Er past veel in een ooghoek

Bij Maria Barnas ligt paniek steeds op de loer

Van roken ga je dood, een puzzel met stukken zo groot als een baksteen is 'niet geschikt voor kinderen jonger dan drie': de wereld is één groot gevaar. En dus zit er weinig anders op dan te leven met angst, dat veelkoppige monster dat op onverwachte momenten de kop opsteekt. In haar nieuwste bundel 'Jaja de oerknal' laat Maria Barnas zien dat je voor werkelijk álles bang kunt zijn, even goed voor reptielen als voor rolgordijnen of samenwonen. En al die angsten zijn even onberedeneerd als begrijpelijk. Veel is er niet voor nodig om een golf van paniek te veroorzaken. Het uitspreken van het woord 'oerknal' kan al iets in werking zetten, dat het onbevattelijke begin van de wereld in zich draagt:

Hoe is het mogelijk dat dit in mijn mond past?

Het ontstaan een klont op mijn tong.

En dan slaat verwondering langzaam om in een "vorm// van paniek die opwelt in mij en als opvliegende/ zwerm uit mijn keel breekt."

De wereld in Barnas' poëzie heeft geen vaststaande vorm, alles is buigzaam en beweeglijk - haar vorige bundel, uit 2007, heette 'Er staat een stad op'. Een landschap kan ineens op zijn kop staan, zodat de weilanden 'een verlaagd plafond' vormen. De stad is een organisme en 'vernauwt zijn straten kromt de bruggen'.

Maar al zijn de luchten boven die veranderende wereld nogal eens grijs, Barnas' beelden zijn opvallend elastisch en kleurrijk. De dichter onderzoekt het intrigerende proces tussen waarneming, verbeelding en taal. Bijvoorbeeld in 'Het denken en het meisje'. Een treinscène, waarin de hoofdfiguur in haar ooghoek het landschap, met huizen, dieren, grasland, ziet verglijden en vaststelt: "Er past veel in een ooghoek." Dan verschuift de blik naar een medepassagier, een meisje dat een boek over hersenen blijkt te bestuderen: "Ze omcirkelt kwabben en ventrikels en ontleedt/ dat ik aan haar kan denken en denken."

De toon is kalm, de vorm gecontroleerd (vaak een sonnet), maar achter de serene regels voel je af en toe vulkanische paniek opborrelen:

En net als alles goed lijkt zijn plaats krijgt

de kinderen de planten de kranten

het gras de afwas bijna helemaal gedaan

dan hoeft er maar dít te gebeuren - een voetbalwedstrijd op televisie is genoeg - en alles wankelt weer. En er dreigt paniek dat het zorgvuldig gevonden evenwicht verloren gaat.

Al is de vrees waarmee de bundel eindigt, het oeverloze meer van de dood, misschien nog groter. Daarbij vallen alle andere angsten volstrekt in het niet, zelfs die voor kaakchirurgie en tafelkleden.

Maria Barnas: Jaja de oerknal. De Arbeiderspers, Amsterdam; , 52 blz. euro 18,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden