’Er móeten meer vrouwen naar de top’

Nederland is uniek: vrouwen werken in deeltijd. Ze bereiken zelden de top. Moet dat niet nodig veranderen? Topvrouwen uit de politiek, het bedrijfsleven en de wetenschap geven hun visie. Aflevering 2: zakenvrouw Carmen Breeveld vindt dat vrouwen moeten ophouden met ’getut’, en fulltime aan de slag gaan.

Ze is voor haar werk geregeld in het buitenland. Zodra haar gesprekspartners horen dat zakenvrouw Carmen Breeveld uit Nederland komt, krijgt ze vaak de vraag: is het echt waar dat in Nederland geen vrouwen in de top van het bedrijfsleven werken? „In omringende landen begrijpt men er niets van. Ze ontmoeten weinig Nederlandse zakenvrouwen. Ze willen weten: waarom doen de vrouwen in Nederland niet mee? Ik schaam me rot. Soms zeg ik liever dat ik uit Suriname kom.”

Carmen Breeveld (41), succesvol zakenvrouw en eigenaar van een wervings- en selectiebureau, verbaast zich er zelf na tien jaar zakendoen óók over. „Ik kom als zakenvrouw te weinig vrouwen tegen. Ik krijg als bemiddelaar te weinig vrouwen geplaatst in topfuncties. Het is volkomen terecht dat men in het buitenland bevreemd naar Nederland kijkt. Kijk naar de cijfers. Hoeveel vrouwen zitten er in een Raad van Bestuur? Maar 1,6 procent. Ook op andere niveaus zijn vrouwelijke leidinggevenden schaars. Zelfs in Turkije is 50 procent van de managers al een vrouw – wie noemt wie nu achterlijk? In Nederland zitten de vrouwen thuis, en zorgen voor de kinderen. Want zo hoort het, dat is de Nederlandse cultuur.”

Zij wil dat dat verandert: vrouwen moeten meer kansen krijgen om de top te bereiken. „Het glazen plafond bestáát.” Vrouwen moeten die kansen ook grijpen: „Presteren moet gewoner worden, fulltime werken ook.”

Carmen Breeveld is een ’selfmade woman’. Kwam op haar vijftiende naar Nederland, met een mulo-diploma. Was secretaresse, deed in de avonduren een opleiding personeel en organisatie, en was op haar 27ste al hoofd P & O van een beveiligingsbedrijf met 500 werknemers. „Ik was de enige vrouw in het managementteam. Ik ben wel eens op de tafel gaan staan om bij de heren mijn punt te maken. Het bedrijfsleven is een mannenwereld, dat moet je soms accepteren. Zakendoen in de voetballoge bleek trouwens heel leuk te zijn.”

Ze zit achter haar bureau in haar zeer vrouwelijk ingerichte werkkamer: visgraatparket, palmen, crèmekleurig koffieservies. Tien jaar gele den richtte ze in haar woonplaats Arnhem Team Care op, een wervings- en selectiebureau. Ze was net moeder geworden. „Het klassieke verhaal: ik wilde hogerop, maar werd bij sollicitaties steeds tweede. Toen ben ik voor mezelf begonnen.” Haar bedrijf bemiddelt voor een typisch vrouwelijke sector: personeel en organisatie, of human resource.

Haar faam reikt inmiddels veel verder dan Arnhem. Carmen Breeveld is adviseur van de ministeries van economische zaken en sociale zaken en was ’Internationale Zwarte Zakenvrouw 2003’. Haar lijst met nevenfuncties is te lang om op te noemen. En ze richtte ’Women on Board’ op, een landelijke stichting die vrouwelijk toptalent helpt om hogerop te komen.

Over de noodzaak om meer vrouwen naar de top te krijgen is ze zéér uitgesproken. Ze was onlangs op televisie, toen de VPRO vier topvrouwen om tafel zette voor een debat. Carmen Breeveld werd na afloop bedolven onder de reacties. „Het frappante: vooral mánnen reageerden, velen met hoge posities in het bedrijfsleven. Ik had ze ’aan het denken gezet’. Er is in Nederland wel iets aan het veranderen. Eindelijk ervaren we het als een gezamenlijk probleem om meer vrouwen naar de top te krijgen – en niet meer als het probleem van vrouwen zelf.”

Het is hard nodig dat er meer vrouwen naar de top gaan, stelt Carmen Breeveld. „Uit onderzoek blijkt dat bedrijven met een divers samengestelde top, 30 procent meer rendement hebben. Je kunt niet zonder vrouwen. Maar ik kom als bemiddelaar te veel vrouwen tegen die tegen het glazen plafond aanlopen. Assessments zijn masculien. Ze dateren nog van veertig jaar terug; ik heb nieuwe laten ontwikkelen. Werkgevers aarzelen om vrouwen te benoemen. Ik heb meegemaakt dat ik voor een functie van financieel directeur meerdere, zeer geschikte vrouwelijke kandidaten had. Allemaal afgewezen op flauwiteiten. Eén vrouw kon het niet worden omdat ze te ’mooi’ was. Veel vrouwen hebben de moed opgegeven dat ze meer verantwoordelijkheid krijgen. Mannen hebben angst om vrouwen de leiding te geven. Men wordt er onrustig van. Een vrouw erin, betekent een man eruit – zo wordt toch het ervaren. En er zijn altijd discussies of ze ’het wel kan’. Alsof je met een vrouw inboet aan kwaliteit, heel vreemd. Als er bij team van vrouwen een man wordt binnengehaald, hoor je dat bezwaar toch ook niet? Vrouwen werken zelf die discussie soms in de hand. Vrouwen vragen zelf ook: kan ik het wel? En profileren zich daardoor minder goed. Vrouwen praten graat over wat ze níet kunnen.”

Werkgevers zoeken wel degelijk naar vrouwen voor topfuncties, weet ze. „De wil is er wel. Wekelijks krijg ik telefoon: ’Carmen, jij kent zoveel mensen, weet jij nog een goede vrouw?’ Marike van Lier Lels, ex-topvrouw van Schiphol, zegt dat ze dezelfde vragen krijgt. Zij ziet dat het bewijs dat er wel degelijk iets verandert. Ik zie dat niet: waarom stijgt dan het aantal topvrouwen dan niet? Waarom helpt het zelfs niet als Marike van Lier Lels, een van de machtigste vrouwen van Nederland, met kandidaten komt? Er moet iets anders aan de hand zijn.”

De top is wel doordrongen van de noodzaak dat managementteams ’diverser’ moeten. Daarna stokt het. „Het wordt in de bureaucratie niet vertaald in actie. De manager die een vacature heeft, wil snel een ’goede kandidaat’. Extra tijd nemen om op zoek te gaan naar een vrouw, gebeurt niet.”

Carmen Breeveld ziet dat ook vrouwen weinig ondernemen om ándere vrouwen aan promotie te helpen. „ABN Amro stoomt 120 vrouwelijke managers in een speciaal programma klaar voor de top. Ze krijgen ondersteuning, een eigen vrouwen businessclub. Heel goed. Maar voelen die vrouwen zich op hun beurt zelf ook verantwoordelijk om meer vrouwen te benoemen? Nee. ’Wat doe je als je een vacature hebt?’, vroeg ik. Ze gaan niet op zoek naar een vrouw: ’De vacature moet snel worden vervuld’. Ze zien niet dat ze zelf ook een rol hebben. Daar kan ik niet tegen.”

Toch, de diepere oorzaak van het geringe aantal vrouwen in topfuncties ligt volgens Carmen Breeveld elders. „Dat is de Nederlandse cultuur. Nederland heeft nog enorme moeite met werkende moeders. Aan de ene kant is er enorm respect voor vrouwen zoals ik, die een bedrijf opbouwen. Ik krijg veel reacties van vooral mannen: ’Carmen, o, wat zijn we zijn trots op je! Waarom zijn er niet meer vrouwen als jij?’ En ja, ze willen me helpen dat te veranderen. Maar als ik ze nieuwsgierig vraag hoe zij zelf thuis de taken verdelen, vertellen ze dat het maar goed is dat hun eigen echtgenote thuis blijft: ’Anders wordt het een zootje’. Zelf doen ze niets om te zorgen dat hun vrouw zich kan blijven ontwikkelen.”

„Het ware probleem is dat in Nederland de opvang van kinderen nog steeds wordt gezien als het probleem van de vrouw. Er is weinig waardering voor moeders die fulltime willen werken. Daar komt bij dat vrouwen zelf ook aarzelen om fulltime te werken. Ze hebben geleerd dat ze pas een goede moeder zijn als ze ’s middags thuis wachten met een kopje thee. Ik had ooit een sollicitante voor een leidinggevende functie. Ze wilde de woensdagmiddag vrij. Dat was ze gewend. Haar kinderen waren al 18 en 21 jaar, maar er viel niet over te praten. Zo diep zit het parttime werken erin. Vrouwen moeten eens ophouden met dat getut.”

Ze wijst op de Surinaamse cultuur. „Ik zie Nederlandse vrouwen zo twijfelen of ze willen werken, hóe ze willen werken, of het wel leuk is om te werken. Uit Suriname heb ik meegekregen dat het voor vrouwen vanzelfsprekend is om te werken. Ik zou nooit zover zijn gekomen als ik alleen door de Nederlandse cultuur was gevormd. Ik kom uit een familie waarin de vrouwen heel ondernemend zijn. Mijn oma had in Paramaribo een visgroothandel en een eigen vloot. Mijn moeder had een drogisterij. Ze leerde me dat je als vrouw je talenten moet benutten. Dat wat anderen óók kunnen, besteed je uit. In Suriname is het heel gewoon om een oppas en een hulp voor het huishouden te nemen. Zo doen mijn man en ik het ook. Hij is consultant. Toen ik mijn eigen bedrijf begon, ging mijn dochter naar een oppasmoeder. Later kwam er een au pair – we hebben alweer nummer acht. De kinderen eten met haar vooruit, op hún tijdstip. Ik wil niet dat hun ritme wordt verstoord door mijn ambitie. Of de kinderen dat ook zo zien? Zo erg is het niet dat kinderen hun ouders niet de hele dag zien. Ze zijn 5 en bijna 11. Ze hebben al snel een eigen leven, spelen na schooltijd toch met vriendjes. En in het weekeinde doe je de leuke dingen samen.”

Maar zij is een uitzondering. Slechts 25 procent van alle vrouwen werkt fulltime, meldde deze week onderzoeksbureau OAS. Ook veel vrouwen zonder kinderen prefereren een baan van minder dan vijf dagen. Een paar jaar geleden werkte 30 procent nog fulltime.

Carmen Breeveld vindt dat vrouwen zich laten gijzelen door het parttime-model. Ze moeten de knop omzetten, en fulltime gaan werken, stelt zij. „Dat ze zelf heel tevreden zijn met parttime werk? Ik denk eerder dat er iets anders aan de hand is. Vrouwen vinden werk niet zo interessant, het is ’maar werk’. Als ze zouden zien hoe leuk het is om resultaten te boeken, ergens de beste in te zijn, tellen ze geen uren meer. Als de kinderen naar bed zijn, zet ik mijn laptop aan. Omdat ik een idee heb. Werken is leuk.”

Het parttime-model is volgens haar funest geweest voor de beeldvorming. „Werkgevers zien vrouwen als een risico: wat doet ze als de kinderen ziek zijn? Of haar ouders? Ook werkgevers beschouwen, net als de rest van Nederland, zorgtaken als de verantwoordelijkheid van de vrouw. Dat draagt bij aan het glazen plafond.”

Met haar stichting Women on Board wil Carmen Breeveld jaarlijks 250 vrouwen op weg helpen naar een leidinggevende functie, onder andere door bedrijven te adviseren over loopbaanplanning en rekrutering. Het aantal van 250 is nog een streven; Breevelds grootste bijdrage is dat zij haar enorme netwerk aan contacten beschikbaar stelt. „Ik ga niet aan de kant zitten om te zien of het probleem zich vanzelf oplost. Ik wil iets doen.” De volgende stap, hoopt ze, wordt het actief bemiddelen in topfuncties. Ze heeft er al een bedrijf voor opgericht, TC Inclusion. „Over vier jaar begint de babyboomexit. Dan gaat er van alles veranderen en moeten werkgevers wel op zoek naar vrouwen.”

Over dertig jaar hoopt ze nog steeds te werken. „Mijn voorbeeld is Lady Spencer, de vroegere stiefmoeder van Lady Di. Zij is 77 jaar en is directeur international sales van warenhuis Harrods. Ze sleept in het buitenland nog de grootste deals voor hen binnen. Ik ontmoette haar in Londen, waar ze als een diva rondrijdt in een auto met chauffeur. Ze is nog lang niet van plan te stoppen met het werk en vindt zichzelf ’helemaal niet oud’. Een topvrouw. Zo moeten we er meer hebben.”

Volgende week: Vivienne Westerhoud verdedigt de wens van moeders die alleen van 9 tot 3 willen werken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden