Klein verslag

Er moet geschreven worden, ook nu de dreiging groot is

null Beeld Wim Boevin000
Beeld Wim Boevin000

Drie uur in de middag. Het regent onophoudelijk. De hemel is egaal grijs. Ik heb het lamplicht ontstoken. En been bezorgd heen en weer tussen werk- en slaapkamer. Vanuit de slaapkamer heb ik zicht op de schuur achterin de tuin.

Ik observeer het terras ervoor. Daar hebben zich plassen gevormd. De schuur en het terras liggen op een dieper gelegen deel van het terrein. We wonen hier op veengrond. Soms, bij zondvloedachtige regenval, verzamelt zich achterin de tuin zoveel water, dat het terras overstroomt en ook de betonvloer van de schuur.

Dat baart me nu zorgen. De schuur staat, sinds we ons prepareren voor verkoop en verhuizing, vol met huisraad. We hebben in het terras nog een put laten graven, een meter diep, gevuld met kiezels en afgedekt met een rooster, om meer water af te kunnen voeren. Maar als het grondwater stijgt biedt ook die geen soelaas.

Het regent hard nu, een nijdig neersmijten van water is het.

Wat staat er in de schuur, ik ga het na in mijn hoofd. Een bank, met mooie, oranjekleurige wol bekleed, stoelen, lampen, gedemonteerde stellingkasten, rennersfietsen van mijn vrouw, tuingereedschap, haardhout. En boeken, veel boeken. Boeken in dozen. Geëtiketteerde dozen op stellingplanken.

Ik heb van het interieur van de schuur een foto laten maken, voor het dossier van de makelaar en voor Funda, om te laten zien hoeveel berging er bij het huis is.

Gisteren passeerde een naamloze herfststorm. Is dit zijn diepe, natte depressie? Is niet de wind, maar het water straks de boosdoener? Zoals bij Irma in Florida?

Visioenen van zwart water, enkeldiep, in mijn schuur. Boeken, dierbaar, voor zich uit schimmelend in hun doos.

De plassen worden groter. Soms houdt de regen even in, dan weer stort hij furieus neer. We bewonen nog steeds hetzelfde zompige moeras dat Plinius de Oudere al beschreef.

Ik waag me even naar buiten, over het tuinpad. De put van het terras is verdronken. Maar nog heeft het water de drempel naar de schuur niet overschreden. De schuur is droog.

De willoze huisraad staat er in gespannen afwachting. Ik open de achterdeur naar de brandgang en kijk in wat nog het meest op een sloot lijkt. Dan haast ik me weer naar binnen, naar mijn werkkamer. Er moet geschreven worden, ook nu de dreiging groot is.

De regen ranselt op de moerbei voor mijn raam. En ik moet denken aan de gonsregen van Herman Gorter:

'De gonsregen, regen -
het òpbewegen
van bladen als water valt,
de regen valt valt valt.'

Een vrouw fietst voorbij, haar hoofd een grote capuchon. Boven haar rug bolt fladderend een grijze poncho op. Het lekt van daken en goten, het druipt van bomen en struiken. Je moet er de schoonheid van zien. Zoals in dat regengedicht van J. H. Leopold.

'Tussen bleke huizenmuren
hangt de dag van trage uren,
evenwicht naar alle zijd;
in de stilstand van de tijd
lekt het sijpend ogenblik
tik, tik.'

Lees ook de andere afleveringen van Klein Verslag

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden