veroordeeld en zat tot zijn dood (1987) in de Spandau-gevangenis in Berlijn.

Op 15 augustus begon een team van acht ondervragers met de verhoren. Ze hadden maar een paar weken om mondelinge bewijzen te verzamelen. De meeste vragen hadden weinig te maken met de aanklachten en gingen over oorlogseconomie, wetenschappelijk onderzoek en de structuur van de nazi-staat. Speer bijvoorbeeld, schreef op verzoek van zijn ondervragers een beoordeling van 'het karakter van Adolf Hitler' en analyseerde de Duitse oorlogseconomie. De geallieerde bombardementen hadden, schreef hij, weinig effect gehad op de Duitse oorlogsinspanning. Men had zich niet moeten concentreren op de bewapeningsindustrie maar op de toeleveringsbedrijven en het transportnetwerk.

Het volkomen uitzonderlijke van de jodenmoord werd op het Neurenbergproces maar ten dele erkend. Overy, nú schrijvend, ruimt er veel plaats voor in. Maar in de verhoren kreeg het joodse slachtofferschap geen prominente plaats (zigeuners kwamen al helemaal niet ter sprake) en joodse slachtoffers werden in de eerste plaats als geallieerde burgers gedefinieerd.

Overy's inleiding bij verhoren en getuigenissen over de jodenmoord is niet altijd even betrouwbaar. Hij maakt onvoldoende onderscheid tussen concentratie- en vernietigingskampen, gelooft getuigen op hun woord als hem dat uitkomt, neemt ten onrechte aan dat er in Dachau een gaskamer gefunctioneerd heeft en dat alle Nacht-und-Nebel gevangenen in dat kamp vermoord zijn.

In het wat langdradige tweede deel zitten enkele interessante documenten, zoals een boeiend interview met Franz von Papen, gewezen rijkskanselier en vice-kanselier van Hitler. Zijn getuigenis omvat lessen voor het heden: ,,Er was geen andere oplossing (...) In ons parlementair systeem is het gebruikelijk om een partij die elke dag groeit op te nemen, maar is het ongebruikelijk om die partij buiten te sluiten, dus waarom zouden we het niet proberen? Ik bedoel, zoals ik u al zei, er stonden volgens ons goede punten in Hitlers programma en de mensen die bij zijn partij hoorden, kwamen uit alle delen van de samenleving, niet alleen uit de slechte.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden