Er moet voor iedereen een Mokum zijn, een veilige plek

In een van de eerste preken die dominee Wim Jansen ooit schreef, had hij het over een tekst uit het oudtestamentische boek Jozua. In die tekst staat dat er voor mensen die op de vlucht zijn voor bloedwraak vrijplaatsen moeten worden gewaarborgd. Zo'n veilige plaats, schrijft Jansen in het Protestants Kerkblad Delft, heet in het Hebreeuws een maqoom. In het Jiddisch: een mokum.

De kerk en ieder mens, zegt de vrijzinnig hervormde Jansen, moet zo'n Mokum zijn. 'Om te beginnen mag de kerk, mogen mensen [...] een Mokum zijn voor het goddelijke. God, de Geest, de goddelijke energie - of hoe je het Mysterie ook aanduidt - waait door de wereld en zoekt een plek om te wonen. Zoals Gerrit Achterberg dichtte: Een mens is voor een tijd een plaats van God. De maatschappelijke functie van de kerk is wat mij betreft daarin gelegen: een zichtbare plaats te zijn voor de dingen van God. Uitstralen: hier gebeurt het.'

Zó over de kerk en de mens spreken zonder dat het over vluchtelingen gaat, kan niet. 'We zullen een plekje vrij moeten maken, ja, want het hoort tot het hart van de christelijke traditie', schrijft Jansen dan ook. 'In een tijd van verwildering en verleiding om te bezwijken onder de druk van angstgevoelens, hoop ik dat de kerken dit signaal krachtig blijven uitzenden: Ja, er moet een Mokum zijn.'

Je hoeft niet heel erg lang rond te kijken in christelijk en kerkelijk Nederland om te concluderen: dat Mokum ís er. De kerken zijn een belangrijke leverancier van vrijwilligers in de (nood)opvanglocaties voor vluchtelingen. In steden en dorpen melden zich zoveel kerkelijke vrijwilligers aan dat ze op wachtlijsten belanden: er zijn handen genoeg. Bij Kerk in Actie (de hulporganisatie van de Protestantse Kerk) hangt om de haverklap een kerkelijke gemeente aan de lijn met de vraag op welke manier ook zij iets kunnen bijdragen aan de opvang van de vluchtelingenstroom.

Wie door de kerkelijke bladen struint, valt van het ene voorbeeld in het andere. Van de oproep om een kaart te schrijven aan een onbekende vluchteling (te lezen in Diakonia, het vakblad voor diakenen), het verhaal over quilts die genaaid worden door doopsgezinde gelovigen (meldt Doopsgezind NL), en een appellerend verslag van een bezoek aan de vluchtelingenjungle van Calais (in De Vriendenkring, het maandblad van het Religieus Genootschap der Vrienden, beter bekend als de Quakers), tot een opsomming van tips voor wie wil helpen (in Ons Orgaan, het blad van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland).

In De Sleutel, een uitgave van het bisdom Roermond, betoogt een aalmoezenier dat we allemaal vreemdelingen zijn, allemaal op zoek naar een veilige plek (Mokum!) en dat alleen daarin al genoeg reden ligt tot het bieden van hulp aan vluchtelingen: 'Wij komen, wij worden geboren, leven en gaan eenmaal weer dood, ondertussen zijn we onderweg. Als pelgrim en als vreemdeling, want waar ben je ooit echt thuis? Daar toch waar recht geschieden mag en liefde zich laat vinden. Waar je als mens mag zijn en tot rust mag komen. En dat geldt ook voor die vreemdeling. Die gewone man en vrouw, die samen met eventuele kinderen, het vertrouwde achtergelaten hebben, op zoek in den vreemde naar rust en geborgenheid. Naar warmte, naar hartelijkheid.'

Tegelijk valt in bijna al die bladen ook iets te lezen van het tegengeluid. 'Naast mededogen en menslievendheid komen andere emoties en gedachten naar boven', schrijft een diaconaal werker in Op Tocht, maandblad van het aartsbisdom Utrecht. 'Want het is de onbekende ander die zich aandient, die binnenkomt en angst aanjaagt. De ander is een vreemde met een onverstaanbare taal, andere kookgeuren, andere omgangsvormen. De ander is iemand die in jouw ruimte treedt, ruimte waarin je kinderen spelen en je de boodschappen doet. [...] Deze spanningen moeten we als kerk serieus in gesprek brengen, vanuit de evangelische waarden die ons sturen. Angstzaaiers versterken de angstgevoelens. Zij durven te zeggen dat Nederland vol is en dat de grenzen dicht moeten. Zij spreken in één adem over terroristen en asielzoekers en kweken en voeden zo de angst. En waar angst regeert, kunnen harten zich niet openen.' Juist geloofsgemeenschappen, betoogt de diaconaal werker, kunnen verbindingen leggen tussen de vreemdeling en de verontruste burger. 'Beiden kunnen we nabijheid aanbieden. Zo kunnen we angstzaaiers de mond snoeren met een goed verhaal.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden